Wegwezen om crisis te voorkomen

Waarom werken we eigenlijk? Louter voor het geld, omdat we het ook leuk vinden, of omdat het 'moet'? En wanneer wordt prestatiedrang tot prestatiedwang?...

Marlous van Oort is achttien jaar, maar haar werkweken bieden een bijna volwassen aanblik. Zo'n drie avonden per week treedt ze, net als de meeste van haar klasgenoten, op als babysit. Ten minste één middag per week werkt ze aan de balie van een naburige apotheek. En soms ook nog eens op oproepbasis.

Daarnaast coacht ze een jeugdig hockey-elftal. 'Op die manier kom je ook nog eens buiten.' Ze begeleidt een huiswerkgroepje, en verricht desgevraagd op school nog wat hand- en spandiensten. Alleen op donderdagavond is ze thuis.

'Dat is onze familie-avond', zegt ze. 'Dan zijn we er allemaal en eten we samen. Daar komt het de rest van de week vaak niet van.' Wie haar op de kinderen wil laten passen, doet er verstandig aan drie weken tevoren een datum te prikken. En zelfs dan kan haar agenda al volkomen zijn dichtgeslibt.

Waar ze het allemaal voor doet? 'Het is een gewoonte, denk ik. Mijn broertjes klussen er vaak bij, dus dan krijg je het mee hè? Het zakgeld is bovendien niet meer dan een soort basisvoorziening. Het moet worden aangevuld door andere inkomsten om kleren en cd's te kunnen kopen. En om in het weekend niet thuis te hoeven blijven zitten. Dat kun je misschien één keer aan je vriendjes verkopen, maar niet vaker. In het weekend wordt er gestapt. Dat kost geld. En daar is makkelijk aan te komen.'

Wanneer verandert prestatiedrang in prestatiedwang? Bovenstaand relaas zou centraal hebben kunnen staan op een symposium over prestatiedruk dat onlangs werd gehouden in Tilburg. Daar wekte arbeidspsycholoog Harlinde van Osselaer-Schouterden enig ongeloof toen zij opmerkte dat de hedendaagse student vaak slecht is toegerust voor een 'echte' baan in de grote-mensen-wereld.

Want met studenten is het niet echt veel anders dan met Marlous van Oort. Ook bij hen bestaat de drijfveer uit de bekostiging van een hoge levensstandaard. Hun weelde heeft uiteenlopende verschijningsvormen. Zo nemen zij vaak niet eens meer de moeite wisselgeld van de koffie-automaat uit het vakje te halen.

En neem het hen eens kwalijk. De daling van de studiebeurs ten spijt, is het inkomen van de modale student sinds 1990 vermoedelijk zo'n 50 procent gestegen. In Nijmegen heeft hij per maand 1344 gulden te besteden (zie kader). Daarvoor klust hij er wekelijks zo'n zes uur bij. Ooit ging de student er prat op niet 'om den brode' te hoeven werken. Tegenwoordig neemt hij daarom al volop deel aan het arbeidsproces.

Morele chantage

'De overgang naar een ''echte'' baan verloopt veel abrupter en is veel ingrijpender dan de meeste studenten zich realiseren', hield arbeidspsycholoog Harlinde van Osselaer-Schouterdenze haar toehoorders tijdens het symposium in Tilburg voor.

'Wie gaat werken, heeft tot dan toe lof geoogst met alle prestaties die sinds het behalen van het zwemdiploma zijn verricht. Men heeft niet hoeven presteren op het scherp van de snede, maar in een sfeer van welwillende vrijblijvendheid. En dat houdt opeens op.

'Opeens zijn daar de totalitaire organisatieprincipes van de werkvloer. Opeens wordt men onderworpen aan allerlei vormen van morele chantage. En opeens kan men geen foutje meer veroorloven. Maar we verhullen hoeveel moeite het ons kost om ons staande te houden.

'Het is not done om te laten blijken dat iets ons moeite kost of dat we aan het eind van de dag doodmoe zijn. Liever gaan we er 's avonds in ons eentje een potje over janken'.

De aanwezige studenten begroetten deze boodschap met een schamper gelach. En de 25-jarige ICT-ondernemer achter de paneltafel betichtte haar van een wat al te zwartgallige kijk op de werkelijkheid. Werk is immers de ultieme expressievorm en de voornaamste bron van levensvreugde. In zijn geval althans.

Prestatiedwang

Maar hij kon het zich niet voorstellen dat zijn arbeidsethos geen gemeengoed was onder zijn leeftijdsgenoten. 'Als je jong bent, kun je tenslotte heel veel werk verzetten. Dat kóst je niet alleen energie, maar het generéért ook energie. Als je afknapt op werk, doe je gewoon iets verkeerd.'

En daarmee raakte hij onbedoeld toch de kern van het probleem waaraan het symposium was gewijd: prestatiedrang die in prestatiedwang kan verkeren. Nederlandse werknemers worden in een steeds vroeger stadium van hun loopbaan getroffen door burnout-verschijnselen. De midlife-crisis waardoor vrijwel iedere ambitieuze professional op enig moment getroffen schijnt te moeten worden, neemt gaandeweg het karakter aan van een early life crisis.

De Nijmeegse zorgdeskundige Giel Hutschemaekers heeft geen sluitende verklaring voor dit verschijnsel. Noch voor de omstandigheid dat in Nederland twee tot zes maal zoveel jongeren in de WAO belanden dan in de ons omringende landen. Maar hij heeft wel een hypothese: 'Wij verdragen geen mensen die achterblijven bij het gangbare, hoge tempo op de werkvloer.'

Sociale hygiëne

Deze hardvochtigheid wordt als mededogen gepresenteerd. De afvallers worden als patiënten bejegend, en hun probleem wordt gemedicaliseerd. Ze worden liefdevol naar de WAO verwezen, zodat de collega's die op de werkvloer achterblijven geen afwijkingen van hun norm hoeven te tolereren. Nederland heeft aldoende de hoogste graad van 'sociale hygiëne' bereikt.

Die achterblijvers ontwikkelen vervolgens allerlei overlevingsstrategieën. De een poseert als busy bee, en laat het eigenlijke werk aan anderen over. De ander neemt de schutkleur van zijn omgeving aan, beschouwt zijn collega's als zijn beste vrienden, en verschijnt ook op zondagmiddag ten kantore omdat hij zich elders niet behaaglijk voelt. Hier kan echter geen zegen op rusten.

Kansrijker is, volgens deskundigen, de periodieke tussenstop. De econoom Arjen Ligtvoet (30) en zijn partner Cathelijne de Busser (een 24-jarige sociaal-geograaf) hebben deze benadering tot het leidend beginsel van hun bestaan verheven. Op gezette tijden zeggen zij hun baan op om een paar maanden te gaan wandelen. Aanstaande donderdag vertrekken ze - met hun herdershond Jonas - naar hun volgende bestemming: Jeruzalem.

Avonturisme

In zijn omgeving ontmoet Ligtvoet soms onbegrip, maar vaker instemming. 'Ook bij mijn collega's. Die voegen daar vaak in één adem aan toe dat zij zoiets wel zouden willen, maar dat ze niet kunnen. Vanwege de kinderen en het eigen huis.'

Alleen bij de jongeren onder hen bespeurt Ligtvoet wel enig avonturisme. 'Zij kijken van dag tot dag of de lasten en de lusten van het werk elkaar nog een beetje in evenwicht houden. Zij zien er geen been in om hun boeltje te pakken.'

Het vooruitzicht van de voettocht naar Jeruzalem verzoent Ligtvoet 'al tijden met de ongemakken van het werk en behoedt hem voor allerlei beroepsdeformaties. Ons hele leven is erop ingericht. Zo hebben wij er al jaren een studentikoos uitgavenpatroon op nagehouden om deze voetreis te kunnen bekostigen.'

Meer over