Welte-Steinway klappert als een kunstgebit

Hoe het precies werkte kan niemand meer tot in detail navertellen. 'Het Welte-systeem is nog altijd in nevelen gehuld', zegt pianist Polo de Haas....

PAY-UUN HIU

Van onze medewerkster

Pay-Uun Hiu

AMSTERDAM

Niet dat die ontdekking uit 1905 van de firma Welte te Freiburg in staat is de dode componisten c.q. pianisten tot leven te wekken, maar dit vroegste opname-systeem - gebaseerd op luchtbalgen en papieren rollen met gaatjes - heeft desondanks iets wat de virtuele realiteit van elke cd-opname ontbeert: fysieke aanwezigheid. De liefde voor de pianola is een bijna kinderlijke fascinatie voor die waas van geheimzinnigheid om de bewegende toetsen zonder pianist; de magie van de aanwezige-afwezigheid; de in ivoor, hout, vilt en metaal gematerialiseerde geest - tastbaar en toch weer vervlogen zodra het geluid is verstorven.

'Een heel emotionele ervaring', vond Ilonka Verdurmen, toen ze voor het eerst de per rol overgeleverde uitvoering van de treurmars uit Mahlers Vijfde Symfonie hoorde, opgenomen op een middag in 1905 met de componist zelf achter de vleugel. Ze is samen met Polo de Haas initiatiefnemer van een jaarlijks terugkerende serie van drie concerten rond deze pianist, waarin niet alleen elke vorm van pianistiek (van klassiek tot geïmproviseerd, van live tot mechanisch) op speelse wijze wordt omgespit, maar ook combinaties met literatuur, film en beeldende kunst op het programma staan.

'Ik voel hier de emotie en de spanning in', zegt De Haas even later, als hij de betreffende rol van Mahler aankondigt. Hij loopt op en neer tussen de gerestaureerde Welte-Steinway vleugel en de moderne Steinway waarop hij, bij wijze vergelijking met de interpretaties van zijn overleden collegae, zijn eigen uitvoeringen van Chopin, Ravel en Liszt ten beste geeft. Terwijl De Haas het publiek inwijdt in de eigenaardigheden van vermaarde pianisten als de exuberante Paderewski ('Hij speelde net zoveel foute noten als hij dollars verdiende') en de geniale Fannie Bloomfield-Zeisler ('Een dynamo in de vorm van een mens'), verwisselt pianola-specialist Kasper Janse met de nodige voorzichtigheid de rollen.

In Janse is de fascinatie voor de pneumatisch-gestuurde pianospeler gaandeweg volgroeid en getransformeerd tot een volwaardig pianolamuseum aan de Westerstraat in Amsterdam. Jaren geleden, toen de pianola dankzij de bizarre werken van de Amerikaanse componist Conlon Nancarrow weer eens op het officiële podium verscheen, zat Janse nog in een kleine atelier bij de Haarlemmerdijk waar de pianola's bij wijze van spreken waren opgestapeld en elke resterende kubieke centimeter met aanverwante artikelen was gevuld. Maar sinds 30 oktober hebben de 35 instrumenten en ruim 10.000 rollen een plaats in het door Janse eigenhandig verbouwde museum.

Misschien zullen er over enige tijd ook concerten te beluisteren zijn. De presentatie in de AGA-Zaal is een voorzichtig experiment, zegt Verdurmen, want je weet van te voren natuurlijk niet hoe leuk het is om een heel concert lang tegen een onzichtbare speler aan te kijken. Het publiek heeft er in ieder geval geen moeite mee en reageert vooral enthousiast op snelle riedels waarbij de lange rij toetsen van de Welte-Steinway de zaal toegrijnst als een klapperend kunstgebit. Een wat serieuzere functie dan bron van vermaak is de mogelijkheid die de instrumenten bieden om - in het licht van de interesse voor historische uitvoeringspraktijken - de toenmalige speelstijlen tot in het kleinste detail te bestuderen. Het rubato van Bloomfield-Zeisler en haar timing van bas en discant; de vrijheden die een Stavenhagen zich in Liszts legende over Franciscus van Assisi permitteerde; het toucher van Ravel: dankzij het Welte-opname systeem is het allemaal exact bewaard gebleven. Niet op krakende platen of zwevende banden, maar direct, aanschouwelijk, meetbaar en tastbaar aanwezig als bobbelige gaatjes in papier.

Meer over