‘We gaan geen dorpen met Taliban platgooien’

Jouke Eikelboom is directeur Operaties op het ministerie van Defensie en zodoende betrokken bij de mogelijke missie naar Afghanistan. Het draait volgens Eikelboom allemaal om het winnen van vertrouwen....

In zijn werkkamer op de Directie Operaties, heeft Jouke Eikelboom het een uur lang over ‘wederopbouw’ en ‘het winnen van het vertrouwen’ van de bevolking. Maar als het aan de hoogste Amerikaanse commandanten in Zuid-Afghanistan ligt, zullen de Nederlanders straks in Uruzgan net zo agressief de Taliban bestrijden als de VS.

‘Ik ben er zeker van dat elk land begrijpt hoe de situatie hier is’, zei de hoogste Amerikaanse grond-commandant, Jason Kamiya, twee weken terug in Kandahar over de komst van de ISAF-troepen. ‘Op alle niveaus zijn ze bereid om het offensieve karakter van onze operaties voort te zetten’, meende kolonel Kevin Owens die Kandahar zal overdragen aan Canadezen.

Wederopbouwen én de Taliban agressief te lijf gaan? Niks daarvan, bezweert generaal-majoor Eikelboom (50) die als directeur Operaties de omstreden Uruzgan-missie voorbereidt. ‘We gaan alleen offensief optreden als dat echt nodig is. Al deze veiligheidsoperaties zullen ten dienste staan van de wederopbouw. We gaan niet op terroristen jagen of dorpen platgooien waar Taliban-strijders zijn. Onze aanpak zal totaal anders zijn.’

Naïef, zo is de beoogde Nederlandse aanpak in Uruzgan de laatste weken wel eens beschreven. ‘Je kan niet gaan wederopbouwen in een oorlogsgebied’, aldus D66-leider Dittrich. Eikelboom, die in 1995 de Nederlandse F-16-eenheid leidde in Villafranca toen Srebrenica onder de voet werd gelopen, meent duidelijk van wel.

De situatie in de provincie, door de militaire inlichtingendienst MIVD eerder omschreven als ronduit slecht, is niet best, erkent hij volmondig. ‘Het is er absoluut niet veilig’, aldus de generaal-majoor die deze dagen geregeld met de Canadezen en Britten overlegt.

Eikelboom: ‘Maar het gaat om kleine groepjes Taliban, meer niet. We hebben het niet over een bataljon dat tegenstand biedt. Deden ze dat maar, dan konden we ze makkelijker bestrijden. Het grootste gevaar vormen zelfmoordaanslagen en bommen die langs de weg worden geplaatst. Dat kan catastrofaal zijn. Maar als we een goede band opbouwen met de mensen, laten zien dat we voor de wederopbouw komen, dan kunnen we veel voorkomen. Dan krijg je informatie.’

Met een provinciaal reconstructieteam (PRT) willen de Nederlanders de wederopbouw ter hand nemen en het gezag van de Afghaanse regering herstellen. Er zullen waterputten worden geslagen, scholen opgeknapt en mullahs zullen worden bezocht.

Eikelboom: ‘De Amerikanen hebben nu ook een PRT maar ze hebben te weinig middelen en troepen. Zaken als ‘Guantanamo Bay’ en het verbranden van Taliban-lijken werkten ook niet in hun voordeel. Die fouten gaan wij niet maken. Als we goed doen, dan weet men dat snel. Die mensen zijn niet dom. Met een brug kan je al gauw een verschil maken.’

Toch, een enkele actie tegen Taliban-strijders waarbij onschuldige slachtoffers vallen, kan veel kwaad bloed zaaien. Eikelboom: ‘Je moet kijken of een snelle operatie niet contraproductief is. Misschien is het beter, als we vermoeden dat er Taliban-strijders in een dorp verblijven, op een ander, onbewaakt moment in te grijpen in plaats van er meteen op af te gaan.’

De Nederlanders moeten straks ook beducht zijn voor Amerikaanse operaties in Uruzgan in het kader van de antiterroristen-operatie Enduring Freedom. Eikelboom: ‘Stel dat Taliban-leider mullah Omar bij ons is gesignaleerd. Dan zal de ISAF-commandant geraadpleegd moeten worden als de VS achter hem aan willen gaan. In ons gebied gaat niemand rommelen.’

Een andere bron van zorg: de papaverteelt. Verwacht van de Nederlanders niet onmiddellijk actie, benadrukt de directeur. ‘We zullen geen actief verbrandingsbeleid voeren. Onze insteek is: eerst zorgen voor een alternatief. Voor veel boeren is dit hun enige bron van inkomsten. Ik kan mij goed voorstellen dat je een Taliban wordt, als een vreemde militair je oogst in brand komt steken.’

Meer over