Wereldland?

‘In Frankrijk word ik niet gehoord’, vertelde de Parijse/Afrikaanse muzikant Daby Touré vorige week. En: ‘Gelukkig is er in Nederland interesse.’..

Zo’n uitspraak zet aan het denken. In Nederland, daar had Touré gelijk in, is altijd interesse in muziek van ver buiten de landsgrenzen. Wie wil kan in één week Albanese polyfonie horen, Portugese fado, flamenco en Afrikaanse blues. Het land is bezaaid met podia die de wereldmuziek met open armen ontvangen, van buurtcentra tot specialistische wereldmuziekpodia, van Uden tot Deventer. Om van de vele wereldmuziekfestivals nog maar te zwijgen.

Het is te makkelijk te denken dat onze interesse in de exotische muziek haar oorsprong vindt in een desinteresse voor de eigen muzikale cultuur, of de armoedige staat daarvan. Een deel van de sleutel ligt eerder bij ontkerkelijking en het vullen van spirituele leegtes. Vanaf de jaren zeventig werd hier nogal wat wereldmuziek ge- of misbruikt voor zingeving, in cursussen en workshops, denk aan ‘spirituele groei door flamencodans’, en ‘contact met moeder aarde door de djembé’. Daarmee ontstond bij zoekende autochtonen een soms wat overdreven aandoende interesse in die andere culturen, maar dat muzikale exotisme leverde hier een aardige infrastructuur op voor wereldmuziek. Een netwerk van podia en subsidies, en een welwillend publiek dat altijd wel komt opdraven in zalen als Rasa en het Tropentheater. Nederland als echt wereldmuziekland, maar het netwerk dat die status heeft bepaald, is beperkt. Altijd dezelfde podia, vaak datzelfde typische wereldpubliek. Ik vroeg Daby Touré of hij het niet vervelend vond hier te worden geprogrammeerd in de wereldscene, dus van tv-programma Vrije Geluiden naar multicultipodium Mozaiek, et cetera. Want Touré maakt gewoon popmuziek, het liefst voor een poppubliek. ‘Ach, als ik maar gehoord word’, zei hij. Daar zit wat in, maar het heeft ook iets treurigs dat de wereldmuziek zo in die eigen kring moet bestaan, dat pop en wereld kennelijk zo gescheiden moeten blijven. Waarom niet meer goede Afrikaanse pop op de poppodia? Waarom hebben we een Mundial, met alleen wereld(pop) en een Pinkpop, met alleen (westerse) pop? Op een festival als Lowlands wordt als excuusact jaarlijks één Afrikaan geboekt, op een moeilijke tijd en een moeilijk podium. Terwijl het publiek echt wel klaar is voor Daby Touré én een Congolese sensatie als Staff Benda Bilili. Kan die muur tussen pop en wereld niet eens worden neergehaald?

ROBERT VAN GIJSSEL

Meer over