Welke zorgverzekeraar wint strijd om klant?

Miljoenen mensen beslissen deze maand over hun zorgverzekering . In het verbeten gevecht om de klant zegt VGZ winnaar te zijn. Terecht? Vijf vragen over de strijd in de zorg....

Om welk been strijden de zorgverzekeraars zo fel?

Meer dan 16 miljoen Nederlandse ingezetenen moeten voor 1 maart laten weten of ze bij hun zorgverzekeraar blijven. Achmea, VGZ, CZ, Menzis en Agis zijn de vijf grootste spelers op deze miljardenmarkt. Zij hebben samen meer dan 75 procent van de markt in handen hebben. VGZ meldde maandag als grootste verzekeraar van Nederland dat het verwacht honderdduizend nieuwe aanmeldingen binnen te krijgen. Dit maakt dat de verzekeraar straks 3,4 miljoen verzekerden heeft. De verzekeraar verwacht dat de kaarten wel zijn geschud op de markt, ook al kunnen mensen nog tot 1 maart wachten om van verzekering te veranderen.

Zijn er in een tussenstand winnaars en verliezers te noemen?

VGZ is zeker genoeg van z'n zaak om weken voor het einde van de strijd al een flinke groei bekend te maken. CZ laat direct daarop weten ook een groei met honderdduizend verzekerden te verwachten, ofwel een stijging met 5 procent. Menzis adverteert in kranten met de mededeling dat al honderdduizend mensen zich hebben gemeld voor de collectieve zorgverzekering die vakcentrale FNV met Menzis heeft afgesloten. Gaston Sporre, directeur van Achmea Zorg reageert terughoudender: 'We zijn pas halverwege de wedstrijd. Iedere voorspelling is nog prematuur.' Hij ontkent niet dat hij ook hoopvol is gestemd: 'We hopen een groei met vijf nullen te kunnen schrijven. Maar dat kan niet gaan gelden voor alle verzekeraars, dan zouden we 33 miljoen verzekerden hebben.' Daarom durft hij de uitkomst niet te voorspellen. Woordvoerders van Menzis en Agis houden zich nog op de vlakte. Maar de laatstgenoemde kreeg al een gevoelige klap te verwerken: een collectief contract van duizenden politie-agenten en hun gezin is Agis kwijtgeraakt aan CZ.

Welke rol spelen de 'nieuwe' collectieve contracten in de strijd?

Zonder twijfel een heel belangrijke. Verzekeraars kunnen op collectieve contracten kortingen tot 10 procent geven. Daarnaast mogen voor het eerst ook andere organisaties dan werkgevers dit soort contracten afsluiten. Dit heeft het gevecht om de verzekerde een scherp karakter gegeven. Via deze contracten zijn immers grote groepen verzekerden in één klap binnen te halen. Sporre van Achmea: 'We hebben 35 nieuwe collectiviteiten binnengehaald tegenover een verlies van 5 tot nu toe.'

Diverse onderzoeken stelden in de afgelopen maanden dat via de collectieve contracten miljoenen verzekerden van verzekeraar zouden gaan veranderen. Dit moet nog blijken. Maar duidelijk is dat zelfs een verlies van een collectief contract met enkele tienduizenden verzekerden hard aan kan komen bij een verzekeraar. Zo'n verlies kan zomaar betekenen dat 5 tot 10 procent van de omzet wegvalt. De honderdduizend mensen die hebben gekozen voor het collectieve contract van FNV vertrekken uit een ander contract. Zo kan ook het collectieve contract dat de Rabobank zijn 1,2 miljoen rekeninghouders aanbiedt een forse verschuiving teweeg brengen.

Is de strijd al gestreden, zoals VGZ suggereert?

Nee, tot op de dag van vandaag zetten verzekeraars nieuwe producten in de markt. Op dinsdag meldt Ohra nog dat de aanvullende tandartsverzekering wordt uitgebreid, CZ heeft onlangs nog een nieuwe verzekering voor studenten opgezet. Alles wordt nog op alles gezet om twijfelaars over de streep te trekken.

Wie beslist wanneer?

Alle tumult rond het gevecht tussen de zorgverzekeraars ten spijt, de individuele consument beslist. Tot vorig jaar was een keuze voor het collectieve contract van de werkgever bijna een 'moetje' of lag deelname aan het regionale ziekenfonds voor de hand. Nu kan iedereen vrij kiezen. Dat maakt de uitkomst voor de strijd zo onvoorspelbaar. In de woorden van Sporre, opzeggers hebben de neiging tot het laatste moment te wachten. Dus rekent Achmea zich nog niet rijk. Pas na 1 maart weet elke verzekeraar wie blijft.

Meer over