'We zijn 1, 2 én 3. Gaan we nu calvinistisch doen?'

Wie weet kleurt het erepodium vandaag bij de 1.000 meter weer volledig oranje. Hoe schadelijk is het eigenlijk voor de sport als één land zo enorm dominant is op een olympisch onderdeel?

Hoe uniek is het als een land zowel goud, zilver als brons pakt op een olympisch nummer?

Acht keer werden in het olympisch schaatstoernooi drie landgenoten op het podium gehuldigd. De historie van de Winterspelen, alle sporten gecombineerd, telt 39 van die 'triples'. Noorwegen neemt er daarvan elf voor zijn rekening. Het onderdeel crosscountryskiën spant met tien drieslagen de kroon.

Het Nederlandse schaatsen incasseerde tot Sotsji één keer de volle mep. Die oogst van goud, zilver en brons dateerde van de Spelen van 1998 in Nagano, toen Romme, De Jong en Ritsma de 10 kilometer volkomen naar Nederlandse hand zetten.

Afgelopen zaterdag werd dat wapenfeit herhaald tijdens de 5 kilometer, met het trio Sven Kramer, Jan Blokhuijsen en Jorrit Bergsma. 'Dat kwam niet als een verrassing, hoor', zegt de Belgische bondscoach Bart Veldkamp. De 500 meter van maandag, met de broers Michel en Ronald Mulder en Jan Smeekens op het erepodium, dát was de surprise van het jaar.

Havard Bøkko, de Noorse schaatstopper, zegt dat het best vaak voorkomt, volledige erepodiums van één land. 'Dan denken wij in Noorwegen meteen aan onze vrouwen op de crosscountry. Daar is het echt eenzijdig. Als het zo wordt in het schaatsen, dan is dat niet goed voor de sport.'

Hoe konden de Nederlandse schaatsers zo dominant worden?

Volgens Bart Veldkamp had zo'n dubbele 1, 2, 3 al eerder moeten geschieden: 'Als je de kwaliteit en de kwantiteit van het Nederlandse schaatsen in aanmerking neemt en als je de budgetten afzet tegen de rest van de wereld, dan is het eerder raar dat het zo lang heeft geduurd.'

Veldkamp werkt in een land, België, waar niet eens een 400-meterkunstijsbaan bestaat. Een rijder als Bart Swings moet altijd naar andere landen om te trainen. Nederland heeft er zeventien en legt er rustig nog een achttiende aan voor een feestmaand in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Iedere Nederlander weet binnen een half uur rijden, van Geleen tot Alkmaar, een kunstijsbaan te vinden.

Peter Novak, coach van de Tsjechische Martina Sablikova, noemt Nederland daarom het walhalla van de schaatssport. 'Wij hoopten na de twee gouden medailles van Martina in Vancouver op een eigen baan in Praag. Martina is onze grote attractie, maar het is nog steeds niet voor elkaar. Ik houd hoop.'

Nederland heeft in 1994, met de revolutie van Rintje Ritsma, het systeem van commerciële merkenteams ingevoerd en in stand gehouden. Het heeft een enorme input van geld opgeleverd en de daarbij behorende faciliteiten. In het Nederlandse profschaatsen gaat een bedrag van tussen de 15 en 20 miljoen euro per jaar om.

Veldkamp: 'Een olympische medaille kost een miljoen of meer. Dan is geld de beslissende factor.' Bøkko: 'In Noorwegen worden de langlaufers en biatleten zwaar betaald. Een miljoen euro en meer voor toppers als Bjørndalen en Bjørgen. Zoals Sven Kramer bij jullie. Dan krijg je talenten die naar die sport trekken.'

Schaatsers worden in Nederland goed of heel goed betaald. Elk van de zeven profteams kent een uitgebreide begeleidingsstaf, met daarbinnen vaak afzonderlijke specialiteiten: de sprint, vrouwen, allround, middenafstand, stayeren.

Arie Koops, directeur sport van de schaatsbond KNSB: 'Andere landen hebben één ploeg, zoals wij vroeger alleen de kernploeg hadden. Maar topsport is niet hetzelfde doen voor iedereen. Topsport is de situatie zo passend mogelijk maken voor elk individu. Dat doen wij. En hier in Sotsji hebben we voor alle schaatsers een setting gemaakt die hun normale ploegsituatie nabootst. Alle trainers en fysio's uit de dagelijkse praktijk zijn mee.'

Nederland heeft ook de beste coaches: Kemkers, Orie, Van Velde, Romme, Timmer, Anema, Van Veen en Groenewold zijn de namen. Het buitenland zou hen moeten aantrekken om de inhaalrace met het oppermachtige Nederland te starten. Gerard van Velde zei na het goud van Michel Mulder dat hij niet bereid is die stap te maken. 'Daarvoor ben ik te chauvinistisch.'

Schaatsers kunnen in Nederland van ploeg naar ploeg stappen. Jan Blokhuijsen, de zilveren schaatser van de 5 kilometer, liep vorig jaar vast bij Gerard Kemkers (TVM) en stapte over naar Jan van Veen (Corendon). Het leverde hem succes op.

Schaatsen is wereldwijd een kleine sport. Duitsland bijvoorbeeld heeft nog maar 1.200 licentiehouders. Nederland heeft daarbij de grootste ledentallen. Bondscoach Jarle Pedersen van Noorwegen: 'Jullie hebben de breedte in het schaatsen. Bij jullie komen de talenten op jonge leeftijd bij de club. Bij ons is dat sprokkelen.'

Qua ontwikkeling kijken de andere landen naar het Nederlandse multidisciplinaire model. Jonge schaatsers doen aan shorttrack, skeeleren en langebaan voor zij de definitieve keuze maken. Pedersen: 'Wij hebben nauwelijks inlineskaters, maar het is wel het model.' Desly Hill, coach van Australië: 'Half inline, half ijs is ideaal. Ik heb het met de Nederlanders ontwikkeld.'

Is de Nederlandse overmacht slecht voor de schaatssport?

Vier jaar geleden had Nederland na vier onderdelen pas één (gouden) medaille. Kenners koppelen de huidige snelle oogst aan een exceptionele lichting schaatsers met Sven Kramer, Ireen Wüst, de broertjes Mulder. Koops: 'Dertig jaar geleden had Nederland in Sarajevo nul medailles. Je ziet dat de dominantie in het schaatsen kan verschuiven. Wij hebben baat bij het concurrentiemodel.'

De kracht van Nederland moet anderen uitdagen. Pedersen: 'Het is natuurlijk slecht voor de sport dat Nederland hier in Sotsji zo overheerst. Maar het is aan ons om hen in te halen. En geef niet de schuld aan de Nederlandse schaatsers. Zij rijden hier geweldig.'

Het is typisch Nederlands om de eigen overmacht kritisch te bejegenen, vindt Veldkamp: 'We winnen in tachtig jaar twee medailles op de 500 meter voor de mannen en nu drie medailles in één keer. En dan gaan we een beetje calvinistisch doen. Dit is een sneeuwbal die steeds meer de goede kant oprolt.'

Ivan Skobrev, de Russische vedette: 'De Nederlandse jongens zijn te gek in vorm. Laten we wel zijn. Dankzij Nederland bestaat het schaatsen.'

undefined

Meer over