'We moeten kampioen dierenwelzijn worden'

DEN HAAG - Het welzijn van de dieren in de Nederlandse veehouderij moet beter zijn dan waar ook. Dat adviseren wetenschappers aan de themacommissie Dierhouderij van de Tweede Kamer.


'Dierenwelzijn is verkoopbaar', onderstreept Henk Vaarkamp, voorzitter van de Raad voor Dierenaangelegenheden. 'Dat is de toegevoegde waarde die ons gekke, goed georganiseerde, creatieve Nederland kan leveren. Laat grootschalige, goedkope productie maar over aan plekken in Europa waar de bevolking dun is gezaaid. Nederland, die grote stad met groene tussenruimten, kan zich beter richten op de duurdere producten, waaraan een fatsoenlijk dierenleven vooraf gaat.'


Ook de van oorsprong Duitse Frauke Ohl, hoogleraar Dierenwelzijn aan de Universiteit Utrecht, denkt dat het past bij Nederland om voorloper in dierenwelzijn te worden. 'Dat is te verkopen, ook als exportproduct.' Ohl drukt de Kamerleden op het hart goed na te denken over de invulling van dat begrip dierenwelzijn. 'Is dat de afwezigheid van ongerief, of moet je kunnen zien dat het dier positieve emoties heeft, bijvoorbeeld doordat het speelgedrag vertoont?'


De wetenschappers waren te gast in de Tweede Kamer op uitnodiging van de themacommissie Dierenwelzijn. Die speciale commissie is vorig jaar in het leven geroepen en kwam gisteren voor het eerst bij elkaar. De commissie neemt ongeveer een jaar de tijd om het eens te worden over de toekomst van de dierhouderij in Nederland.


Daarbij is een niet onbelangrijke vraag of megastallen en dierenwelzijn elkaar uitsluiten. Staatssecretaris Bleker kondigde vorige week aan dat hij niet wil dat er voorlopig nog meer megastallen worden gebouwd.


Wat betreft de VVD is dat verbod er niet voor de eeuwigheid. Kamerlid Johan Houwers: 'Ik kan me voorstellen dat de weerstand tegen zulke grote stallen zal slinken. Eerst hielden we ook niet van supermarkten omdat ze zo grootschalig waren, maar nu is iedereen daaraan gewend. Als het dierenwelzijn in orde is in die grote stallen, kunnen we ze dan echt niet bouwen, bijvoorbeeld aan de rand van bedrijventerreinen?'


Dat zal niet eenvoudig worden, vermoedt Elsbeth Stassen, bijzonder hoogleraar dierlijke productiesystemen in Wageningen. 'Er is weinig draagvlak voor megastallen, dus de lat moet heel hoog worden gelegd voordat de burger zich erin kan vinden. Misschien dat het lukt om de burger te overtuigen met een agropark met een gesloten kringloop, waarin dus ook voer wordt geproduceerd en afvalstoffen worden afgevoerd. Zoiets zal heel voorzichtig moeten worden gebracht.'


Dierenwelzijn was niet het enige onderwerp dat in de hoorzitting gisteren op tafel kwam. Het gesprek tussen deskundigen en parlementariërs dwarrelde van volksgezondheid, naar het milieu, naar het welzijn van de boer, en zijn economische kansen.


Over die boeren gesproken: die moeten vooral niet worden vergeten in de plannen die de politiek smeedt, zegt Jan Staman, directeur van het Rathenau Instituut. 'U moet het met de boeren rooien.'


Hoe sneller de boeren weten waar ze aan toe zijn, hoe beter het dus ook is, vinden de wetenschappers. Ze sporen de Tweede Kamer aan op te schieten met een visie op de toekomst van de dierhouderij in Nederland te komen. Dan weten agrarische ondernemers welke kant ze op moeten innoveren, en onderzoekers wat ze moeten onderzoeken.


Meer over