Welkom in Kosovo, uw auto was er al

In Kosovo bevindt zich niet alleen een vredesmacht. Een hele samenleving is overgenomen. Alles komt van buiten, alleen het volk niet....

door Martin Sommer

Hoe Frans is Kosovo, vraagt de chef buitenland. Ik ben als correspondent te Parijs uitgenodigd om twee dagen in het kielzog van de Franse landstrijdkrachten de goede KFOR-werken te bekijken. Voorlopig is Kosovo zeer Frans. Verzamelen op het binnenplein van de École militaire, hartje Parijs. Hier werd ooit kapitein Dreyfus hardhandig van zijn epauletten ontdaan. Ook Frans-en-in-orde: de maaltijd in het Transall-transportvliegtuig, sperzieboontjes met gebakken spekjes in een bakje van golfkarton.

Vijf uur later sta ik met 25 collega-journalisten op de landingsbaan van Pristina. Opgewacht door indrukwekkende Italiaanse carabinieri met vervaarlijke machinegeweren en nog vervaarlijker zonnebrillen. Achter Italiaans zwaailicht wurmt de journalistenbus zich richting Pristina. De kapotgeschoten huizen langs de route zijn ruim een jaar na de oorlog bijna allemaal opgelapt, met feloranje instantbaksteen. Op vele daken wappert de rode Albanese vlag met de zwarte adelaar.

En overal auto's met KFOR, Unmik, World Food Program, andere VN-diensten. Apothekers zonder grenzen. Aan een gouvernementsgebouw hangt de blauwe EU-vlag. Het ziet eruit als een bezetting. Een welkome bezetting, maar toch een bezetting. Onze Franse officier legt het chaotische verkeer met een vanzelfsprekend gebaar stil, zodat wij de bus uitkunnen. Geen twijfel, KFOR heeft het hier voor het zeggen.

We rijden naar film-city, een versleten studiocomplex dat neerkijkt op Pristina en dient als KFOR-hoofdkwartier. De Spaanse generaal Juan Ortuno, scheidend KFOR-opperbevelhebber, vertelt het optimistische verhaal. Dat luidt: het voormalige Albanese guerrillaleger UCK, 23-duizend man sterk, is ontbonden. Vijfduizend man hebben zich laten omscholen tot hulppolitie, achttienduizend zijn teruggekeerd naar de burgermaatschappij. Het aantal wekelijkse moorden is teruggelopen van veertig tot vijf. Ortuno schat wel dat KFOR en VN nog minstens tien jaar in Kosovo zullen moeten blijven. Aan die tien jaar houden alle gesprekspartners zich trouw. Vermoedelijk was Ortuno's voorganger, de Duitse generaal Reinhardt, de eerste die over tien jaar begon.

Why we're here, staat met een hartverscheurende kleurenfoto achterop de KFOR-persmap. Het hernieuwde samenleven van Serviërs en Albanezen begint voorzichtig op gang te komen, zegt generaal Ortuno.

39 Landen doen mee aan de vredesoperatie in Kosovo. Per dag worden zeker tien wapens in beslag genomen. Ze hebben het mijnencomplex van Trepca gesloten, de grootste fabriek van Kosovo. Zwaar vervuild met lood. Een paar weken terug liep er zoutzuur in de rivier uit een rottend vat. 'Plekken waar Zola grotelijks in de schaduw werd gesteld', zegt de generaal. Fransen, Amerikanen en Zweden zijn drukdoende om het complex over anderhalf jaar weer rendabel te maken. Vijftig mark per maand krijgen de werknemers van de fabriek die naar huis zijn gestuurd. Het dubbele van hun vroegere loon.

Wat kost dat nou, zo'n land in de kost nemen? vraag ik Hollands-op-de-penning aan de generaal. Ortuno weet het niet. Niemand weet het. Het enige beschikbare cijfer komt van het Institute for Strategic Studies in Londen. Tien miljard dollar over het halve jaar 1999 nadat de NAVO was binnengetrokken. De EU gaat uit van 108 miljard dollar, gerekend over drie jaar.

We rijden naar het orthodoxe klooster van Gracanica om de Servische kant van de zaak te beschouwen. Het schemert als onze carabinieri de weg afsluiten opdat wij kunnen uitstappen. Aan de overkant schijnt licht uit cafeetjes en winkels met cyrillisch opschrift: rondom het klooster bevindt zich een enclave waar een paar duizend resterende Serviërs hun toevlucht hebben gezocht. In de donkere kerk glanzen ikonen, terwijl een handvol zwart uitgedoste nonnen ijle liederen zingen.

Mevrouw Rada Trajkovic doet namens de Serviërs mee aan de interim-bestuursraad van Bernard Kouchner. Ze praat met de harde stem uit een voorbij tijdperk. Ze somt op waar KFOR en VN gefaald hebben. 1200 Serviërs gedood sinds de machtswisseling vorig jaar, 950 ontvoerd volgens het Rode Kruis, 120 duizend hun baan verloren. Dagelijks worden er Serviërs ontvoerd, wat wordt bevestigd door de KFOR-cijfers.

Terug in de bus, naar Pristina en het huis van Ibrahim Rugova. De voormalige oppositieleider kijkt opgewekt. Boven zijn hoofd hangen twee grote foto's van hem zelf, een samen met moeder Teresa en een samen met de paus. Anders dan mevrouw Trajkovic is Rugova heel blij met VN en KFOR. De justitie werkt weer, het onderwijs. Hij is niet bang dat de machtige buitenlandse beschermers zullen vertrekken. Het VN-mandaat heeft geen limiet. 'En de NAVO moet hier altijd blijven.'

De volgende morgen kijk ik achthoog uit het raam van het Grand Hotel in Pristina, en herken Afrika uit een vorig journalistiek leven. Een bekende geur van houtvuurtjes, exotisch eten en bederf. Het uitzicht op afgetrapte flats en parkeerplaatsen vol four-wheel-drives van de VN, komt ook al bekend voor. Langzaam begint het me te dagen dat het NAVO-ingrijpen van vorig voorjaar nogal wat voeten in de aarde heeft.

In Kosovo bevindt zich niet alleen een vredesmacht. Een hele samenleving is overgenomen. Tot de medische verzorging aan toe, die nu gratis door KFOR wordt aangeboden. Is dat geen valse concurrentie voor de plaatselijke doktoren? Nee, zegt een Franse legerarts. Nee, want die zijn er niet. Vierduizend rechters zijn ingevlogen om de rechtspraak te verzorgen. Betalen gebeurt met marken. In zekere zin is Kosovo het ideale ontwikkelingsland: na tien jaar apartheid en veertig jaar socialisme er is zó weinig, dat de westerse weldoeners het helemaal naar eigen beeld en gelijkenis kunnen kneden.

Alles komt van buiten, alleen het volk niet. Al zouden sommigen dat ook wel willen. De klachten die óók bij de ontwikkelingshulp horen, vallen eveneens te noteren. Anoniem, dat hoort erbij. De Albanezen doen niks. Ze kunnen het nog niet. Het is sjorren aan een dood paard. Het is een moeras, goed dat het Nederlandse contingent bijtijds is vertrokken. Je geeft hier een bevel, dat normaal wordt opgevolgd. Maar in Kosovo gebeurt er niets.

De bus rijdt naar Mitrovica, het kruitvat in het noorden waar Serviërs en Albanezen oog in oog staan aan weerszijden van de brug over de Ibar. We worden aangehouden door KFOR-krijgers uit de Verenigde Arabische Emiraten. Mitrovica is een 'camp-city'. Er is niet op rollen prikkeldraad bezuinigd, de brug doet nog het meest denken aan Checkpoint Charly in Berlijn.

Het is de laatste tijd rustig. Geen rellen, geen schietpartijen. Kolonel Saillard legt uit dat ook in Mitrovica de 'militaire logica' bezig is plaats te maken voor 'ontwikkelingslogica'. Scholen herbouwen. De weg van Pristina naar Mitrovica krijgt een opknapbeurt. Duitsers zijn bezig met het recyclen van afval. Denen halen huisvuil op. 'Iemand moet het toch doen.' De trein tussen het zuiden en Zvecan is ook in VN-handen, zodat de Serviërs naar hun werk kunnen. Bewaakt uiteraard, door Italianen.

Onder het gehoor is de Deense kolonel Grüner, tevens tweede KFOR-man voor Mitrovica en omgeving. Hoe zit dat met die ontwikkelingshulp, vraag ik hem. In Afrika hebben we na jaren begrepen dat goede bedoelingen niet genoeg zijn. Gaan we in Zuidoost-Europa via de militaire band het wiel opnieuw uitvinden? 'That', zegt de kolonel plechtig, 'is a very good question.'

Kolonel Grüner laat zich tijdens de rondleiding door het ziekenhuis even gaan. We hebben hier te maken met boeven en misdadigers, 'robbers and thiefs', zegt hij. En wat betreft het beginnende samenleven van Serviërs en Albanezen: 'Bullshit!' De kolonel schrikt als er een opschrijfboekje tevoorschijn komt. Maar een collega-officier had hetzelfde de vorige avond verteld. Bendes, boeven, criminelen. 'Heb jij ooit een guerrillaleger gezien dat zich vreedzaam laat omturnen tot politie agentjes?'

De beruchte brug van Mitrovica valt nog helemaal onder de militaire logica. Boven op een aanpalend gebouw wordt de toestand met behulp van een uitschuifbaar aanwijsstokje uitgelegd door de Franse luitenant-kolonel Yves. Die heeft geen microfoon nodig, zegt hij zelf.

Eén voormalige apotheekster van Servische afkomst woont nog bezuiden de Ibar, roept luitenant-kolonel Yves. En de pope met z'n familie, vijftien mensen bij elkaar, rondom de orthodoxe kerk. Die zijn we gepasseerd, geheel omcirkeld met rollen prikkeldraad, zandzakken en pantserwagens. Ze worden dag en nacht beschermd door een Poolse compagnie. Daar zijn permanent zo'n honderdvijftig militairen mee zoet.

De Fransen hebben Mitrovica-Noord volledig onder controle, roept de commandant. 'We staan op elke hoek. Elk huis is in kaart gebracht, elke voordeur kennen we, iedereen die er woont. Zodat elke indringer meteen herkend wordt.' Mitrovica-Noord is zo explosief omdat het nog steeds een gemengd gebied is. 'Très violent!', geniet de commandant. Hij wijst met zijn uitschuifstok op een schema dat is gemaakt van de drie torenflats aan de overzijde van de Ibar.

Van elk appartement is met een kleur aangegeven welk volk er woont, Serviërs blauw, Turken oranje, Albanezen rood, Bosniërs groen. Plus het aantal gezinsleden. De Serviërs durfden lange tijd de deur niet uit, uit angst dat hun appartement door de Albanezen met hun grote gezinnen zou worden overgenomen. De Albanezen kónden de deur niet uit omdat de flats op Servisch gebied liggen. Nu is er voor de Albanese flatbewoners een aparte brug over de Ibar geslagen, zodat ze aan de Albanese zuidzijde boodschappen kunnen doen.

Onze bus rijdt stapvoets de brug over naar Mitrovica-Noord, langs het café waar de Serviërs de wacht houden voor het geval één Albanees de oversteek waagt. De hoofdstraat ziet er redelijk uit, de winkels zijn goed voorzien. Elke ui en elk ei komt uit Servië, zegt luitenant-kolonel Yves. We passeren de drie flats, ruim voorzien van prikkeldraadrollen en eigen pantserwagens. 'Elke bewoner heeft een pasje, geen muis komt er verder in.' Gaat het beter? 'Vorige week werd er nog een raket afgevuurd.'

Het is moeilijk kiezen tussen opgetogen zijn over het mooie werk van de internationale gemeenschap en somberen over de vooruitzichten. Generaal Reinhardt, de voorganger van Ortuno, had in maart in Die Zeit al gezegd dat 'de wereldgemeenschap in Kosovo rekening moet houden met een tweede Cyprus of een tweede Noord-Ierland' En dan is dit alleen maar het kleine Kosovo, honderd kilometer in het vierkant, niet meer dan tweeënhalf miljoen mensen. 'We zijn nog niet klaar met de Balkan', bevestigde generaal Ortuno in zijn toespraakje.

De laatste etappe van de bus brengt ons bij Bernard Kouchner, Kosovo-bestuurder namens de VN. Hij stapt de vergaderzaal binnen met een kwinkslag. 'Welkom in Kosovo, uw auto was er al.' Is het een grap? Maar over gigantische criminaliteit wil hij vervolgens niets weten. Nog altijd vijf moorden per week, erkent de administrateur. Het afgelopen weekeinde drie. 'Normale moorden, geen etnische.'

Kouchner is dubbelzinnig. Kritiek wil hij niet horen. 'Journalisten zeggen altijd dat dit een mission impossible is.' De vraag waarom hijzelf na ruim een jaar wil vertrekken, walst hij weg. Waar bevindt Kosovo zich nu? 'We hebben zojuist een enorm succes geboekt. We hadden een VN-feestje, waarvoor we wijn hebben kunnen importeren uit Servië. Op het etiket stond Made in Yugoslavia. Dat was een jaar geleden absoluut niet mogelijk geweest. Daar bevinden we ons. Gaan jullie vanavond terug naar Parijs? You're lucky.'

Meer over