Weeklagend Nederland

SINDS bijna twee jaar schrijft Bas Heijne zijn illusieloze columns in NRC Handelsblad, nu gebundeld onder de titel Het Verloren Land....

Martin Sommer

Een koor van stemmen beweert altijd dat zoiets helemaal niet bestaat, schrijft Heijne. Natuurlijk is dat wel zo, en onder invloed van de immigratie neemt de aandrang alleen maar toe om te definiëren wat dan 'typisch Nederlands' is. Hijzelf moest denken aan de kandidatenlijst van Leefbaar Nederland - 'benepen, agressief, kleinzielig, verongelijkt, Hollandser kan niet'.

Tut tut, kun je daar nog van zeggen. Maar allengs zie je hem meer in vorm komen en trekken de turbulenties van de afgelopen tijd voorbij, steeds voorzien van bijtend commentaar. De tragische dood van Herman Brood en Sylvia Millecam: 'Hetzelfde gebrek aan innerlijke noodzaak, onvermogen tot onvoorwaardelijke overgave aan het eigen talent.' De opera Aïsha, de affaire-El Moumni, het NIOD-rapport over Srebrenica. 'Zou hij (Jan Pronk) beseffen dat de aard van zijn schuld juist in zijn eigen idealisme gezocht moet worden?' En vooral natuurlijk 11 september en Fortuyn, aan wie het hoofdstuk 'een Hollandse messias' is gewijd.

Heijne hoeft nergens bij te horen. Niemand wordt gespaard. Na de aanslagen in Amerika veegt hij de grond aan met de nostalgisch-linkse voedingsbodemtheorie ('alsof er geen arme landen zijn waar géén terrorisme vandaan komt'). Maar de wierookzwaaiers over de superioriteit van de westerse cultuur krijgen evenzeer onder uit de zak. 'Ze hadden hun koffers nog niet uitgepakt of ze vroegen op hoge toon hoe het eigenlijk zat met de rechten van homo's.' Om even somber als lucide te concluderen: 'Misschien is dat wel de grootste ontnuchtering na 11 september: niet dat er een eind is gekomen aan het cultuurrelativisme, maar juist dat de droom van het universalisme onhaalbaar is.' Zulke zinnen geven te denken.

De grote woorden van links - solidariteit, mensenrechten - liggen als uitgelubberde ballonnen op de grond. Daarvoor is de kleine rancune van de nieuwe politiek in de plaats gekomen. 'Hun blik reikt niet verder dan de eigen achtertuin. Ieder scheefgezakt verkeersbord, iedere verwaarloosde groenstrook, elk absurd regeltje van de gemeente, stookt het vuurtje van de onvrede verder op.'

De wereld van Nederland is de afgelopen jaren ineengeschrompeld tot Volendam, Enschedé, Venlo, Kootwijkerbroek. Persoonlijke ontevredenheid heeft dankzij Fortuyn de status van een majeure politieke kwestie gekregen. Zelfontplooiing neemt de vorm aan van het uitbaten van vermeend slachtofferschap. 'Ik lijd, dus ik ben.'

'Wij huldigen Karel van het Reve', schrijft Heijne zelf over het gebrek aan retoriek in Nederland. Zijn columns staan onontkoombaar in diezelfde traditie. Geen grote woorden, geen opeenstapeling van ronkende metaforen. Heijne zegt waar het op staat. De uitkomst is voor Nederland niet fraai, en ook dat maakt hem tot een dubbel-en-dwarse Hollander.

Nederlanders weten zich verbonden in hun geweeklaag over het vaderland, schrijft hij. Ze willen eigenlijk niet bij hun eigen land horen, omdat er geen debat is en het drama zich deze dagen weer als vanouds tot de cijfers achter de komma beperkt. Bas Heijne weet het: we zijn Nederlanders, en er is geen ontsnappen aan.

Meer over