Welkom in de muziekbusiness: you're fucked!

Gijsbert Kamer

Het lijkt hier in Austin voor de bezoekers aan SXSW Music 2011 allemaal een dag eerder te beginnen dan voorheen. Hoe was het ook al weer toen ik hier in 1998 voor het eerst kwam? Op dinsdag gebeurde er niks, op woensdag kon je je badge ophalen en waren er ’s avonds al enkele zalen die showcases presenteerden. De volgende ochtend, donderdag werd je vervolens welkom geheten en was er een keynote speech, in 1998 van Nick Lowe.

’s Middags bleef je dan vooral in het Convention Center hangen om paneldiscussies bij te wonen. Er waren overdag wel wat feestjes waar bands optraden, maar naar bands ging je vooral ’s avonds luisteren.

Dit jaar begon het muziekgedeelte van SXSW op het moment dat het interactieve deel afliep. En vanochtend waren er al paneldiscussies terwijl morgenochtend pas Bob Geldof zijn keynote speech geeft.

Prima, ik ben er toch, dus laten we maar lekker vroeg beginnen. De hele dag gonsde het gisteren al met geruchten over wie de ‘surprise act’ in Stubb’s zou zijn. Eigenlijk wist iedereen het wel zeker: de Foo Fighters. Immers hun docu ging die middag in premiere en vanavond moeten ze hier iets doen op een MTV feestje.

En inderdaad, terwijl ik met een paar collega’s van 3Voor12 in Emo’s stond waar zojuist Jamie Woon (dubstep vriendje van James Blake) niet echt veel indruk wist te maken met wat verdunde dansbeats en weinig beklijvende, slappe liedjes, stroomden de berichten op de smartphones binnen. Ja het waren de Foo Fighters, en ja er stonden enorme rijen voor de deur.

En nee, ik ben niet gaan kijken.

Noem het een blinde vlek of een van mijn eigenaardigheden maar ik vind de Foo Fighters een stomvervelende rockband met slechts een leuke plaat, het debuut uit 1995.

Maar goed, het is een grote rockband geworden, daar hebben ze mij verder niet meer bij nodig. En ik hun ook niet voor een geslaagd verblijf op SXSW.

Ik ben nog even in Emo’s gebleven, zag een zeer matig Weekend (shoegaze met een lelijke schreeuwzang) en ben terug gegaan naar mijn hotel, waar ik Bob Geldof bij David Letterman een onbeduidend nieuw liedje hoorde zingen.

Zijn grootste wens is om een concertzaal als Paradiso uit te verkopen alleen op basis van zijn muziek: nou Bob, dan moet je betere liedjes schrijven. Maar goed, benieuwd wat hij hierover morgen zelf te zeggen heeft.

Vanochtend begon het seminar-gedeelte met een reprise: een voordracht van Martin Atkins onder de aanstekelijke titel: Welcome To The Music Business: You’re fucked.’

Een soort college voor muzikanten die het willen gaan maken met hun bandje. Dat hoorde ik hem twee jaar geleden hier ook al geven, zijn adviezen betrof toen vooral hoe je het meeste uit het touren kunt halen. Wie in de States op tour wil kan het beste aan de oostkant blijven, voorbij de mississippi reis je je helemaal suf voor in het totaal maar vijftien plekken waar een behoorlijke afzetmarkt voor livemuziek is.

Aan de oostkust is het te doen, vergeet het westen, zo is nog altijd zijn devies.

Nieuw in zijn betoog was de rol van social media, en het voordeel dat gratis muziek beschikbaar stellen je kan opleveren. ‘Free is the new black!’ was een van zijn stellingen, die ik geloof ik nog steeds niet helemaal begrijp maar zijn voorbeeld van Monty Python die alles gewoon voor niks op YouTube knalden en vervolgens hun marktwaarde voor optredens met 23.000 procent zagen stijgen, lijkt me duidelijk.

Zijn wetmatigheid: ‘The stuff we give away the most, sells the most.’

Of: ‘It’s not a problem if 20.000 people download your song immediately, it’s a problem if nobody does.’

Ook leuk: ‘Small is the new huge’. Ga desnoods in een telefooncel optreden, als je maar kunt roepen dat je eerste shows uitverkocht waren.

Geestig, opnieuw die Atkins die als muzikant in PiL en Ministry ook zijn sporen wel verdiend heeft.

Maar ik wil in Austin ook altijd graag wat muziekverhalen horen. Over bijzondere muzikanten van bijzondere mensen. Zo ben ik vrijdag benieuwd naar Yoko Ono en genoot ik zojuist van een forum over Captain Beefheart.

Leuk om kunstenaar/muzikant en vriend van Van Vliet Victor Hayden eens te zien, ook wel bekend als The Mascara Snake, of Langdon Winner, de man die in 1970 de legendarische coverstory voor Rolling Stone schreef, waarna Trout Mask Replica pas echt de cultstatus verwierf die de dubbel-lp nog altijd heeft.

Winner zei dat hij aanvankelijk niks kon met de plaat en de recensie overliet aan Lester Bangs. Die opende hem de oren, en een half jaar luisterde hij er zeer intensief naar.

Wat iedereen vooral moest weten, zo benadrukte gitarist Gary Lucas is dat Van Vliet helemaal niet de onhandelbare ploert was die zijn band dictatoriaal leidde, zoals de laatste tijd in diverse boeken is betoogd.

Nee, hij kon niet spelen, maar hij wist zijn bandleden wel feilloos uit te leggen wat hij wilde. Bovendien: iedereen kon gewoon opstappen als het niet beviel, maar Lucas zelf bijvoorbeeld was veel te geobsedeerd door zijn broodheer om dit maar een seconde te overwegen. ‘Hij was ook heel humaan en inlevend.’

Mooi was ook het verhaal over de metaforen waarin Beefheart vooral over muziek praatte. Welk liedje het was werd niet duidelijk maar hij zou zijn Magic Band eens hebben verteld dat hij een nummer in zijn hoofd had dat klonk als een lange rij van mieren die onderweg naar een klein holletje ineens worden opgeschrikt.

Muzikanten die daar iets mee konden, die zocht Beefheart.

De media hebben Beefheart vaak als freak afgeschilderd. Vooral door toedoen van vooral Frank Zappa, die het als baas van Beefhearts label Straight marketingtechnisch wel handig vond.

Maar het was een zeer intelligent en bewogen mens, als we de heren op SXSW mogen geloven.

En iemand die muziek maakte die nog altijd volledig op zichzelf staat.

Daar gaat het hier om. Daar hoop ik hier nog wat van op te pikken.

Meer over