Weer mikken op de binnenzak van iedere fysicus

Komende maand bestaat het tijdschrift Physical Review Letters een halve eeuw. Een topblad, maar het is tijd voor grondige revisie, vinden de makers....

Martijn van Calmthout

Het tijdschrift moest, schreef de Nederlands-Amerikaanse fysicus Samuel Goudsmit in 1958 bij de oprichting van Physical Review Letters, uitsluitend werk afdrukken dat echt snel bekend moest worden. De échte doorbraken. Wie bij wilde blijven, nam PRL op vrijdagmiddag opgerold mee in zijn binnenzak. Om in het weekeinde te lezen. En had oude jaargangen onder handbereik.

Die functie, zegt een halve eeuw later de enige Nederlandse redacteur van het Amerikaanse PRL, de Nijmeegse fysicus Deniz van Heijnsbergen, heeft het blad allang niet meer. ‘Niemand neemt PRL nog mee in het weekend. Daar is het met 80 artikelen per week te dik voor en er staan ook niet alleen maar dingen in die iedereen moet weten. En het laatste nieuws haal je van het net, niet van papier.’

Komende week viert het befaamde tijdschrift zijn 50ste verjaardag, met een gala in New York en een wetenschappelijke conferentie. Maar ook met voornemens om het toch echt weer beter te gaan doen.

Want eerlijk is eerlijk, zegt Van Heijnsbergen, PRL mag dan met zijn snelheid en onontkoombaarheid ooit ongeveer het rolmodel voor de moderne wetenschappelijke tijdschriften zijn geweest, de scherpte is er inmiddels wel een beetje vanaf. ‘Kijk waar toponderzoekers hun doorbraken tegenwoordig het liefst publiceren en dan kom je toch eerder bij Nature uit dan bij PRL. Dat heeft meer impact in brede kring. Dan haal je de krant. Zo simpel is het’, zegt hij.

In de PRL-kantoren in New York van de American Physical Society, beroepsvereniging voor natuurkunde, hangen ingelijst kattebelletjes en servetjes aan de muur, met aantekeningen van de legende Goudsmit. ‘Over zijn heel directe persoonlijke benadering van de natuurkunde heeft men het nog steeds’, zegt Van Heijnsbergen.

In de jaren vijftig werd Goudsmit, die als jongeman in 1925 in Leiden de spin (draaiing) van het elektron had ontdekt en in de oorlog in Duitsland de Amerikaanse speurtocht naar Hitlers atoombom had geleid, redacteur bij Physical Review. Dat was een respectabel tijdschrift dat na zorgvuldige beoordeling door redactie en collega-fysici artikelen publiceerde. Het blad had van oudsher een brievensectie, waar snelle mededelingen konden worden geplaatst.

Daar, merkte Goudsmit op, werden steevast de echte doorbraken gemeld, en niet in het trage tijdschrift zelf. Hij stelde voor de brievensectie, de letters, af te scheiden.

In juli 1958 zag zo PRL het licht. En met de toenemende snelheid van het wetenschapsbedrijf zelf, werd het steeds belangrijker voor de communicatie van natuurkundigen.

Gaandeweg, zegt in Leiden theoretisch fysicus Carlo Beenakker, net als zijn Leidse collega Gerard Nienhuis lid van de internationale editorial board van PRL, is de snelle beoordeling van manuscripten het belangrijkste geworden dat het blad te bieden heeft. ‘PRL is eigenlijk geen blad meer, maar een keurmerk. Dat het wordt gedrukt is allemaal leuk, maar het gaat om de peer review. Een publicatie in PRL betekent dat je werk voor vakgenoten relevant is.’

Maar precies daar, zegt PRL-redacteur Van Heijnsbergen, is toch iets gaan wringen. Relevant is niet goed genoeg. ‘Nu brengen we 80 artikelen per week, 4.000 per jaar. Zoveel topwerk is er welbeschouwd niet. We zijn gewoon niet streng genoeg, dat is het punt.’

Harder beoordelen, is daarom bij PRL intussen het devies. Maar tegelijk wil het blad af van het gevoel van een onderonsje voor natuurkundigen. Op 14 juli verschijnt de bètaversie van een nieuw blad, simpelweg Physics geheten, met alleen het allerbeste werk dat bij PRL wordt aangeboden. Een glossy magazine, online en bedoeld voor een algemeen publiek van wetenschappers, net als Science en Nature, maar dan gratis. Met baanbrekende artikelen, en meteen ook toegankelijke commentaren van collega’s.

Physics wordt een prachtblad dat iedereen in zijn binnenzak moet willen steken, hoopt Van Heijnsbergen. Alleen niet elke vrijdag, want gedrukt wordt er waarschijnlijk maar vier maal per jaar.

Al het andere gebeurt op het internet. Met de snelheid die Sam Goudsmit in 1958 voor ogen had.

Meer over