Opinie

'We zijn vergeten dat we trots moeten zijn op gelijke kansen in het onderwijs'

In het onderwijsdebat moet het niet alleen gaan over concrete zaken als het behoud van studiebeurs en OV-jaarkaart, schrijft Jeroen Lebbink. 'Een andere sluipende verandering die de student van de toekomst raakt, is het groeiende tekort aan betaalbare studentenkamers.'

OPINIE - Jeroen Lebbink
Minister Stef Blok voor Wonen en Rijksdienst tapt een biertje voor Charlie macGregor, initiatiefnemer van The Student Hotel in Amsterdam. Beeld anp
Minister Stef Blok voor Wonen en Rijksdienst tapt een biertje voor Charlie macGregor, initiatiefnemer van The Student Hotel in Amsterdam.Beeld anp

In het huidige politieke debat over onderwijs gaat het niet over de kwaliteit van het onderwijs, maar over sneller afstuderen en efficiëntie. Opleidingen met weinig studenten worden opgeheven en de invoering van een Bindend Studieadvies in het tweede en derde jaar lijkt steeds dichterbij. Daarnaast zijn er de plannen om een leenstelsel in te voeren ter vervanging van de studiefinanciering en om de gratis OV-jaarkaart af te schaffen. Al deze zaken raken de student direct: straks zal hij niet meer gratis kunnen reizen en loopt een uitwonend student 276,46 euro per maand mis. Er is echter nog een andere sluipende verandering gaande die niet de student van nu raakt, maar juist de student van de toekomst: een groeiend tekort aan betaalbare studentenkamers.

Niemand kijkt er tegenwoordig meer van op dat de gemiddelde particuliere kamerhuur in Amsterdam 500 euro is en dat de prijzen in het centrum daar nog boven zitten (denk daarbij even terug aan die 276,46 euro studiebeurs). Nieuwe studentencomplexen met dure zelfstandige eenheden verrijzen aan de rand van de stad. Zo is vorig jaar in Amsterdam de bouw van 1959 studentenwoningen gestart, waarvan er 984 zelfstandig zijn en 700 van The Student Hotel. Van dit laatste project ligt de huurprijs per kamer tussen de 650 en 850 euro per maand. Driekwart van deze 1959 kamers bevinden zich dus in het dure segment en zijn onbereikbaar voor de gemiddelde student.

Ouders met laag inkomen
Als je als 18-jarige met ouders met een laag inkomen in Drenthe woont en je wilt de HBO- opleiding Aviation volgen, is dat geen optie meer. Deze opleiding wordt alleen in Amsterdam aangeboden en de huurprijzen liggen hier zo hoog dat, als op en neer reizen niet meer gratis is, deze student hier onmogelijk kan studeren. Iedereen moet zelf moet kunnen kiezen voor een stad met bijbehorend hoger onderwijs, deze keuze moet niet gemaakt worden op basis van je afkomst en inkomen.

Steden worden interessant en levendig door de ontmoetingen tussen groepen mensen met verschillende inkomens en achtergronden. Deze interactie zorgt ervoor dat iedereen zich betrokken voelt bij de samenleving en mensen zich niet buitengesloten voelen. Spanningen tussen de groepen maken dat je weet je dat in een stad bent en niet in een dorp. De stad leeft hierdoor!

Meer dan vier muren
Bij studentenhuisvesting gaat het om toegankelijkheid. Of je ouders nu in de Quote 500 staan of elke dag aan de slag zijn in de bouw, iedereen heeft evenveel recht op dezelfde kwaliteit opleiding met bijbehorende woonomgeving. Een studentenkamer is meer dan vier muren met een dak erop. Het gaat om de omgeving waar je je als student moet kunnen ontplooien.

We zijn in Nederland vergeten hoe trots we moeten zijn dat wij iedereen dezelfde kansen bieden. Zo is zelfs Stockholm, vooraanstaand op het gebied van duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en economische groei, jaloers op onze gemengde wijken. Stockholm kent een bijna volledig geprivatiseerde huizenmarkt wat heeft geresulteerd in ernstige segregatie. In Groot-Brittannië vindt men het logisch dat je niet gaat studeren als je ouders niet rijk zijn. In Frankrijk kan je alleen naar de beste universiteiten in Parijs als je uit de juiste laag van de bevolking komt. Mijn opa is naar de LTS gegaan omdat zijn ouders niet de goede achtergrond hadden. Een keuze voor een opleiding moet gemaakt worden op basis van wat iemand kan. We hebben nu in Nederland iets ongelofelijk moois in handen. Zo mooi zelfs dat we blijkbaar zijn vergeten hoe belangrijk dit is.

Levendige steden
Zoals gezegd gaat het huidige debat vaak over concrete zaken die de student van nu raken. We moeten onszelf niet laten verleiden in de waan van de dag te blijven. Het gaat niet alleen om het behouden van de studiebeurs of de OV-studentenkaart. Het gaat om het bieden van gelijke kansen aan iedere Nederlander die zich wil ontplooien door te studeren. Studentenhuisvesting is hiervoor een ontzettend belangrijke basis. Laten we ervoor zorgen dat we ook in de toekomst iedereen dezelfde kansen kunnen bieden. Betaalbare studentenhuisvesting is niet iets extra's maar juist een essentieel onderdeel van zelfontplooiing van de student, levendige steden en gelijke kansen in het onderwijs.

In het najaar komt Minister Blok met zijn nieuwe plannen voor de woningmarkt, daarom plaats ik nu deze oproep: 'Minister, vergeet het belang van betaalbare studentenhuisvesting niet!'

Jeroen Lebbink is beleidsmedewerker studentenhuisvesting bij de ASVA studentenunie en na een bachelor planologie momenteel masterstudent bestuurskunde besturen van maatschappelijke organisaties aan de Vrije Universiteit.

Meer over