Wereldreis

Troosteloze bureaucratenstaat of prachtig land van beloften. Iedere asielzoeker die Nederland binnenkomt, wacht een reis door regels en voorzieningen. Portret van twaalf lotgenoten - van AC tot ZZA....

DIE EEUWIGE tijdelijkheid. Waar asielzoekers wonen, is Nederland onaf. Daar wordt even plaatsgemaakt. Het kan een kazerne zijn die binnenkort tegen de vlakte gaat (nieuwbouw: echte huizen voor echte mensen), het kan een bungalowpark zijn waar geen toerist meer komen wil, een grote witte tent, een sloopflat, een luxe hotel, of een studentenhuis. Het leven kan er mooi zijn of lelijk, maar af is het nooit.

Zelfs het huis van de familie Hazir in Hoorn, een écht rijtjeshuis in een échte Hollandse rijtjeshuizenstraat, is maar voor even. De familie Hazir woont zeven weken in Hoorn, en zeven jaar in Nederland. Als in een flipperkast gingen ze van AC naar OC naar een ander OC naar een AZC, een heleboel AZC's en nu dus deze COW-woning. 'Maastricht, Haarlem, Heerlen, Heerenveen, Nijmegen, Den Haag, Eindhoven, Hilversum, Bergen aan Zee, Alkmaar en de rest ben ik vergeten', zegt zoon Elmas.

Oké, het zijn zigeuners. Wij zijn gewend te reizen, zegt moeder Hanka, maar dit is niet echt leuk. 'Wij kennen Nederland beter dan de Nederlanders!', lacht dochter Elzabeta. Ze trekt mooie schoenen aan voor de foto. 'Kom op mamma.' Ze hebben lol bij het poseren.

In asielzoekersland is veel vrolijkheid. Dan volgt vaak: ze lachen hun zorgen weg, maar zo is het niet. Het is ook gewoon gezellig, in bungalow 34 van park De Vogelmient in Texel waar Firuzkohi Safiholla Afghaanse muziek speelt op een oud Gracia-orgeltje. 'Ik ben geboren en getogen in de oorlog, ik groeide op met tanks, wapens, schieten, dode mensen, brand en rook.' Nu komt er alleen lawaai van het strand waar Duitse toeristen luidruchtig drinken en vrijen.

Of dat je in een grote witte tent mag slapen in Amsterdam, het is wennen maar te doen. Daar zie je Guy Costelly uit Congo met een grote grijns zijn zaakjes regelen, zwaaien naar mooie zwarte vriendinnen die hem dan weer de les lezen. 'Nu ben ik blij hier. Ik weet alleen niet of dat over drie jaar nog zo is.'

De lol neemt met de jaren behoorlijk af. Als je zeven jaar en twee maanden aan het wachten bent op die verdomde verblijfsvergunning, niets kan doen behalve zitten op de bank van je huis op een verlaten woonerf in Huissen, valt het leven tegen. 'Wij zijn een beetje dieren hier', zegt Nabir Khalil, de Palestijn, en hij laat een foto zien van Arafat die hem kust. Toen was Nabir nog een knappe brede veiligheidsbeambte in dienst van de PLO. Van zijn woonerfhuis probeert hij een Arabisch huis te maken. Je stapt er binnen en bent in Bethlehem. Maar buiten is het anders. Daar zijn de straten stil.

Zo slaat de sloomheid toe. Nabir Khalil komt nauwelijks meer uit de bank. Verderop in Arnhem komen vier Kosovaarse vrienden nauwelijks meer uit hun bed. Wachten eten wachten eten wachten. Skender Zebaj (23) ligt nog op het matras. Nderim Metaj (21) zet koffie op een campingkookplaat. Ze kwamen hier met grote families tegelijk, maar die zijn al naar huis en vader zei: blijven jullie jongemannen nu maar wachten op een verblijfsvergunning. 'Pfffff', zegt Nderim.

Zo is er een groot verschil tussen hen die zijn uitgekeken op deze troosteloze bureaucratenstaat, en zij die net arriveren in dit prachtige land van beloften. Venera Galijanovna uit Oezbekistan is nog onder de indruk. Ze heeft met zoon Timur een klein altaar voor Holland ingericht op hun kamertje in de kazerne van OC Haarlem. Foto's van Beatrix op Koninginnedag in Leiden, van Frank en Ronald de Boer in Madame Tussaud, van de Efteling en van Madurodam. Ze is een vrouw van niveau, haar buren zijn een stel jongens uit Ivoorkust die met bezwete blote bovenlijven in de gang hangen. Maar goed: 'Hier word ik niet meer lastiggevallen vanwege mijn christelijke geloof. Het voelt alsof ik op vakantie ben.'

Idem valt in TNV Ermelo de spanning van veel schouders. Vier, vijf, zes dagen nu zijn ze in Nederland en kijk eens! Mooie witte tenten om in te wonen, glanzend water, zeilbootjes erop, een speeltuin voor de kinderen. Een paradijs.

'Een paradijs!', zegt Elias Maalaan en hij heeft groot gelijk, want hem werd door de Nederlandse staat een zesweeks arrangement aangeboden in luxehotel Klein Canada op de Veluwe, in Beekbergen, voorzien van tennisbaan, zwembad, uitgebreid ontbijtbuffet, driegangendiner. Tekort aan opvangplekken, dus boekte het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers bij reguliere horeca. 'Voor ons zijn het gewone gasten', zegt gastvrouw Marisa. Gastheer Bert (ook onberispelijk gekleed) geeft een cursus overleven in Nederland, 'dan leg ik uit wat bijvoorbeeld een strippenkaart is.'

Buiten onder een parasol spelen Elias Maalaan en vier Somalische vrienden mens-erger-je-niet. Het spel komt uit Oostenrijk, waar mens-erger-je-niet een andere naam heeft. Marsch Raus! staat op het speelbord. Ze hebben geen idee wat het betekent.

Meer over