'Wederopbouw na tsunami nog onvoldoende'

Een jaar na de tsunami wonen bijna anderhalf miljoen mensen in Indonesië, Sri Lanka en India nog steeds in tenten, barakken en andere tijdelijke onderkomens. Het bouwen van huisvesting is vertraagd...

Volgens de organisatie hebben geschillen over grondrechten, een tekort aan bouwmaterialen, bestuurlijke besluiteloosheid en de grootschaligheid van de ramp pogingen om de bewoners van het getroffen gebied in permanente woningen onder te brengen, vertraagd.

Het Nederlandse Rode Kruis meent dat de resultaten van de wederopbouw onder druk staan door hoge verwachtingen, prestatiedrang en haast. In een evaluatie van de hulp noemde directeur C. Breederveld de noodhulp in de eerste maanden van het Nederlandse Rode Kruis woensdag uitstekend.

Hij betwijfelt of zijn organisatie bij de wederopbouw betrokken blijft. ‘Het Rode Kruis moet zich afvragen of het voldoende kennis en ervaring heeft om zich met de bouw van permanente woningen bezig te houden.’

De hulpverleners die na de zeebeving op 26 december massaal naar het gebied kwamen hadden geen ervaring of expertise op het gebied van grote bouwprojecten, schrijft Oxfam in een eindejaarsrapport over de wederopbouw.

Slechts 20 procent van de 1,8 miljoen ontheemden woont inmiddels in stenen huizen. Van de overigen wonen de meesten bij gastgezinnen, maar tienduizenden anderen wonen nog steeds in tentenkampen.

Hoewel de noodhulp duizenden levens heeft gered en verbeterd, zal de wederopbouw van de gemeenschappen langer gaan duren, zei Oxfam-directeur Jeremy Hobbs. In Indonesië is volgens de organisatie aan het einde van dit jaar nog geen kwart van de benodigde huizen gebouwd, terwijl in Sri Lanka pas vijfduizend van de bijna tachtigduizend vereiste woningen klaar zijn. In het zwaarst getroffen gebied in India, Tamil Nadu, zijn pas duizend van de geplande 130.000huizen gebouwd.

Volgens hulporganisatie Plan International hebben internationale hulporganisaties hebben bij het verlenen van hulp veel te weinig aandacht besteed aan kinderen in de getroffen gebieden. Die kinderen kunnen onnodig lang getraumatiseerd blijven, omdat ze geen enkele inspraak hebben gehad bij het verdelen van de noodhulp en bij de wederopbouw.

De Wereldbank meldde woensdag dat de wederopbouw van Atjeh, de zwaarst getroffen provincie van Indonesië, slecht vordert omdat plaatselijke bestuurders en hulporganisaties liever huizen bouwen dan goede, tijdelijke onderkomens. Doordat de bouw van huizen langzaam gaat, wonen honderdtachtigduizend mensen in Atjeh nog steeds in provisorische tenten, barakken of bij gastgezinnen.

Ook problemen met de infrastructuur, die voor een groot deel is weggevaagd, vertragen de wederopbouw. Indonesië, andere landen en hulporganisaties hebben Atjeh 7,5 miljoen euro toegezegd, maar het geld komt door de bureaucratie moeilijk daar waar het moet zijn.

Vakantiegangers reizen inmiddels weer in groten getale naar bestemmingen in het getroffen gebied, zo, liet de World Tourism Organization van de Verenigde Naties woensdag weten. Een volledig herstel van het na de tsunami ingestorte toerisme in het gebied zal echter nog tot volgend jaar op zich laten wachten.

Bijna 216.000 mensen kwamen bij de tsunami, die twaalf landen trof, om het leven of raakten vermist. Duizenden kilometers kustlijn werden verwoest en ziekenhuizen, scholen, dorpen en wegen werden de zee in gesleurd.

Meer over