Wel de woningen vernieuwd, maar niet de stad

Twintig jaar geleden trokken de eerste bewoners in de vernieuwde Schilderswijk. In de Haagse volkswijk is ten westen van de Vaillantlaan nu de laatste fase van de stadsvernieuwing aangebroken....

HIJ ZOU ER een boek over kunnen volschrijven, Andries van Wijngaarden. Over dat speciale volk, de Hagenaars, en een nog specialere wijk, de Schilderswijk. De Rotterdamse architect heeft er dan ook zijn halve leven doorgebracht. 'Tja, waarom zijn die Schilderswijkers nu anders dan de bewoners in Rotterdamse stadsvernieuwingswijken?' Na enig denken komt hij met een voorbeeld dat uit de tijd van de energiecrisis stamt.

'De bewoners in de Rembrandtstraat riepen in koor: we willen geen centrale verwarming meer. Daar zaten we, een leger ambtenaren, de woningbouwverenigingen, de architecten, en op elke vergadering klonk het: we willen een stookkanaal. Het liep hoog op. Nou, het slot van het liedje was, dat we allebei moesten uitvoeren. Moet je je voorstellen, zo'n breed pakket stookkanalen die over vier verdiepingen liepen, plus de cv, en dat stak allemaal het dak uit. En niet van die lullige pijpen hoor, maar chamotte gebakken elementen!

'Jaren later liep ik weer eens door de wijk, belde aan bij een mevrouw die in een huis van mij woonde. Plavuizen op de vloer, biels meubelen, het enige dat je kon doen was langs de kant zitten, meer ruimte was er gewoon niet. Vol trots liet ze de open haard zien, je kent dat wel, zo'n nep-kachel met elektrische draadlichtjes erin. Ik twijfelde nog, zou ik het vragen of niet. Toch maar gedaan: wist u dat u ook een echt vuur kan stoken? Zij verbaasd: waar dan? Ik wees op de muur er tegenover, daar zitten de stookkanalen. Moet je nagaan, hadden ze de nissen dichtbehangen. En daar hadden ze dan zelf zo voor gevochten'

Voor Van Wijngaarden is het zonneklaar dat de bewoners in de jaren zeventig hun machtspositie hebben uitgebuit. 'Niemand durfde hen tegen te spreken. De corporaties en de gemeente lieten zich gewoon inpakken. Ik herinner me nog een discussie, ik geloof rond 1974, waar iemand opstond en stelde dat er niet zo behoefte was aan grote woningen in de wijk. Hij zei niet waarom, maar wij achter de tafel voelden onderhuids dat er iets achter stak. Wij vragen en doorvragen, en uiteindelijk kwam de verklaring. Grote woningen trekken te veel van die bruinen aan, zei ie. De Schilderswijk, vonden ze, moest van de Schilderswijkers blijven.'

Het is typisch Haags, meent Bram Harkes, nu hoofd culturele zaken, destijds onderzoeker in de meest verpauperde wijk van Den Haag. Hoewel de komst van buitenlanders nog niet echt aan de orde was, kent de stad traditioneel een verdeling naar afkomst. Als iemand uit de Schilderswijk zich in de Staatsliedenbuurt vestigt, worden de wenkbrauwen gefronst. Den Haag leeft bij de gratie van segregatie.

Hij schetst de verhuisbeweging: in een spiraal de stad door, van laag naar hoog, van de Schilderswijk via Moerwijk, Morgenstond en Nieuw Waldeck naar buiten, naar Zoetermeer of Rijswijk. 'Ons was er alles aan gelegen de bewoners in de wijk te houden. Het oude PvdA-ideaal: betere woningen te maken, zodat de wijk vanzelf beter zou worden.'

Dat is niet gelukt.

Hoewel. De huidige wethouder van Ruimtelijke Ordening, Peter Noordanus, telt de zegeningen van twintig jaar stadsvernieuwing. Vergelijkt de Schilderswijk met de Bronx in New York, die hij onlangs heeft bezocht. Retorisch: 'Wat zou er gebeurd zijn als we niet op die manier aan de slag waren gegaan? In de Bronx zie je de stedelijke problematiek op zijn hevigst. Segregatie, no man's land, het is volstrekt een getto met alle sociale misstanden van dien.

'Het keurige van de Nederlandse opzet is dat we onze steden tenminste leefbaar hebben gehouden. En de Schilderswijk is op sommige onderdelen een aardige wijk geworden.' Maar Noordanus erkent dat het einddoel nog niet is bereikt. 'Vooral de architectuur uit de eerste tijd is kwalitatief slecht. Er is te weinig samenhangende stedebouw gepleegd, waardoor te weinig citylife is ontstaan. Dat heeft de misdaad die voortkomt uit drugsgebruik en -handel, een kans gegeven.'

Een lappendeken heet de vernieuwde Schilderswijk in de ambtelijke brochures; een ondoorzichtig geheel van hofjes, woonerven en groenvoorzieningen, waarin de bedompte geest van de jaren zeventig zich het hevigst laat kennen. Is het verbazingwekkend, vraagt Jeroen Geurst (van het architectenbureau Geurst & Schulze) zich nu af. Waren de architecten van het eerste uur niet degenen die vooral ervaring hadden in uitbreidingswijken? Zo komt het dat het hart van de Schilderswijk, Koningsstraat en omgeving, uitwisselbaar is met Houten, Almere of Nieuwegein.

Pas de laatste jaren is de gedachte gevoed er weer een echte stadswijk van te maken, en Geurst geeft aan hoe: een rechte straat zodat je van verre kunt zien wie er aankomt, met een onberispelijke - niet verspringende - rooilijn en met woningen aan de straat. 'Gewoon een kwestie van luisteren naar de bewoners', vindt Geurst. De fout die uit de nieuwbouwwijken is overgenomen, is dat de woonkamer naar de tuinzijde was gekeerd, zodat de straatkant werd opgezadeld met blinde gevels en toegangen tot bergingen. 'Je leert ook van het conservatisme van de corporaties', ondervond Geurst. 'Dat je geen stucwerk of beplating moet gebruiken, omdat het vandaalgevoelig is. Stucwerk veroudert niet mooi.' Hij verkoos baksteen, versierd met speklagen, zoals dat ook in de 19e eeuw gebruikelijk was.

Het panorama vanaf de uitkijktoren naast het Volksbuurtmuseum laat een verdeelde wijk zien. Een slagveld in West waar hijskranen en sloopballen elkaar afwisselen, en de keurige rode daken in het opgeknapte Centrum-gebied. Aan het grote sportcentrum - zwembad, hammam, indoorsportbanen - in de voormalige Houtzagerij, wordt de laatste hand gelegd. Vlak voor onze neus tillen kranen gevelsegmenten in de toekomstige woonblokken aan de Vaillantlaan. Het moet het visitekaartje van de wijk worden, deze door Jo Coenen bedachte allee, een verkeersader weliswaar, maar dan een met allure. Linden aan weerszijden en daarachter strenge woonblokken waarvoor Coenen alles heeft voorgeschreven, de kleur baksteen, de maat van het raam, het Franse balkon.

Architect Jeroen Geurst heeft voor de eer bedankt. Hij gelooft niet in façade-architectuur. 'Ik begrijp het wel, die roep om eenheid in de wijk, maar het slaat nu zo door: er is geen verband tussen de plattegrond en de buitenkant. De meeste mensen hebben niet eens een balkon, en als ze er wel een hebben, wordt het gecombineerd met de galerij.'

De Vaillantlaan is niet alleen visitekaartje en verkeersader, ze is ook de kroon op de stadsvernieuwing in de Schilderswijk. Als de laan de komende jaren haar definitieve uiterlijk heeft gekregen, komt er vermoedelijk rust in de Haagse volkswijk, die al zo lang op de schop heeft gelegen.

John Duivesteijn, zelf Schilderswijker en directeur van het Volksbuurtmuseum, weet niet beter dan dat het altijd een wijk vol gaten en dichtgetimmerde panden is geweest. 'Het weilandje aan de Hoefkade' staat nog steeds in zijn geheugen gegrift als een open wond in de wijk. Die wond moest worden gehecht met hoge galerijflats, die eerder waren gebouwd in Den Haag-zuidwest. Het is er niet van gekomen.

In zijn museum, belichaming van de geschiedenis van de arbeiderscultuur, worden die roerige jaren opgehaald aan de hand van affiches. Protesten tegen de woningnood, verzet tegen de speculatie en de roep om betaalbare woningen. Nu de Schilderswijk twintig jaar verder is, en onherkenbaar veranderd, moet Duivesteijn erkennen dat de 'betaalbare woningen er niet zijn gekomen'.

'Toen de huursubsidie werd ingevoerd, was dat ook niet actueel meer.' De galerijflats in het groen waren al eerder uit de plannen geschrapt. Goddank, denkt nu iedereen. Anders had Den Haag zijn eigen Bijlmer gekregen, akelig dicht bij de binnenstad.

Maar wat heeft de stadsvernieuwing de Schilderswijk dan wel opgeleverd? Dat er, om te beginnen, parken werden geboord in de ellenlange straten uit de 19e eeuw, onder het motto 'van grijs naar groen.' Dat de wijk een staalkaart is geworden van de architectuur-modes van de afgelopen twintig jaar. Neem de woonblokken en eengezinswoningen met afgevlakte daken die Van Wijngaarden en Leo de Jonge rondom nieuwe plantsoenen hebben gebouwd, van het type dat overal in Nederlandse nieuwbouwwijken opduikt.

Maar ja, wat wil je, zegt Van Wijngaarden, het was de wens van de bewoners. Inmiddels hebben diezelfde bewoners zich van hun creatieve kant laten zien met indrukwekkende duivenhokken op het dak, satellietschotels tussen de balkons en siertuinen in de verloren hoekjes op de koppen van de straten.

MINDER SIERLIJK: de zwartgeblakerde bergingen. Het NAVO-prikkeldraad op poorten en schuttingen. De met tralies afgeschoten loggia's op de begane grond. Wethouder Noordanus had het graag anders gezien, maar wat moet je in een wijk met zoveel inbraak-overlast en portieken die uitnodigen tot spuitgebruik dan wel illegaal logies? En dan hebben we het nog niet eens over de sterk wisselende bevolkingssamenstelling, die in twintig jaar van echt Haags opschoof naar echt multicultureel. Geen straat zonder zijn eigen huiskamermoskee, waar de bezoeker - zonder schoeisel uiteraard - met de deur in huis valt.

Architect Geurst wil in ieder geval een fabeltje de wereld uithelpen. Dat de schuifdeuren die de Portugese architect Alvaro Siza in zijn woningen introduceerde om de grote buitenlandse gezinnen te gerieven, en masse zijn gedumpt in de achtertuinen. 'Zodra Siza dat hoorde, wilde hij de proef op de som nemen en een willekeurige woning bekijken. Toen we daar binnenkwamen, zat de familie toevallig op de grond in de hal eten te koken. Het was midden in de ramadan. Deze Turken hadden de schuifdeuren opengezet om de hal bij de woning te betrekken, en de etensdamp te laten wegtrekken. Zo had Siza het ook bedoeld.'

Siza was de persoonlijke keus van oud-wethouder Adri Duivesteijn die halverwege de jaren tachtig inzag dat de wijk een architectonische opkikker kon gebruiken. Architectuur als culturele activiteit was de manifestatie waarmee Duivesteijn een ommekeer forceerde. Tot dan toe was de wijk per blok veroverd op huisjesmelkers, en was er per blok gebouwd of gerenoveerd. Het gevolg: fragmentatie.

Tot verrassing van de Hagenaars, viel Siza terug op een bouwtypologie die lang niet was toegepast: het Haagse portiek. Het voordeel daarvan is, verklaart Geurst die Siza assisteerde en zelf dergelijke woningen bouwde in de Jacob Marisstraat, dat er een overzichtelijke en scheidbare indeling gemaakt kan worden, die vooral voor de buitenlandse families een uitkomst is. 'Je plaatst de keuken naast, maar wel afgezonderd van de woonkamer, en de slaapkamers aan de overzijde van de gang. Dat lijkt nu volkomen logisch, maar voor 1987 lag de keuken altijd aan de achterkant. Hoe kun je kinderen rustig te slapen leggen als volwassenen ernaast praten?'

'We waren idealistisch. Groepen opbouwwerkers overstroomden de wijk en de architectuur. De stedelijke ruimte kwam pas op de laatste plaats', herinnert Harkes zich. Rellen zoals bij de Nieuwmarkt in Amsterdam, kwamen niet voor. De revolutie voltrok zich in de clubhuizen. Ja, uitgezonderd één incident. Een bewoner die voor de camera van Brandpunt klaagde over de kleine woning, zodat hij de kinderen naar buiten moest sturen als hij 'een wip met zijn vrouw' wilde maken.

Rinus de Wipper, werd de man ogenblikkelijk gedoopt. En de buurt pikte het niet. Zo'n Schilderswijker die de buurt in een verkeerd daglicht stelde. Ze schoolden samen voor zijn woning, wierpen stenen door de ruiten. Vanaf dat moment, denkt Harkes, is het opbouwwerk actief geworden, kwamen er rapporten op tafel over de huisvestingsproblemen. De wedergeboorte van een volkswijk was in gang gezet.

Hoe nu verder? Waar zijn bijvoorbeeld de armste bewoners gebleven die de hogere huren niet kunnen opbrengen? Wethouder Noordanus denkt dat ze doorschuiven, eerst naar het naoorlogse Moerwijk en in de toekomst naar Wateringen, de beoogde Vinex-locatie. 'Natuurlijk is de Schilderswijk een volkswijk, maar er was ook een stukje goudkust, met de middenstanders aan de Vaillantlaan. Die nieuwe middenstanders keren terug, en voor de mensen met een kleine beurs moeten er relatief goedkope huurwoningen in de wijk staan.

'Ik ben niet pessimistisch, alleen denk ik dat je het programma in en voor de wijk moet verbreden. Na de snelle start in de jaren zeventig, is het nu zaak de sociale veiligheid te verbeteren. Omdat een goede scheiding ontbreekt tussen privé- en openbaar domein, voelt niemand zich verantwoordelijk. De conclusie die je kunt trekken is dat we wel de woningen, maar niet de stad hebben vernieuwd.'

Meer over