'We moeten geduld hebben met Oekraïne'

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werd Oekraïne een onafhankelijke staat. In de hoofdstad Kiev werden nieuwe ambassades geopend....

'U MAG MIJ gerust als amateur beschouwen.' Robert Serry, van 1992 tot 1996 de eerste Nederlandse ambassadeur in Kiev, heeft een onderhoudend boek geschreven over de wording van een jonge natie: Oekraïne. Maar Nederland is geen schrijver-diplomaat in de traditie van F. Springer rijker geworden. 'Ik heb juist niet de pretentie willen hebben om mij hier aan te dienen als nieuwe schrijver', zegt hij in zijn kamer op het ministerie van Economische Zaken, waar hij thans werkt.

Het zou ook wel eens het laatste boek kunnen zijn dat Serry schrijft. 'Ik heb niets op de plank liggen.' De lichte toon die hij in het boek hanteert, verraadt het niet, maar 'schrijven kost mij moeite'. Serry, die enkele jaren naar het ministerie van Economische Zaken werd gedetacheerd door Buitenlandse Zaken, heeft iemand nodig die hem tot schrijven aanzet.

Het verschijnen van Standplaats Kiev is te danken aan Joop van Tijn. Die verzocht hem voor zijn vertrek naar Kiev om voor Vrij Nederland een dagboek bij te houden van zijn pioniersarbeid in het nieuwe land. Dat lukte slechts bij toeval, omdat de ambassadeur wegens ziekte het bed moest houden. De publicatie van het dagboek van de eerste maanden leverde 'echt heel leuke reacties' op. Serry sprak met Van Tijn af aantekeningen te blijven maken. Na zijn terugkeer in Nederland, een jaar geleden, volgde een tweede publicatie en diende zich een uitgever aan.

Van Tijn zou het voorwoord schrijven, zoals al stond aangekondigd op de omslag van het boek. Nadat hij plotseling ziek was geworden, liet hij weten het toch te zullen schrijven. Maar drie dagen na dat telefoontje overleed hij. Tot grote droefenis van Serry, die heeft besloten het boek aan Van Tijn op te dragen. 'Hij was echt de inspirator van dit boek.' Het omslag moest opnieuw vervaardigd worden.

Maar het was niet alleen het enthousiasme van de buitenwacht die Serry tot auteur heeft gemaakt. De diplomaat had al tijdens zijn studie belangstelling voor het Russisch. Hij leerde de taal tijdens zijn verblijf op de ambassade in Moskou in de jaren tachtig. Als eerste Nederlandse diplomaat in Kiev raakte hij enthousiast voor het nieuwe Oekraïne.

'Iedereen is ijdel. Maar ik heb me echt geïnspireerd gevoeld om dit boek te schrijven en ik vond ook dat ik een beetje een boodschap had voor de Nederlandse lezer. Dat Oekraïne eigenlijk in Nederland nog steeds zo'n blinde vlek is, motiveerde me heel sterk.' Oekraïne, een land ter grootte van Frankrijk, verscheen in de herfst van 1991 plotseling op de kaart van Europa. Hoewel de westerse pers zelden iets meldt over het land, is de onafhankelijkheid van Oekraïne volgens Serry in zijn inleiding 'van groot belang voor de Europese vrede en veiligheid'. Rusland is geen imperium zolang Oekraïne zelfstandig blijft. 'Die uitbreiding van de NAVO heeft ontzettend veel aandacht gekregen, maar op de langere termijn is het voor landen als Polen veel belangrijker of Oekraïne er inderdaad in zal slagen zijn onafhankelijkheid te consolideren', zegt hij.

Maar Serry hoopt dat Rusland en Oekraïne, tenslotte toch broederlanden met grote overeenkomsten, uiteindelijk net zo met elkaar kunnen leven als de VS en Canada. 'De Oekraïense nationalisten zijn daar nog lang niet aan toe. Het zou verkeerd zijn als het Westen dat zou gebruiken.'

Het impopulaire onderwerp Oekraine heeft in Serry een vaardig pleitbezorger gevonden. Zijn boek is een toegankelijke introductie in een ingewikkelde materie. De auteur weeft zonder moeite zijn eigen ervaringen als ambassadeur en de grote vraagstukken van Oekraïne dooreen.

Daarbij permitteert hij zich bijna net zoveel terzijdes als de onverbeterlijke verhalenverteller Paustovski, zijn grote idool. Reisbeschrijvingen wisselt hij af met uitstapjes in de Oekraïense geschiedenis en beschouwingen over de problemen die de overgang van het communisme naar het kapitalisme veroorzaakt. Zijn oog voor details, zoals de zielige conservenblikjes in een dorpswinkel, toont dat journalistiek niet zozeer een vak is, als wel een houding, die ook heel goed bij een diplomaat kan worden aangetroffen.

Door de afwisseling van persoonlijke belevenissen en politieke analyse is Serry's boek lichter verteerbaar geworden dan de meeste geschiedenisboeken. Het is nu eenmaal aardig om af en toe te lezen hoe de ambassadeur Oekraïense leiders ontmoet, een dutje doet in zijn auto of wodka drinkt in het bos. 'Ik heb geen zwaar historisch boek willen maken', zegt hij. 'Ik heb uitdrukkelijk voor een breed publiek willen schrijven.'

Dat heeft Serry er niet van weerhouden zich te wagen aan een heuse wetenschappelijke verhandeling in zijn boek. In twee hoofdstukken doet de diplomaat een dilettantistische, maar niet onaardige poging om de problemen van de postcommunistische landen te abstraheren. Hij heeft zelfs een grafiek laten afbeelden van de Serry-ellips van Vrijheid en Gelijkheid.

'Ik wilde die hoofdstukken er graag in hebben. Ik denk toch dat het boek iets meer diepgang heeft gekregen dan wanneer ik alleen mijn verhalende verhalen gepubliceerd zou hebben. Maar ik heb er wel even over getwijfeld', zegt Serry.

Bij de vraag of hij niet te weinig wetenschapper is om met ellipsen aan te komen, verdwijnt Serry's doorgaans onverstoorbare tevredenheid met zichzelf heel even. Hij bloost. 'Ik weet dat ik me daar een beetje kwetsbaar mee opstel. Ik was me ervan bewust dat sommigen kritiek zouden hebben.' Maar, zegt hij, 'zo ondeugend heb ik nou wel willen zijn'.

Serry wijst er wel op dat hij zich tijdens zijn studie politocologie heeft gespecialiseerd in methoden en technieken, zodat ellipsen en curves hem niet onbekend zijn. Maar ook hier noemt hij zichzelf een amateur, die niet pretendeert een echte politicologische bijdrage te leveren. In een vakblad zou hij zijn ellips zonder verder onderzoek niet durven publiceren.

Maar het aangesneden probleem was 'heel wezenlijk' voor zijn periode in Kiev en paste daarom in het boek. 'Die ellips is voortgekomen uit een beetje ruzieachtige discussie die ik een aantal malen heb gevoerd met jonge liberale Oekraïense vrienden, onder anderen mijn huidige partner Irina, met wie ik nu hier samenwoon.'

Serry, die actief is in de PvdA, ontpopte zich tegenover de ultra-liberale Oekraïeners als een verdediger van het poldermodel. Absolute gelijkheid is slecht, maar absolute vrijheid heeft volgens hem ook negatieve gevolgen. 'In deze tijd heeft iedereen weer het idee dat als je de vrijheid maar zo groot mogelijk maakt, de rest vanzelf wel komt. En dat de ongelijkheid een noodzakelijk kwaad is, dat je maar hebt te accepteren. In mijn ogen is dat gewoon niet zo.'

Volgens Serry was het van westerse waarnemers, onder wie hijzelf, naïef om te denken dat de ontwrichting als gevolg van het communisme met marktwerking in een mum van tijd gecorrigeerd zou kunnen worden. Dat is vooral moeilijk in landen waar de communistische elite feitelijk aan de macht is gebleven, zoals Rusland en Oekraïne. 'We moeten beseffen dat we geduld moeten hebben met die landen. Het kan gewoon niet zo snel gaan als in Polen en Hongarije.'

Wat vinden ze op het ministerie van Buitenlandse Zaken eigenlijk van een hoogvlieger als Serry, die zichzelf 'niet honderd procent diplomaat' voelt? Hij geeft toe dat bij zijn eerste publicatie in Vrij Nederland op BZ 'wel enige wenkbrauwen werden gefronst'.

Maar in zijn boek heeft hij controversiële politieke uitspraken bewust vermeden. Zijn klachten over de trage bureaucratie van BZ zijn eerder vermakelijk dan bitter. 'Ik denk echt niet dat ik hiermee Van Mierlo in moeilijkheden zou kunnen brengen.'

Premier Kok en Van Mierlo hebben toestemming verleend voor het afdrukken van een foto van hun bezoek aan Oekraïne op de achterflap. Maar het ministerie heeft van tevoren geen inzage in de tekst gehad. De minister is zelf journalist geweest. 'Voor diplomaten met schrijversambities is het wel mooi dat we Van Mierlo als minister hebben.'

Die diplomaten zijn er meer, zoals de arabist Marcel Kurpershoek die nu Serry's vroegere functie bekleedt als chef Midden-Oosten op BZ, en vorig jaar een veel geprezen boek over Jeruzalem publiceerde. Rik Kuethe heeft zelfs de diplomatieke dienst verlaten om zich volledig aan de journalistiek te wijden bij Elsevier.

'Diplomaten en journalisten hebben natuurlijk raakvlakken met elkaar. Alleen wij zijn veel beperkter. Wij maken wel soms dingen mee die journalisten niet kunnen meemaken, omdat we dichter bij de bron staan. Maar we zijn niet vrij. Ik erken dat dat een spanningsveld is. Als ik werkelijk schrijver zou willen worden, zou ik moeten ophouden met deze baan.'

Philippe Remarque

Meer over