'We hebben niet voor een habbekrats verkocht'

ABN Amro deed in 2006 de beruchte vastgoedpoot van de hand die SNS Reaal later fataal werd. Samen met betrokkenen kijkt de Volkskrant terug.

AMSTERDAM - De overname van Bouwfonds door ABN Amro was niet het idee van Rijkman Groenink. Het stond eigenlijk op het verlanglijstje van de voormalige ABN'ers die hier al voor de fusie met de Amrobank hun zinnen op hadden gezet. Groenink kondigde het overnameplan op 26 augustus 1999 wel aan op een persconferentie.


'We willen een Europese speler worden. (...) Alleen een breed dienstenpakket in Nederland is te smal.' Maar er was ook een andere reden. Met de overname van de hypothekenportefeuille van Bouwfonds van 25 miljard gulden stak ABN Amro ineens de Rabobank naar de kroon, de marktleider met een kwart van de hypotheekmarkt.


Groenink had de onderhandelingen ook niet gedaan. De gesprekken waren gedelegeerd aan aan Jan Peter Schmittmann (de man die later het stervensproces van de private holding zou begeleiden) en Hans ten Cate (de man van speciale kredieten die een jaar later naar de Rabobank zou verhuizen).


Hun gesprekspartner was Cees Hakstege, de baas van Bouwfonds. Ook de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), de belangrijkste financier van Bouwfonds, was nauw betrokken. De BNG trad op als onderhandelaar voor de 479 gemeenten die feitelijk eigenaar waren van het Bouwfonds. Uiteindelijk werd een akkoord bereikt over een overnamesom van 2,7 miljard gulden.


Bende van Twaalf

Maar er was een kink in de kabel. Nico Schoof, burgemeester van Alphen aan den Rijn, eiste namens twaalf gemeenten, waaronder Delft, Leiden, Eindhoven en Vlissingen, een hoger bod. De Bende van Twaalf, zoals ze werden genoemd, dachten dat Bouwfonds meer waard zou zijn. Zoals zo vaak in het vastgoed lagen de taxaties ver uiteen. Accountant PriceWaterhouseCoopers vond de prijs van 608,50 gulden per aandeel die ABN Amro wilde betalen, 'redelijk en evenwichtig'. De bank Kempen oordeelde dat de aandelen hoogstens 400 tot 450 gulden waard waren. Maar de twaalf gemeenten rekenden uit dat ABN Amro maar dertien keer de winst betaalde, terwijl in de financiële wereld toentertijd voor hypotheekverstrekkers en projectontwikkelaars achttien keer gebruikelijk was. Het aandeel zou wel 842,40 gulden waard zijn.


Een aantal woningbouwcorporaties was bereid te onderzoeken of een concurrerend bod mogelijk zou zijn. Drie toppolitici waren al die schermutselingen echter meer dan beu. Eelco Brinkman (CDA) namens de bouwwereld, Hans Wiegel (VVD) als president-commissaris van het Bouwfonds en Klaas de Vries (PvdA) als president-commissaris van de Bank Nederlandse Gemeenten zetten de dwarsliggers onder druk. Uiteindelijk legden de rebellerende gemeenten zich neer bij het bod van 2,7 miljard gulden. Bouwfonds werd een onderdeel van ABN Amro.


Bij de overname zat een addertje onder het gras. Vooralsnog werd ABN Amro alleen economisch eigenaar van Bouwfonds. Het juridische eigendom bleef nog vijf jaar bij de gemeenten liggen. Reden was dat Bouwfonds daardoor formeel een semi-overheidsinstelling bleef en de hoogste rating behield die het al sinds haar oprichting in 1946 genoot. Daarnaast zou de BNG, die 5 miljard aan Bouwfonds had geleend, dit kapitaal niet meteen hoeven terug te trekken. Afgesproken werd dat de BNG via een preferente aandelenconstructie nog vijf jaar de feitelijke dienst uitmaakte. Na vijf jaar verliep dat automatisch. Van 2000 tot 2006 heette het bedrijf dan ook 'NV Bouwfonds Nederlandse Gemeenten ABN AMRO'. Vierhonderd gemeenteraden fiatteerden het overnamebesluit, meestal als hamerstuk bij de ingezonden mededelingen.


Een jaar later stapte Hakstege op bij Bouwfonds. 'De gemeenten moeten dankbaar zijn voor wat ik heb gedaan. Bouwfonds is op het hoogtepunt van de markt verkocht.' Dankzij de winst op Bouwfonds hadden de gemeenten ineens 1,3 miljard euro extra in kas. ABN Amro hoefde er evenmin spijt van te hebben. In 2001 behaalde Bouwfonds een winst van 200 miljoen euro - een fiks rendement op een investering van 1,3 miljard euro.


Italiaanse aankoop

Groenink was een jaar eerder Jan Kalff opgevolgd als bestuursvoorzitter. Hij wilde de bank verder uitbouwen. 'In 2004 hadden we als raad van bestuur van ABN Amro een revisie gemaakt van onderdelen die niet tot de kernactiviteiten van de bank werden gerekend. Dat was een hele waslijst, maar de twee grootste waren Leaseplan en Bouwfonds. De hoofdreden (...) was ons ongeloof dat ze binnen onze riskparameters en onze kapitaalallocatiecriteria een viable en sustainable Europese positie konden opbouwen, terwijl we op hetzelfde moment kapitaal vrij moesten maken voor onze bancaire expansie', aldus Groenink nu. Of in niet-bancaire taal: De ABN Amro dacht met Bouwfonds geen internationale positie op de vastgoedmarkt te kunnen opbouwen die het als global bank wilde. In 2006 kon ABN Amro na een verbitterende overnamestrijd de Italiaanse bank Antonveneta kopen, maar de uiteindelijke koopprijs van 7,2 miljard euro drukte zwaar op de balans van de bank. Daarom werd haast gemaakt met de verkoop van de niet-kernactiviteiten.


Omdat Groenink zelf vooral in de weer was met de Italiaanse aankoop, werd de verkoop gedelegeerd aan bestuurslid Wilco Jiskoot. De Rabobank liet daarbij doorschemeren dat het hele Bouwfonds te groot was. Ze had al een dikke leningenportefeuille uitstaan in bouwprojecten en wilde alleen de projectontwikkelingstak.


SNS Reaal, dat net daarvoor de beurssprong had gewaagd, zat op het vinkentouw. Uiteindelijk kon een deal worden gesloten. De Rabobank kreeg de projectontwikkelingspoot voor 845 miljoen euro, SNS Reaal van Sjoerd Keulen kocht de vastgoedfinancieringstak - het bedrijf dat leningen had verstrekt aan projectontwikkelaars - voor 840 miljoen euro. Rijkman Groenink kan zich herinneren dat bij de afwikkeling eigenlijk alle partijen tevreden waren. 'We maakten als bank een boekwinst van 350 miljoen euro. Maar dat was over die termijn ook niet opvallend veel. De opbrengst was geen meevaller, maar we hebben het ook niet voor een habbekrats verkocht.' Dat bij toezichthouders een belletje had moeten gaan rinkelen, zoals commissaris Arnoud Boot van DNB onlangs bij P&W suggereerde, vindt hij ook niet voor de hand liggen. In de publiciteit werd de overname tamelijk onderkoeld behandeld.


Meer over