Week twee: het WK & de oud-voetballer

Vroeger werd mij geleerd dat spelers na hun loopbaan een sigarenzaak begonnen. Dat was geruststellend: zij kwamen niet om van de honger en de supporters werd gelegenheid geboden ze nog eens in levende lijve te zien....

De drie beroemdste sigarenhandelaren zijn of waren:

1. Bennie Muller.

2. Gert Bals.

3. Coen Dillen.

Dat doen ze niet meer, oud-voetballers, achter de toonbank staan van sigarenwinkels, als ze het al ooit massaal hebben gedaan. Hoeveel oud-voetballers die een sigarenzaak openden zijn er eigenlijk? Schrikbarend weinig.

De overtreffende trap van de oud-voetballer die rookwaren verkoopt is de oud-voetballer die een wereldkampioenschap bezoekt. Om op mijn lijst te komen moet de oud-voetballer echter wel aan bepaalde eisen voldoen: deelname aan minimaal één WK en/of 25 interlands of meer. (Oud-voetballers die trainer werden en daarom op een WK aanwezig waren tellen niet mee.)

In Italië heb ik in 1990 eens naast Zico in een rij gestaan voor een kassa in een perscentrum in Verona. Schitterende ervaring. Hello. Hello.

Maradona: handtekening gevraagd en gezwommen in hetzelfde zwembad in Marseille. (Foto mislukt: rolletje op.)

Rummenigge: ook mee gezwommen, in Rome.

Rivera en Rossi: in hetzelfde hotel geslapen, in Rome.

Pele: per ongeluk tegen aangebotst, in Los Angeles.

De score tot nu toe in Japan valt enigszins tegen. Terry Butcher zou naast mij in het perscentrum in Yokohama achter een computer hebben gestaan (niet herkend). Een andere beroemde Engelsman, Chris Waddle, hoorde en zag ik een kop koffie bestellen. In Saitama zat Zvonimir Bovan lekker onderuitgezakt een flesje water te drinken.

Het meest genoten heb ik van Frank Arnesen. Arnesen is in Japan geen manager van PSV, maar oud-voetballer. Voor de Deense televisie becommentarieert hij wedstrijden.

Zijn enthousiasme is aanstekelijk.

Na een wedstrijd doet hij het meest denken aan een pupil die met een rood hoofd van enthousiasme thuiskomt en staat te popelen om zijn ouders te vertellen dat hij in de kampioenswedstrijd twee maal heeft gescoord.

Arnesen voldoet niet aan het klassieke beeld van de oud-voetballer die, omdat een televisiestation of een sponsor hem daar royaal voor honoreert, een wereldkampioenschap bezoekt.

De `tja, ik ben hier wel en ik klaag niet, maar ik heb het natuurlijk allemaal al een keer gezien en trouwens, in mijn tijd werd toch op een iets hoger niveau gespeeld-houding' ontbreekt volledig. Veertien wedstrijden in zeventien dagen en hij geniet van elke minuut.

En hij vertelt.

In 1986, het jaar dat het Deense dynamiet in Mexico voor de eerste keer explodeert, verkeert Arnesen in blakende vorm. Een dag voor de eerste wedstrijd, tegen Schotland, raakt hij tijdens een lichte training plotseling geblesseerd.

Denemarken wordt op dat moment begeleid door een Nederlandse fysiotherapeut , Richard Smith. Voetballers die door hem aan spierblessures worden behandeld, staan binnen een mum van tijd weer op het veld.

Smith ziet Arnesen hinken. Ik kan morgen niet spelen, zegt Arnesen. Doorlopen, sist Smith, en doen alsof er niets aan de hand is. Waarna in het geheim de behandeling begin.

De hele nacht gaat Smith de spierblessure te lijf. Met tussenpozen draait hij zijn elleboog in de kuit, zo diep mogelijk en steeds opnieuw.

Omdat hij anders al zijn ploeggenoten wakker zal schreeuwen, bijt Arnesen tijdens de behandeling op een handdoek. Van die nacht herinnert hij zich verder slechts pijn, pijn en pijn.

De volgende dag speelt hij in Nezahualcoyotl gewoon mee. Denemarken wint met 1-0.

Smith behandelt hem ook later enkele malen. Arnesen speelt voor PSV en loopt in het seizoen dat de Europa Cup zou worden gewonnen, twee keer een spierblessure op. In een wedstrijd tegen Bordeaux raakt hij geblesseerd en later opnieuw, in het eerste duel met Real Madrid.

Coach Guus Hiddink geeft hem een week de tijd te herstellen. De deadline is maandagochtend, 12.00 uur. Smith bezoekt Arnesen een week lang elke dag, van negen uur 's ochtends tot negen uur 's avonds. In de kamer wordt een bank neergezet.

Dat de andere leden van het gezin daar last van hebben begrijpt Arnesen ook wel, maar voor het voetbal moet alles wijken. Weer de elleboog van Smith, weer de pijn en weer het geschreeuw.

Op maandagochtend om tien uur laat Smith zijn patiënt hardlopen, langs de hockeyvelden van Oranje-Zwart in Eindhoven. Aanvankelijk voelt Arnesen niets, maar als het tempo wordt opgevoerd keert de pijn terug.

Liggen, beveelt Smith. Broek naar beneden.

En terwijl Arnesen daar op de grond ligt, op een maandagmorgen bij de hockeyvelden van Oranje-Zwart, draait Smith zijn elleboog tot op het bot in de kuit, dieper dan ooit tevoren. Arnesen schreeuwt het uit en is twee dagen later fit genoeg om met PSV tegen Real Madrid te spelen.

Tot zover Frank Arnesen. En nu ga ik samen met de fameuze Joegoslavische oud-voetballer Dragan Stojkovic naar de tweede helft van Spanje-Paraguay kijken.

Meer over