Welkom in ons land

Het gaat goed met het 'aboriginal product'. Aussies en buitenlandse toeristen vinden hun weg naar het traditionele land. Soms afgelegen, soms duur, geheid authenthiek....

Eric van den Berg

De wind voert haar mee, nee, ze de wind, dat kleine wervelwindje dat lichtjes het zand optilt en weer laat vallen. Ze heet Thurley. Eenzame vrouw in een van de verhalen die aboriginals elkaar doorvertellen, om verleden en toekomst met elkaar te verbinden. Of gewoon om te waarschuwen dat vrouwen de didgeridoo niet mogen bespelen.

Thurley deed dat wel (vele, vele jaren geleden). De straf was geen lichte: ze zou nooit kinderen kunnen krijgen. Onverdraaglijk. Toen ze trachtte kinderen weg te kapen bij anderen uit het dorp, werd ze betrapt en gevangen. Ze werd verbannen, vastgezet tussen het heden en het verleden. Zou tot in het oneindige slechts toeschouwer zijn van wat is en wat was.

Ze is dat wervelwindje dat roept om hulp. Daar, recht voor je.

Ineens is in Mungo National Park, in New South Wales, de stilte ook geen stilte meer. Aboriginals horen altijd iets op deze o zo oude vlakte. 'Wie denkt dat Egypte oud is. . .', zegt gids Graham van Harry Nanya Tours (The land is our being, the rivers our blood). 'Puh! De grond waar je nu op staat is 44 duizend jaar oud.'

Dan is, ook voor Australische begrippen, es ver weg. Het Opera House in Sydney in het zuidoosten, het steeds vollere Cairns ergens noord, de must see Ayers Rock in het midden. Zelfs Mildura, de uitvalsbasis honderd kilometer dirt road verderop, lijkt nu van een andere wereld, of beter, van een andere tijd.

'Wunna bunna bidja', zegt Graham in de taal van zijn volk, de Paakantji 'Welkom in ons land.' Graag toont hij zijn home aan de niet-aboriginals. Dit jaar bezoeken 75 duizend toeristen Mungo, twee keer zoveel als vier jaar geleden. Aussies die meer over de oorspronkelijke bewoners van het continent willen weten, buitenlandse reizigers die op de vorige trip al hebben gedoken bij The Great Barrier Reef of The Great Ocean Road al hebben gereden.

'Het aboriginal-product loopt goed', heet het in de marketingtermen van Peta Cooper van Mildura Murray Outback. 'Het is good value.' Tourism Victoria heeft het laten onderzoeken. Aboriginal-conator Louise Therry: '86 Procent van de toeristen zegt iets aan aboriginal-cultuur te willen doen, maar uiteindelijk komt slechts 25 procent ertoe. Dat kan hoger.'

De aboriginal wordt in de markt gezet. Bezoek het Andere AustraliHet historische Mungo National Park, het mystieke Arnhem Land in het noorden, de subtropische eilanden van de Tiwi's.

Bezoek het andere Melbourne! Dit keer niet voor de Cricket Ground, maar voor het Ian Potter Centre. Daar hangen werken van de bekendste aboriginal schilder William Barak (1824-1903), maar ook hedendaagse schilderijen waarop premier John Howard en alcohol figureren als vijanden.

Ga langs bij de Koorie Heritage Trust (Koorie is in Victoria en New South Wales de benaming voor aboriginals). Sta er stil bij de massamoorden door de kolonisten, bij de tienduizenden halfbloed-kinderen van de Stolen Generation die in de vorige eeuw werden weggehaald bij hun moeder en een 'blanke' opvoeding kregen opgedrongen. Luister naar de verhalen van mensen die niet weten wie ze zijn.

Of eet 'bush food' eten bij TanabA Taste of Australia: kangoeroestaartsoep met bergpeper vooraf, gevolgd door zoutwaterkrokodil met sesamdressing.

Toch, het gaat vooral over land. Land waare leven, land waarvze leven, land waarmze leven. Land van hun voorvaderen.

Mungo National Park, zeven uur rijden van Melbourne of vijf kwartier vliegen, is het land van Mungo Woman, de vrouw van wie de resten in 1969 zijn opgegraven. De oudste gevonden homo sapiens (zeker 26 duizend jaar oud, maar vermoedelijk meer dan 60 duizend) ligt nu in de kluis van het bezoekerscentrum. Gids Graham: 'Ze is weer terug bij ons.'

Toen Mungo Woman nog leefde, was Mungo Lake echt een meer. Nu ligt het al even (vijftienduizend jaar) droog, zeven meter diep, drie keer zo groot als de haven van Sydney. Aan de rand liggen de Walls of China, een imposante duinenrij die erodeert door regen en de aanhoudende westenwind. Grondlagen van tienduizenden jaren oud worden blootgelegd. En daarmee botten van uitgestorven harige-neuswombats en Tasmaanse tijgers.

Een boardwalk is in de maak, opdat de toeristen niet zomaar overal rondbanjeren. 'We moeten het land beschermen', zegt Graham. 'Sommigen stoppen gewoon wat botten in hun zak.'

De Mutthi Mutthi, Paakantji en Ngiyampaa, de drie volken die Mungo beheren, zijn blij dat het gebied een Nationaal Park is geworden. Elk volk heeft drie ouderen in het bestuur; deze negen bepalen wat er met Mungo gebeurt en welke plekken toegankelijk zijn. 'Zo is het te controleren', zegt Graham, een veertiger die de komende twintig jaar hoopt te leren hoe een wijze oudere te zijn. 'Je kunt nu dingen verbieden.'

Een andere manier van beheersen: maak het zo duur dat slechts een select groepje erop afkomt. En houd het moeilijk bereikbaar. Wie in het hart van Arnhem Land wil vertoeven, een van de best bewaarde traditionele gebieden van de aboriginals, kan maar beter in Darwin een vliegtuigje charteren: 1400 Australische dollar heen en terug, 870 euro. Na een vlucht van een uur landt het op een airstrip bij Mount Borradaile. Een etmaal in het luxe-tentenkamp van Max Davidson (fan, echt bed, bus insectenspray) kost 280 euro.

Te gast op het land van de Bunidj. Die er allang niet meer wonen; er zijn sowieso nog maar vier mensen die de taal nog machtig zijn. Charlie is een van hen: hij gaf eind jaren zeventig zijn vriend Max toestemming het gebied beperkt open te stellen voor publiek. Per jaar mogen er maximaal duizend toeristen verblijven. Tegen een hoge prijs ('we willen geen backpackers hier, die willen feesten'); voor elke overnachting gaat er vijftig dollar naar de Northern Territory Land Council.

Charlie is erg oud, Max raakt ook al wat ziekelijk. Het kamp wordt nu gerund door Shane Goodwil (35), een blanke avonturier en loner uit Darwin die hoopt, net als Max, ooit geheel te worden geaccepteerd door de aboriginals en zelfs misschien te worden geinitieerd. 'Ik ben hier niet om ze te helpen, ik wil er onderdeel van zijn. Ik wil hier voorgoed blijven.'

Voor hem is Mount Borradaile, een gebied van zo'n 740 vierkante kilometer, een tijdmachine. Hij ziet de geschiedenis in de driehonderd jaar oude mensenbotten die er liggen, in de dominostenen die ooit uit Indonesioeten zijn meegekomen, maar bovenal in de topattractie: de rotstekeningen, sommige 55 duizend jaar oud, andere 1500 jaar. Een spectaculaire wandel-en klautertocht, door de hitte maar ook door zwermen vleermuizen, leidt naar de schatten van Arnhem Land. Onaangetast. Ook de zes meter grote heilige regenboogslang die uit de hemel is neergedaald, rivieren en valleien crede, en mens, plant en dier het leven gaf.

Dat was in de tijd van de Dreaming, de mythologische tijd met een begin, maar zonder einde. Het hier en nu is tastbaarder, en verleidelijker voor de toeristen. Ze kunnen met Charlie's Rangers (Dough, John en Grant) gaan jagen op varkens. Barramundi-vissen vangen (en krokodillen kijken) op de mystieke Cooper Creek. En, een favourite, het subtropische woud leren kennen, de 'supermarkt' van de aboriginals: de Billy Goat-pruimen aten ze voor de vitamine C (vijftig keer zoveel als in een sinaasappel), de Soap Bush gooiden ze in het water om de vissen te doden.

Niet dat alle 400 duizend aboriginals van nu 2 procent van de Australische bevolking zo intens verbonden zijn met het land. Ze hebben een baan in Melbourne, maken beeldjes in hun dorp, of zijn, zo is dagelijks te zien op straat, werkloos in Alice Springs of Darwin. 'De economische problemen zijn nog groot', zegt Genevieve Grieves van de Koorie Heritage Trust in Melbourne. 'Aboriginals zijn goed in dans, sport en kunst, maar op economisch terrein hebben we nog geen gezicht. Bij Qantas of bij de bank zie je geen aboriginal achter de balie.' Billy, een Tiwi-aboriginal op Bathurst Island, is gids. Niet altijd tot volle tevredenheid van Tiwi Tours, want er hoeft maar s te zijn met een van zijn vier vrouwen, en hij komt niet opdagen. Traditioneel ontmoet modern: hij gaat eenmaal per jaar tijdens de bush holiday met de kinderen het woud in om ze te leren jagen, en kampeert daar een week later met backpackers die zijn overgevlogen vanuit Darwin.

De Tiwi's hebben op Bathurst Island hun cultuur gemixt met die van de andere kant van het water. Billy nodigt de toeristen uit om thee te drinken bij zijn familie, maar aldaar mag hij Dorene niet aankijken; contact met zussen of al te nabije nichtjes is verboden van hun puberteit totdat ze grijze haren hebben. Billy eet mangrovewormen en schildpadeieren (gretig op de foto gezet), maar volgt Europees voetbal op Fox, is naar Graceland geweest ('Tiwi's houkijkt den van Elvis, dat is hun stijl'), en

The Lord of the Rings in de bioscoop van het dorp.

De Tiwi's zijn open, laten alles zien. Het museum, de kerk (ook het christelijk geloof hebben ze georporeerd), de school, de traditionele begraafplaatsen. Plus natuurlijk het fabriekje van Tiwi Design ('dit is de laatste kans dat u iets kunt kopen'). Aan stoffenontwerpen verdienen de Tiwi's nog het meest. Zelfs Whoopi Goldberg en Boy George hebben hier wat besteld.

's Avonds kamperen bij Lake Moantu. Tentjes opzetten, barbecuen (kangoeroesteak, waterbuffelworstjes), slapen. En dan valt de stilte in. Maar niet voor Billy. Hij hoort de regenboogslang, die hier woont en zijn water beschermt. Zwangere vrouwen mogen hun handen er niet in wassen, want hij houdt niet van foetussen. Iets opvissen: verboden. Anders zal het eeuwig regenen.

Meer over