Postuum

Welk schilderij is een Rembrandt en welke niet? Die vraag bepaalde het leven van ’s werelds grootste kenner, Ernst van de Wetering (1938-2021)

Welk schilderij is een Rembrandt? En welke niet? De woensdag overleden kunsthistoricus Ernst van de Wetering had hij bij het beantwoorden van die vragen het laatste woord. Hij gold als ‘s werelds grootste Rembrandt-kenner, zijn oordeel was leidend.

Ernst van de Wetering geeft aan de NOS tekst en uitleg over schilderij waarvan hij vaststelde dat het van Rembrandt was:  
Oude man met lange baard. Het oordeel van Van de Wetering, voormalig tekenleraar, was wereldwijd leidend.  Beeld Hollandse Hoogte / Marco Okhuizen
Ernst van de Wetering geeft aan de NOS tekst en uitleg over schilderij waarvan hij vaststelde dat het van Rembrandt was: Oude man met lange baard. Het oordeel van Van de Wetering, voormalig tekenleraar, was wereldwijd leidend.Beeld Hollandse Hoogte / Marco Okhuizen

Die autoriteit dankte hij aan het werk dat hij verrichtte met het Rembrandt Research Project (RRP), waarbij hij vanaf de oprichting in 1968 betrokken was. Het RRP was de grondlegger van het natuurwetenschappelijk onderzoek naar schilderijen. Daarbij werd door technisch onderzoek naar het materiaal – de verf, het doek, het paneel – zo veel mogelijk informatie verzameld.

Waar kunsthistorici voorheen keken naar de stijl (‘Rembrandt zou die neus nooit zo hebben geschilderd’), analyseerde het RRP bijvoorbeeld pigmenten. Bevatten die ingrediënten die pas in 1670 werden gebruikt, dan kon er een streep door de naam van Rembrandt, die in 1669 overleed.

De brievenbus van het RRP puilde uit met post van mensen die in het bezit meenden te zijn van een Rembrandt, zegt kunsthistoricus Marieke de Winkel, die tussen 1993 en 2003 met Van de Wetering bij het RRP werkte. ‘Dan was het weer een foto van een bruine placemat, waarna Ernst in een keurige brief schreef dat het geen Rembrandt kon zijn, gezien de trein op de achtergrond.’

Een enkele keer was het wél veelbelovend. Zoals in 2006, met Een geleerde aan zijn schrijftafel en Meisje in een schilderijlijst, van het Koninklijk Kasteel in Warschau. De Winkel: ‘Toen stapte Ernst op het eerste vliegtuig.’

Het natuurwetenschappelijk onderzoek zorgde voor een radicale verandering in het wetenschappelijk kunstonderzoek, omdat het hiermee meetbaar werd; jaarringen van een paneel kun je tellen, en pigmenten kun je ontleden om te zien waar ze van zijn gemaakt. Maar het was vaak niet voldoende om uitsluitsel te bieden. Leerlingen van Rembrandt werkten immers in dezelfde tijd, met hetzelfde materiaal. De Winkel: ‘Uiteindelijk kwam het vaak toch weer neer op zijn geschoolde oog. Als geen ander kon hij uitleggen waarom een bepaalde verfstreek wel of niet van Rembrandt was.’

Het oog van Van de Wetering was bevreesd, zeker door museumdirecteuren en verzamelaars die meenden dat het pronkstuk van hun collectie een Rembrandt was. De grote financiële druk op zijn werk vond hij ‘erg vervelend’, zegt Taco Dibbits, directeur van het Rijksmuseum.

In het begin van de 20ste eeuw werden er 611 schilderijen aan Rembrandt toegeschreven. Na de filter van het RRP zijn dat er nog 340. Van de Wetering leidde het RRP vanaf 1995 en voltooide het project in 2015 met de publicatie van het zesde deel van A Corpus of Rembrandt Paintings.

Van de Wetering werd in 1938 geboren in Hengelo en volgde een opleiding tot beeldend kunstenaar. In 1963 ging hij kunstgeschiedenis studeren aan de Universiteit van Amsterdam.

Tussen 1987 en 1999 was Van de Wetering daar hoogleraar Kunstgeschiedenis Nieuwere tijd. ‘Aan de hand van dia’s legde hij uit hoe Rembrandt bijvoorbeeld een ooglid schilderde’, zegt kunsthistoricus Harriet Stoop, die colleges bij hem volgde. ‘Dat deed hij zo beeldend, dat je je realiseerde dat er geen perfecter geschilderd ooglid bestaat.’

Na een college kreeg hij weleens een staande ovatie. Zijn studenten waren haast zijn discipelen, zegt De Winkel, die ook zijn student was. ‘We waren totaal toegewijd aan hem.’ Van de Wetering was gul met zijn netwerk. Studenten nam hij mee naar de wereldberoemde kunsthistoricus Ernst Gombrich, met wie hij een diepe vriendschap had, zegt De Winkel. ‘Ik heb nog voor Gombrich pannenkoeken gebakken.’

Ook Rijksmuseum-directeur Taco Dibbits studeerde bij hem. ‘Met zijn tienen reden we in een Volkswagen-busje naar Berlijn, waar we vroeg opstonden om kunst te kijken. Hoe hij zijn wetenschappelijke kennis begrijpelijk uitlegde, was eindeloos inspirerend.’

Van de Wetering legde de lat hoog, voor zichzelf en zijn omgeving. Als anderen hun mening slecht onderbouwden, kon hij kribbig zijn, zegt Dibbits. ‘Als je zo lang met één kunstenaar bezig bent, kan het lastig zijn om er een dialoog over te voeren, omdat je altijd meer kennis hebt.’

Dibbits vroeg Van de Wetering bij zaken rondom Rembrandt om advies, zegt hij. De laatste jaren deed hij dat onder meer bij de verwerving van ‘De huwelijksportretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit’ en bij de restauratie en reconstructie van De Nachtwacht.

Recentelijk werkte Harriet Stoop samen met Van de Wetering om het belang van een reconstructie van de delen van De Nachtwacht die drie eeuwen geleden verloren gingen onder de aandacht te brengen bij het restauratieteam. ‘De huidige reconstructie vond hij interessant, omdat je ziet dat Rembrandt heel andere bedoelingen had met perspectief, dynamiek en beweging. De intentie van de kunstenaar vond hij cruciaal. Eigenlijk hoopte hij daarom dat de missende delen permanent en eventueel geschilderd teruggeplaatst zouden worden.’

Zelf was Van de Wetering ook een begaafde schilder, zegt Stoop. ‘Hij heeft prachtige landschappen gemaakt en stillevens met enorm gevoel voor kleur en hier en daar kwam er een duif of een hond voor in zijn werken, hij hield van dieren.

Zijn overlijden slaat een groot gat in de mondiale kennis over Rembrandt, zegt Onno Blom, schrijver van De jonge Rembrandt. ‘Hij was de enige échte autoriteit in de wereld. Veilinghuizen en musea die nu met een schilderij in hun maag zitten, weten niet meer naar wie ze toe moeten gaan om vast te stellen of dat al dan niet van Rembrandt is.’

Wars van uiterlijk vertoon

Elke ochtend stond Van de Wetering om vier uur op om te schrijven. Om half negen fietste hij naar de universiteit, waar een stretcher stond voor een eventueel dutje. Net als Rembrandt was ook Van de Wetering wars van uiterlijk vertoon, zegt Marieke de Winkel. ‘Hij droeg jarenlang dezelfde blauwe spencer met roze das. Op reis droeg hij pantoffels.’

Lezing

Marieke de Winkel herinnert zich een collega die Van de Wetering vroeg mee te rijden naar een lezing. ‘Wanneer is die?’, vroeg Van de Wetering. ‘Vanmiddag’, zei de collega. ‘En wie is de spreker?’ ‘Jij.’ Hij was het vergeten en bereidde gestresst een diapresentatie voor. De Winkel: ‘Na afloop sprak iedereen van een fantastisch verhaal.’

Oog voor detail.

Ook bij de serie Oog voor Detail in Volkskrant Magazine is de inspiratiebron terug te voeren tot Ernst van de Wetering. Wieteke van Zeil was zijn student: ‘Hij liet ons zien hoe groot de betekenis van een klein detail kan zijn; een schaduw, een waaier, een verzonken blik. Zo’n detail kan een heel verhaal spanning geven, en Van de Wetering liet precies zien hóé de kunstenaar dat voor elkaar kreeg.’