Column

Weer niest Italië en is Europa verkouden

Terug van nooit echt weggeweest: de eurocrisis. Zondag gaan de Italianen naar de stembus om zich uit te spreken over de constitutionele hervormingen die premier Matteo Renzi wil doorvoeren. Op het eerste gezicht hebben die hervormingen niets te maken met de euro. Ze zijn bedoeld om het politieke proces in Rome te stroomlijnen en de bestuurlijke besluitvorming in het land minder stroperig te maken.

Matteo Renzi tijdens een persconferentie in Rome op 28 november 2016. Beeld afp
Matteo Renzi tijdens een persconferentie in Rome op 28 november 2016.Beeld afp

Maar de tegenkrachten richten hun pijlen ook op Europa of in elk geval op de euro. En die tegenkrachten, met name de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo, zullen de wind in de zeilen krijgen als de kiezers Renzi's hervormingspakket naar de prullenmand verwijzen. De premier heeft immers te verstaan gegeven dat hij zal opstappen bij een nederlaag in het referendum, die volgens de laatste peilingen (WAARSCHUWING: PEILINGEN ZIJN SCHADELIJK VOOR UW BEOORDELINGSVERMOGEN) de waarschijnlijke uitkomst is.

Houdt hij vast aan dat voornemen - wat overigens niet geheel zeker is, want hij lijkt een beetje terug te krabbelen - dan worden vervroegde verkiezingen een serieuze optie. Let wel: Renzi is de derde ongekozen premier op rij in Italië. Zijn voorgangers waren Mario Monti en Enrico Letta. Weer voor onbepaalde tijd een technocraat of partijcoryfee zonder eigen verkiezingsmandaat aanstellen, is vanuit democratisch oogpunt ongewenst en zal extra voeding geven aan de weerzin tegen het 'establishment'.

Het heeft iets treurigs dat juist Renzi nu het slachtoffer dreigt te worden van de eurokritische golf die over Europa spoelt. Toen hij begin 2014 via een interne partij-revolte aan de macht kwam, was hij een verfrissend onconventionele verschijning op het politieke toneel: jong, energiek, succesrijk als plaatselijk bestuurder (Florence), wars van het Italiaanse immobilismo. En zeer ambitieus: hij zou de politieke bakens verzetten, dringend nodige hervormingen doorvoeren en Italië - met zijn stagnerend nationaal inkomen, hoge werkloosheid, lage productiviteit en gammele bankenstelsel - opstoten naar een economische groei waaraan de Duitsers nog een puntje zouden kunnen zuigen.

Daarvan is nog vrijwel niets terechtgekomen en de beoogde wijziging van de grondwet, die met name de macht van de Senaat inperkt, is een ultieme poging om de weg te effenen voor een effectief hervormingsbeleid. Mislukt die poging, dan moet worden gevreesd dat Italië weer een periode van politieke en economische onzekerheid ingaat. Met nerveuze markten die zich hernieuwde zorgen maken over de enorme schuldenlast van Italië en zich afvragen of het land de euro trouw kan en wil blijven.

En dat alles speelt zich af in een Europese context die nog minder houvast biedt dan vijf jaar geleden bij de vorige grote storm rond de Italiaanse economie.

Optimisten kunnen er met recht op wijzen dat een zekere mate van politieke instabiliteit welhaast een vast gegeven is in Italië en dat de Italianen een bijzonder talent hebben om het ergste onheil af te wenden. Alle tumult speelt zich af op een onderlaag van continuïteit. Ook nu kan het allemaal weer goed aflopen. Er mag dan veel onvrede zijn over het keurslijf van de euro, maar het lidmaatschap van de Europese Unie is niet werkelijk omstreden. De huidige Italiaanse grondwet staat trouwens geen referenda over internationale verdragen toe.

Maar het ligt er natuurlijk aan wat je een goede afloop noemt. Een ja tegen de constitutionele hervorming geeft weer even rust. Maar anders blijft het tussen hangen en wurgen.

Dat is exemplarisch voor de toestand van Europa. Puur economisch gezien zouden nieuwe stappen naar een transferunie moeten worden gezet om de euro in kalmer vaarwater te brengen. Maar deze route is politiek geblokkeerd: er is onvoldoende draagvlak voor een verder opgetuigd, supranationaal Europa.

Angela Merkel, met in haar kielzog Mark Rutte, was in 2012 niet te porren voor de introductie van 'eurobonds' om de Zuid-Europese economieën te stutten. In de aanloop naar een vierde ambtstermijn zal ze er niet warmer voor lopen. Ook in Frankrijk, dat zich in het verleden graag opwierp als kampioen van het verenigd Europa, spreken politici liever niet meer over Europese oplossingen.

Het Europese project vertoont het aanzien van een doolhof, waar het veronderstelde eindpunt onvindbaar en de terugweg levens-gevaarlijk is geworden. Er is dringend behoefte aan een slimme tussendoorgang. Maar helaas valt een gids met de goede kaart op zak nog nergens te bekennen.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over