We wisten het toen al, maar deden niets

Documenten die vorige week in Londen zijn vrijgegeven, tonen aan dat geallieerden al in een vroeg stadium op de hoogte waren van de holocaust....

NIET alleen tijdens, maar ook na de Tweede Wereldoorlog hebben de leiders van de geallieerde landen steeds hun uiterste best gedaan om bepaalde informatie over de holocaust geheim te houden. Dat de betreffende naoorlogse regeringen daar net zo goed in zijn geslaagd als de Zwitserse bankiers blijkt weer eens overduidelijk uit documenten die vorige week zijn vrijgegeven door het Britse nationale archief.

Dit gedrag van Westerse politieke leiders is in scherpe tegenspraak met de boodschap die ze uitdroegen tijdens het proces in Neurenberg en in de jaren daarna: dat het nazisme een aberratie was die geheel losstond van de Westerse denkwijze en politieke cultuur.

Voor een beetje historicus bevatten de documenten - waaruit blijkt dat de Britten reeds in 1941 op de hoogte waren van de massale uitroeiing van joden in de Sovjet-Unie - geen nieuws. Dankzij de Amerikaanse Freedom of Information Act hebben historici als Richard Breitman - de auteur van de gezaghebbende studie over SS-chef Heinrich Himmler - al veel langer toegang tot dergelijke documenten uit de kluizen van de National Security Agency in de VS.

De destijds door een Britse speciale eenheid gedecodeerde boodschappen van Duitse commandanten over massa-executies door moordcommando's zijn dus al jaren beschikbaar voor onderzoekers.

Dat neemt niet weg dat er door het vrijgeven van deze documenten emotionele reacties zullen loskomen, variërend van verontwaardiging over de onverschilligheid van de geallieerden jegens het lot van de joden, tot steunbetuigingen aan de toenmalige Britse regering, die er wijs aan zou hebben gedaan om tijdens de oorlog de informatie uit de Sovjet-Unie niet openbaar te maken; de Duitsers waren dan immers te weten gekomen dat de geallieerden beschikten over de sleutel om hun codes te breken, wat strategisch gezien heel schadelijk zou zijn geweest.

Voor beide reacties valt wel wat te zeggen. Het staat buiten kijf dat men tegen elke prijs diende te voorkomen dat het succes van de decodeerafdeling bekend werd. Daar komt bij dat er onder de Britse elite sprake was van een wijdverbreid antisemitisme, waardoor er huiver bestond om de aandacht te vestigen op de jodenvervolging.

Men ging er niet alleen vanuit dat dit het binnenlandse antisemitisme zou aanwakkeren, maar ook dat het afgedaan zou worden als propaganda, vergelijkbaar met de valse berichten over gruweldaden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Maar dit is niet het hele verhaal. Het geval is namelijk dat de geallieerden op een gegeven moment zoveel bewijzen hadden inzake de holocaust, dat de hele discussie over het al of niet verraden van de kennis over het Duitse codesysteem volstrekt irrelevant is. De overstelpende hoeveelheid informatie waarover men beschikte, heeft er echter niet toe geleid dat men de joden te hulp is gekomen.

De documenten uit 1941 gaan gedetailleerd in op de activiteiten van Einsatzgruppen, die opereerden in het spoor van de Wehrmacht na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941.

Deze moordcommando's hebben naar schatting niet alleen een miljoen joden omgebracht, maar ook duizenden communistische leiders en intellectuelen. Dus toen in latere berichten gewag werd gemaakt van een nog systematischer vervolging en uitroeiing, hadden de geallieerden kunnen weten dat het de Duitsers menens was.

Begin september 1942 zond Gerhard Riegner, een vertegenwoordiger van het Joodse Wereldcongres in Genève, een telegram naar joodse leiders in Londen en New York waarin hij verslag deed van een gesprek met een Duitse informant die in nauw contact stond met hoge regeringsfunctionarissen.

Op basis van de notulen van de Wannsee-conferentie van 20 januari 1942 gaf hij een verbijsterend getrouwe weergave van het plan voor de 'Endlösung der Judenfrage': 'Alle drieëneenhalf of vier miljoen joden in de door Duitsland bezette of gecontroleerde landen dienen naar het oosten gedeporteerd te worden en na daar geconcentreerd te zijn te worden uitgeroeid.'

Riegner maakte zelfs melding van het in Auschwitz gebruikte blauwzuur (merknaam Zyklon B). Op advies van de Britse en Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken besloten de joodse leiders dit verslag pas in november in de openbaarheid te brengen.

In mei 1942 - dus zelfs nog voor het telegram van Riegner - was de Joodse ondergrondse in Warschau erin geslaagd om via de legendarische koerier Jan Karski een rapport over de systematische uitroeiing van de joden naar de Poolse regering in ballingschap in Londen te sturen. Dit verslag werd op 2 juni wereldkundig gemaakt door de BBC.

En op 10 juni brachten twee leden van de Bund (de grote joods-socialistische organisatie in Polen), Shmuel Zygielbojm en Tgnacy Schwarzbart, dit rapport onder de aandacht van de Poolse Nationale Raad, waar ze beiden lid van waren. Ook hierover berichtte de BBC, en wel op 26 juni. Toen het rapport openbaar werd gemaakt, was er maar één krant die dit nieuws bracht, en dan nog weggestopt op een van de binnenpagina's.

Ondanks de radio-uitzendingen ontstond er geen noemenswaardige publieke discussie over het inmiddels onomstotelijke feit dat er een massavernietiging plaatsvond. Uit protest tegen dit grote zwijgen pleegde een wanhopige Zygielbojm in 1943 zelfmoord.

De grote hoeveelheid informatie die de geallieerde leiders onder ogen kregen, toont in elk geval aan dat de joden niet in de steek gelaten zijn doordat men te weinig wist over hun lot. En beweren dat acties om de joden te redden de vitale strategische belangen zouden hebben geschaad, is een uiterst cynische manier om zich te verschonen.

Het zou immers helemaal niet nodig zijn geweest om bekend te maken dat men informatie had verkregen via gedecodeerde berichten van de Duitsers, omdat de geallieerden ook uit allerlei andere bronnen bewijzen hadden over de holocaust. En dit geldt helemaal vanaf 1943, toen de Duitsers bij de uitroeiing van de joden geleidelijk aan overschakelden van de speciale moordcommando's naar de vernietigingskampen.

De openbaar gemaakte dossiers van het Britse nationale archief mogen dan weinig nieuwe inzichten opleveren, vast staat dat er nog heel wat gewetensonderzoek gedaan moet worden.

Dan Stone is historicus en verbonden aan de Universiteit van Oxford.

Vertaling: Brigit Kooijman

Meer over