Weg met elk geloof

Hij werd beroemd als de profeet van het gen, maar is vooral kampioen van de wetenschappelijke methode. Woensdag geeft Richard Dawkins de Niko Tinbergenlezing in Leiden....

Door Ben van Raaij

Richard Dawkins is een kruisvaarder. Zijn hele levenswerk draait om de 'diepe en eenvoudige waarheid' dat het leven gebaseerd is op evolutie door natuurlijke selectie, Darwins dangerous idea. Zijn kruistocht is iedereen hiervan te overtuigen. Wie zich verzet, krijgt er briljant van langs.

De Britse evolutiebioloog blijft in die zin de schrijver van boek, de bestseller The Selfish Gene uit 1976. Dat boek, waarin hij nieuwe inzichten uit de evolutiebiologie elegant populariseerde, sloeg in als een politiek-incorrecte bom. Het zette het neodarwinisme en Dawkins zelf in klap op de kaart.

The Selfish Gene richtte zich tegen wat Dawkins zag als misvattingen over de evolutietheorie, namelijk dat evolutie zich voltrekt op het niveau van groepen, soorten of zelfs ecosystemen. Volgens Dawkins vindt natuurlijke selectie plaats op het niveau van het gen.

Het evolutieproces wordt bepaald door de blinde reproductiedrang van zelfzuchtige genen. Organismen zijn 'overlevingsmachines' die gestuurd worden door hun software, het DNA. Vanuit dat perspectief verklaart Dawkins dierlijk en menselijk gedrag.

Neem het probleem van het altrui¿sme, dat strijdig lijkt met survival of the fittest. Dawkins toonde aan dat er op genetisch niveau wel degelijk logica in zit. Een moederdier dat zich opoffert voor haar jong, redt 50 procent van haar eigen genen. Ook zichzelf niet voortplantende werkbijen verdedigen hun korf in hun eigen genetisch belang.

Richard Dawkins werd in 1941 geboren in Kenia. Zijn vader was er ambtenaar in koloniale dienst. In 1946 keerde het gezin terug naar Engeland. Dawkins studeerde zoie in Oxford, promoveerde bij de Nederlandse etholoog en Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen op wiskundige modellen voor dierlijk beslisgedrag en bleef er doceren.

Sinds 1995 bekleedt hij de Charles Simonyi-leerstoel 'for the public understanding of science' in Oxford; sponsor Simonyi is een Hongaarse Amerikaan die fortuin maakte bij Microsoft. Een logische post, want Dawkins is, met zijn heldere en geestige schrijfstijl, een meester in populaire wetenschap.

In veel opzichten bouwen al zijn latere boeken voort op zijn eersteling. In The Blind Watchmaker (1986) ontzenuwde Dawkins de creationistische redenering dat zoiets complex als het oog nooit toevallig kan ontstaan, en dus een schepper nodig heeft, zoals een horloge een horlogemaker. Pesterig speelde hij met een eigen computerprogramma dat evolutie simuleert via biomorphs.

River out of Eden (1995) schetste hoe de huidige biodiversiteit is uitgewaaierd vanuit de vroegste bacteri Climbing Mount Improbable (1996) legde uit hoe de moeilijkste evolutionaire hersenkrakers schelpen, spinnenwebben, hersenen goed verklaarbaar zijn vanuit trage opeenstapeling van mutaties.

Onomstreden is Dawkins niet. Zelfzuchtige genen kwamen hard aan in de jaren zeventig, toen de maakbare mens nog in de mode was. Hij werd verguisd als stroman van het neoliberale Thatcherisme, alsof hij een Labour-man moreel goedkeurde wat hij beschreef.

Vakgenoten maakten hem uit voor arrogante en steriele 'reductionist'. Dawkins zou gefixeerd zijn op selectie op genetisch niveau en de daaruit voortvloeiende geleidelijke evolutie. Niet de DNA-code, maar de cel is de basis van het leven, werd gezegd. Een receptenboek is geen haute cuisine.

Dawkins grootste tegenspeler was Stephen Jay Gould, de in 2002 overleden Amerikaanse paleontoloog die een zo mogelijk nog groter ego had dan hij. Gould gruwde van genetica. Zijn evolutie wordt beheerst door toevalligheden, meteorietinslagen en massa-extincties, kent versnellingen en perioden van stagnatie en speelt zich af op het niveau van organismen, soorten en klassen. 'Plain wrong', vonnist Dawkins.

Tegen het verwijt van genetisch determinisme heeft Dawkins zich altijd verzet. Natuurlijk is niet alles tot genen te herleiden, schrijft hij ergens. 'Genes aren't us.' Dat blijkt ook uit The Selfish Gene zelf, waarin hij de mens oproept tegen zijn genen te rebelleren, net zoals mensen al doen door anticonceptie.

In de loop der jaren is Dawkins uitgegroeid tot mediafenomeen. Vol overgave speelt hij ook op tv de rol van wetenschappelijk scherpslijper en 'pleitbezorger van de belangeloze waarheid'. Vanuit zijn passie voor harde wetenschap fulmineert hij tegen alternatieve geneeswijzen en cultuurrelativisme. Het ware is het schone, vindt Dawkins. Zo laat hij zien hoe de fysica van kristallen veel boeiender is dan alle newage kletspraat over 'helende stenen'.

Religie is zijn b noir, want onverenigbaar met wetenschap. En georganiseerde religie is de vijand omdat ze 'machtig is, vrijgesteld van belastingen en systematisch wordt opgedrongen aan kinderen die te jong zijn om zich te verdedigen', zegt hij in A Devil's Chaplain, zijn net vertaalde, laatste boek.

Geloof is een 'mentale infectie', stelt Dawkins. Daarmee grijpt hij terug op zijn theorie van culturele evolutie via memen, mentale virussen: ideeof modes die zich net als genen of computervirussen in de cultuur verspreiden.

A Devil's Chaplain (Kapelaan van de Duivel, uitgeverij Contact) besluit met een open brief waarin hij zijn dan tienjarige dochtertje Juliet uitlegt dat ze alleen iets kan wn op basis van hypothesen, waarnemingen en bewijzen. En papa waarschuwt tegen tradities, autoriteiten en openbaringen die je iets op de mouw willen spelden zonder bewijs.

Weg met de fabeltjes, hamert Dawkins ook zijn volwassen lezers in. Evolutie is wat het is: een blind proces zonder zin. 'De natuur is niet wreed, maar genadeloos onverschillig.'

Meer over