Nieuws

‘We vragen niet om de bonnetjes van elk rolletje drop dat de koning koopt’

Minister-president Mark Rutte (VVD) is ‘te enthousiast’ geweest over het uitvoeren van een motie van D66 en PvdA, die om meer duidelijkheid vroeg over de 5,1 miljoen euro die koning Willem-Alexander ontvangt voor ‘personele en materiële uitgaven’.

De zomerfotosessie 2021 bij Paleis Huis ten Bosch in Den Haag.  Beeld Brunopress
De zomerfotosessie 2021 bij Paleis Huis ten Bosch in Den Haag.Beeld Brunopress

Dit heeft de premier donderdag gezegd in de Tweede Kamer in het jaarlijkse debat over de begroting van het Koninklijk Huis. Rutte beloofde vorig jaar nog ‘ruimhartig’ te zullen antwoorden, maar vindt inmiddels dat hij ‘beter had moeten weten’.

De koning ontvangt een uitkering die bestaat uit salaris (de A-component), dit jaar iets meer dan 1 miljoen euro netto, en een vrij te besteden B-component van ruim 5 miljoen euro. Dat bedrag roept veel vragen op, omdat de hele Dienst van het Koninklijk Huis met zo’n 300 medewerkers al ten laste komt van de Rijksbegroting.

Vorige week legde Rutte in een Kamerbrief uit dat de koning het geld onder meer besteedt aan een tiental specifieke managementfuncties in de hofhouding, alsmede aan enkele ‘persoonlijk adviseurs en particulier secretarissen’ die ook tot de hofhouding behoren. Verder wilde hij niet gaan. Informatie over andere, ook materiële uitgaven zouden te zeer raken aan de persoonlijke levenssfeer.

PvdA-Kamerlid Barbara Kathmann was het daar mee oneens. ‘Het gaat om een normale motie die beter inzicht vraagt in de uitgaven van ons belastinggeld, niet om de bonnetjes van elk rolletje drop dat de koning koopt.’ Ze wees erop dat de afgelopen dagen ‘een batterij aan juristen gehakt heeft gemaakt’ van Ruttes verdediging dat hij bij meer informatie op ‘de grenzen van de Grondwet’ stuit.

Opgerekt

In de Grondwet ligt de bescherming van de privacy vast (art. 10) en heeft de koning het recht ‘zijn Huis’ in te richten (art. 41). Onder anderen advocaat Geert-Jan Knoops stelde op Twitter dat ‘inrichting’ van de hofhouding iets anders is dan ‘kosten’ van de hofhouding. ‘Premier legt Grondwet onjuist uit’, aldus Knoops.

‘De manier waarop de premier hiermee omgaat, neem ik hoog op’, zei D66-Kamerlid Joost Sneller. Hij vond dat de Grondwet ‘oneigenlijk wordt opgerekt’. Hij riep in herinnering dat het verzoek om meer openheid was gebaseerd op een aanbeveling van de Algemene Rekenkamer. Die adviseerde ‘elke vijf jaar een toets uit te voeren om te beoordelen of de hoogte van de B-component nog passend is bij de hoogte van de personele en materiële uitgaven van de koning’.

Beslisnota

Sneller verbaasde zich ook over de afwezigheid van een zogenoemde beslisnota bij Ruttes terughoudende opstelling. Beslisnota’s worden in het streven naar een nieuwe bestuurscultuur sinds 1 juli meegestuurd met kabinetsbesluiten, zodat de Kamer kan zien welke adviezen aan een beslissing ten grondslag liggen. Bij de Kamerbrief van vorige week zat alleen een eenregelig advies: ‘instemmen met verzending’.

‘Een cynicus zou zeggen: typisch Rutte’, merkte Sneller op. ‘Maar ik ben een optimist. Dus vraag ik: is er echt geen enkel juridisch advies gegeven?’ Rutte antwoordde dat een beslisnota in dit geval strijdig zou zijn met de ministeriële verantwoordelijkheid en de eenheid van de Kroon, zich beroepend op een ‘voorlichting’ door de Raad van State uit 2016. ‘Maar die kende u vorig jaar ook al’, mopperde Sneller. ‘Nu is voor ons op geen enkele manier na te gaan wat de achterliggende overwegingen zijn geweest. Dat is zelfs geen begin van transparantie.’

Toch moest de Kamer (slechts 9 van de 19 fracties namen deel aan het debat) het ermee doen. Rutte: ‘Er zullen altijd schurende elementen zijn als een hoogadellijke familie door erfopvolging het staatshoofd levert.’

Meer over