'We zijn geen lokaal AIVD'tje'

Sinds een jaar is in Rotterdam het Informatieschakelpunt van kracht. Het orgaan speurt naar de eerste tekenen van radicalisering. Bestrijding van terrorisme op lokaal niveau....

Een islamitische Rotterdammer heeft een uitkering aangevraagd, maar kanniet laten zien waar hij eerder van heeft geleefd. Ook blijkt dat hij ineen huis woont, waarover klachten zijn binnengekomen over 'overbewoning'.Hij weigert een vrouwelijke klantmanager een hand te geven en dreigt metwraak in de naam van Allah.

Burgemeester Opstelten van Rotterdam schetst woensdag in zijn toespraakop het symposium Terrorismebestrijding op Lokaal Niveau een profiel van eenmogelijk geradicaliseerde man uit zijn gemeente. Sterker, hij is een vande zeventien mannen over wie de afgelopen periode meldingen zijnbinnengekomen bij het zogenoemde Informatieschakelpunt (ISP).

Dit orgaan is vorig jaar speciaal opgericht om signalen vanradicalisering uit gemeentelijke diensten, het onderwijs,minderhedenorganisaties en andere instellingen bijeen te brengen omjongeren weer op het juiste spoor te krijgen. Overigens zijn elf van dezeventien 'gemelde' mannen ouder dan 23 jaar.

Informatie over de mogelijk geradicaliseerde personen wordt met politieen justitie gedeeld. Uiteindelijk kunnen zij in aanmerking komen voor dePersoonsgerichte Aanpak (PGA-traject), die al langer bestaat om hooligans,overlastgevende verslaafden en veelplegers op het juiste pad te krijgen.

Bij deze aanpak, die niet vrijblijvend is, krijgt de geradicaliseerdeeen brief van de burgemeester met de mededeling dat hij in de gevarenzoneverkeert en geacht wordt mee te werken. Zo niet, dan weet hij zeker dat hijhet met de politie aan de stok krijgt.

'Juridisch worden hoge eisen gesteld aan dit systeem', zegt LidaVeringmeier, programma-manager van 'Meedoen of Achterblijven', die hetInformatieschakelpunt heeft ontwikkeld. 'Het systeem moet transparant zijn.We moeten geen lokaal AIVD'tje worden.'

Veel hangt dus af van een juiste beoordeling van zogenoemderadicaliseringsignalen. Die worden getoetst aan de hand van zogeheten EarlyWarning Indicators. Veringmeier somt er een aantal op: plotseling eenorthodoxe geloofsleer aanhangen, langdurig afwezig zijn van school,intensief vechtsporten beoefenen en opofferingsgezindheid tentoonspreiden.

'Het sleutelwoord bij al die indicatoren is gedragsverandering', zegtVeringmeier. Een moslim in traditionele kleding die een vrouw geen hand wilgeven, is niet per se zorgwekkend. Dat is hij pas wanneer hij abrupt bijde djellaba afzweert en vervangt door een strak pak en een afgeschorenbaard. Dat deed bijvoorbeeld vliegtuigkaper Mohammed Atta, die perfectassimileerde in de Amerikaanse samenleving.

Leerkrachten nemen volgens Veringmeier een belangrijke plaats in in hetvroegtijdig signaleren van radicalisering. Moslimleerlingen lijken deafgelopen jaren sterker voor hun geloofsovertuiging uit te komen. Zo eisenze gebedsruimten op school, en controleren ze elkaar op 'correct' gedragtijdens de ramadan. De afgelopen maanden is de gemeente begonnen metzogeheten bewustwordingssessies voor onder anderen onderwijzers.

Dat was volgens Veringmeier nodig omdat er vrees is voor stigmatisering.'Ze vragen zich af: doe ik niet mee aan een heksenjacht?'

Die koudwatervrees lijkt af te nemen; een van de zeventien personen uithet 'informatieschakelpunt' kwam in beeld door een melding van eenonderwijzer. Die constateerde dat een leerling aanvankelijk agressiefgedrag vertoonde, maar zeer gelovig werd. Vervolgens isoleerde hij zich,maakte thuis veel ruzie en maakte van zijn kamer een no go area voor zijnouders.

Volgens schattingen van politie, justitie en de AIVD zijn tussen de 175en 400 jongeren - meestal met een Marokkaanse achtergrond - in Rotterdamvatbaar voor radicalisering. Veringmeier zegt dat de gemeente zich bewustis dat signaleren alleen niet voldoende is om radicalisering tegen te gaan.Belangrijk zijn ook het aanpakken van het ernstige tekort aan stageplekkenen van de jeugdwerkloosheid.

Meer over