Nieuws

Weer een stedenband doorgeknipt: Arnhem ziet het niet meer zitten met Wuhan

Het kostte het Arnhemse gemeenteraadslid Yildirim Usta drie jaar en evenzoveel moties, maar eindelijk gingen zijn collega’s dan toch overstag. Arnhem zegt na twintig jaar de stedenband met het Chinese Wuhan op. De behandeling van de Oeigoeren in China viel voor de meeste raadsleden niet meer te rijmen met de wederzijdse betrekkingen.

Toen de relatie nog goed was: Chinezen uit Wuhan op bezoek in Arnhem, juli 2013.  Beeld Hans Broekhuizen
Toen de relatie nog goed was: Chinezen uit Wuhan op bezoek in Arnhem, juli 2013.Beeld Hans Broekhuizen

‘Het enige juiste besluit’, vindt Usta, fractievoorzitter van Denk Verenigd Arnhem. Het gemeentebestuur had nog geprobeerd de relatie met Wuhan te behouden door meer te hameren op de mensenrechten in China, maar een gesprek met de Chinese partnergemeente hoefde van de Arnhemse raadsleden niet meer.

Usta is al gefeliciteerd door leden van de Oeigoerse gemeenschap. ‘Ze spreken van gerechtigheid.’ Al is het werk nog niet gedaan. Zijn fractie wil voorkomen dat er nog langer gemeentelijke aanbestedingen naar Chinese bedrijven gaan. Wat Denk betreft stopt ook de band tussen de provincie Gelderland en de provincie Hubei, waarvan Wuhan de hoofdstad is.

Gelijkwaardig

Met de Arnhemse stap is weer een stedenband doorgeknipt. De betrekking tussen twee soms totaal verschillende gemeenten is als fenomeen toch al op zijn retour. Veel stedenbanden werden gesmeed toen na de Tweede Wereldoorlog de behoefte groeide om aan vrede en vriendschap tussen Europese volkeren gestalte te geven. De val van de Muur in 1989 leidde tot nieuwe betrekkingen met vooral Oost-Duitse en Oost-Europese steden, waarbij het vaak ook draaide om het leveren van goederen en ontwikkelingshulp.

West-Europese steden waren dan ook lange tijd vooral bezig met ‘zenden’, zegt Mark Verheul, expert strategisch netwerken en internationaal protocol. ‘Dan is zo’n relatie ook niet gelijkwaardig. Anno 2021 vragen steden zich af of de lasten opwegen tegen de baten. Hoeveel tijd, energie en kosten stop je erin? En is dat de rol die je als lokale overheid wilt vervullen?’

Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn er nog ‘honderden’ stedenbanden, vooral met gemeenten in België en Duitsland. Hoewel ze nuttig kunnen zijn uit economische oogpunt (denk aan de relatie tussen Rotterdam en andere grote havensteden) merkt Verheul dat veel Nederlandse gemeenten er nauwelijks nog gebruik van maken. Sportploegen, dansgezelschappen en afvaardigingen van bedrijven komen nauwelijks meer bij elkaar over de vloer. Corona heeft zulke uitwisselingen ook al geen goed gedaan.

Stedennetwerk

‘De stedenband is failliet verklaard’, zegt een woordvoerder van de gemeente Amsterdam onomwonden. Ooit had Amsterdam er 26 van, maar de meeste liet de gemeente verlopen. ‘Je kunt beter inzetten op stedennetwerken, om kennis uit te wisselen. Of op andere manieren samenwerken, zoals Amsterdam vorig jaar op cultureel gebied met Parijs deed. Dat is efficiënter.’

Daarbij komen stedenbanden nogal eens onder druk te staan, wanneer er gekrakeel of gedoe is op het (inter)nationale toneel. Dat druppelt dan soms door tot op het gemeentelijke niveau, waar bezorgde raadsleden zich afvragen of de band met die stad in dat land in opspraak wel kan standhouden.

Vriendschap

Toen Hongarije vorige maand een omstreden antihomowet aannam die Europa deed steigeren, leidde dat bijvoorbeeld tot vragen in Kampen. De PvdA en GroenLinks wilden af van de stedenband met het Hongaarse Pápa, om zo ‘een signaal af te geven naar de Kampense lhbti-gemeenschap’.

Het college en de meeste raadsleden hielden echter vast aan die relatie. Wel bracht Kampen haar afkeur over de antihomowet over aan de Hongaarse ambassade en het stadsbestuur van Pápa. ‘Als je een vriendschapsband hebt, is er ruimte om met elkaar het gesprek aan te gaan’, zei burgemeester Bort Koelewijn daarover in De Stentor.

Daar valt best iets voor te zeggen, denkt Mark Verheul. Ook in het geval van een zusterstad als Wuhan. ‘De gemeente Arnhem kan nu een mooi statement maken door de stadsband te verbreken’, zegt de expert strategisch netwerken. Toch zal dat op lange termijn weinig veranderen. ‘Echt invloed uitoefenen kan alleen als je met hen in contact blijft.’

Dat contact hoefde voor veel Turkse gemeenten niet meer toen Nederland in 2017 een Turkse minister had uitgezet. Zij had campagne willen voeren voor een referendum in Turkije. De diplomatieke rel kostte Almelo haar betrekkingen met de stad Denizli, dat er klaar mee was na al het ‘vijandige gedrag dat Nederland tegen ons land heeft ingenomen’.

Een andere Turkse stad, Gaziantep, eiste dat de Nijmeegse burgemeester Bruls zich zou uitspreken tegen de Nederlandse regering, wat hij niet deed. Daarop verbrak Gaziantep de stedenband, maar het kwam daar later van terug. In mei dit jaar maakte Nijmegen er alsnog zelf een einde aan, ook omdat er al jaren niets gezamenlijks was ondernomen. De rotonde in de stad blijft wel het Gaziantepplein heten.

Cultuuruitwisseling

‘Een stedenband gaat niet over borrelende bestuurders. Het gaat om bevolkingen die contact met elkaar hebben’, zei de Groningse wethouder René Paas eens. Precies daarom moeten ze er in Barendrecht niet aan denken dat de band met het Tsjechische Louny na dertig jaar ophoudt te bestaan.

‘Er is gelukkig geen discussie over’, zegt Anke van den Boogert van de Stichting Stedenband Barendrecht-Oost-Europa. Ze hoopt maar dat de opvolger van burgemeester Van Belzen, die in oktober stopt, hun Tsjechische ‘vrienden’ net zo hartelijk op het gemeentehuis wil ontvangen.

‘Ik denk niet dat bedrijven in de buurt rijk geworden zijn van de stedenband met Louny’, zegt Van den Boogert. ‘Al gaan wij sindsdien wel elk jaar op vakantie naar Tsjechië.’

Toch noemt ze ‘van elkaar leren’ het voornaamste doel. ‘Dat gaat ook erg over culturele dingen. Daar is het bijvoorbeeld gebruikelijk dat je zes weken wacht voordat er mensen op kraambezoek komen. Dat had ik anders echt nooit geweten.’

Meer over