'Werkgever moet zijn Robin Hood-rol in de zorg vervullen'

Prof. dr. G. VAN MONTFORT, directeur zorg van verzekeraar Zilveren Kruis, vindt het 'dapper' dat minister Borst voorrangszorg voor zieke werknemers nu toch wil toestaan....

DRIE jaar geleden was prof. dr. G. van Montfort - toen directeur van het onderzoeksbureau NZI - met tien ziekenhuizen in onderhandeling over het opzetten van voorrangszorg voor zieke werknemers, te betalen door de werkgevers. Dat gesprek werd op last van minister Borst van Volksgezondheid afgebroken. Zij wilde geen tweedeling in de gezondheidszorg.

Een week geleden besloot het kabinet om voorrangszorg tóch toe te staan. Van Montfort - inmiddels directeur zorg bij Zilveren Kruis, onderdeel van de verzekeraarsmammoet Achmea - pakt de draad onmiddellijk weer op. Volgende week praat hij met drie Rotterdamse ziekenhuizen over voorrangszorg. Daarna volgen gesprekken met Regionale Instellingen voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (Riagg's).

Ruim eenderde (500 duizend van de anderhalf miljoen) van de verzekerden van Zilveren Kruis is collectief via hun werkgever verzekerd. De collectieve contracten zijn niet winstgevend.

- Wat dacht u? Eindelijk gerechtigheid?'

Van Montfort: 'In zekere zin wel. Ik vind het vooral dapper wat Borst nu doet. Ze gaat een discussie, waarin zij indertijd 'nee' zei om dogmatische redenen, opnieuw aan. Maar dit keer met inhoudelijke argumenten. Het debat wordt niet meer op basis van dogma's gevoerd. Dat is winst.

'Het redelijk positieve commentaar van de Volkskrant over voorrangszorg was twee jaar geleden ondenkbaar geweest.

'Ik zeg niet dat Borst een draai heeft gemaakt, wél dat ze is meegegaan met de ontwikkelingen. De minister geeft blijk van voortschrijdend inzicht.'

- Indertijd pleitte u voor een Robin Hood-praktijk in de gezondheidszorg. De werkgevers zouden extra moeten betalen voor voorrangszorg. De extra inkomsten zouden ten goede moeten komen aan alle patiënten. Zoals Robin Hood in de Middeleeuwen stal van de rijken om de armen te kunnen helpen. Maar de werkgevers willen niet extra betalen, omdat zij al een groot deel van de ziektekostenpremies voor hun rekening nemen.

'Wij zullen er als verzekeraar voor zorgen dat de werkgever zijn Robin Hood-rol zal vervullen. Ik ga met bedrijven onderhandelen over de snelle behandeling die zij voor hun werknemers willen.

'Kijkoperaties, polsklachten, rugpijn, stresstherapie; de werkgever zal daarvoor de integrale kostprijs moeten betalen, inclusief de kosten voor het gebouw, de salarissen van de directie, de schoonmaakdienst. Ook al zijn die overheadkosten al meegenomen in het gewone tarief.

'Extra zorg kan alleen als er extra wordt betaald. Dáárin zit juist het Robin Hood-effect. Er kan geen sprake van zijn dat een werkgever zijn werknemers goedkoop kan laten meeliften met andere patiënten.

'Zijn profijt zit in de verkorting van het ziekteverzuim. Het ziekenhuis of de Riagg profiteert van de extra inkomsten voor voorrangszorg. Met hen onderhandel ik dus over de besteding daarvan ten gunste van álle patiënten.'

- Een werkgever die uw prijs te hoog vindt, gaat toch gewoon naar het commerciële circuit? Dat is zeer uitgebreid.

'Een commerciële kliniek brengt zéker de integrale kostprijs in rekening. Want die krijgt geen cent uit de collectieve middelen. Reguliere ziekenhuizen en Riagg's krijgen dat wél. De aandeelhouders van een commerciële kliniek zullen protesteren als de kosten niet volledig aan de klant worden doorberekend. Dus het commerciële alternatief is voor de werkgever niet goedkoper. Dat is een sterk punt voor de Robin Hood-methode.'

- Zilveren Kruis heeft overeenkomsten met commerciële hulpverleners waar werknemers die via hun bedrijf zijn verzekerd, worden geholpen. Zegt u die hulpverleners nu vaarwel?

'Nee. Wij kijken waar we de deskundigheid voor onze verzekerden het best vandaan kunnen halen. Het is prima dat er naast de reguliere zorg commerciële initiatieven zijn ontstaan. Laat er maar concurrentie zijn en blijven.

'De plannen van Borst zijn voor ons wel aanleiding om nog intensiever aan zorgbemiddeling te gaan doen bij de reguliere ziekenhuizen.

'We bemiddelen trouwens niet alleen voor werknemers, maar ook voor individuele patiënten. Per jaar gaat het om 2500 verzekerden, van wie de helft werknemers. Het blijkt heel vaak mogelijk om een patiënt sneller te helpen, doordat er gaten vallen in een operatieprogramma.

'Als het niet kan, en we dreigen naar een ander ziekenhuis te gaan, kan de operatie soms ineens wél.

'Tegenwoordig werkt het zelfs andersom. De secretaresse van bijvoorbeeld een orthopeden-maatschap, die het operatieprogramma voor de komende maand vaststelt, belt ons zelf op met de mededeling: ''Op die en die datum heb ik nog een gaatje over.'' Voor een deel zijn de wachtlijsten in ziekenhuizen echt een organisatieprobleem.'

Meer over