Watersport voor landrotten

Zelfs bibbermensen van ruim tachtig kilo kunnen in een kano stappen zonder in het water te vallen. Kort boven de stad Groningen ligt een vrij onbekend vakantiegebied: De Maren....

Door Gijs Zandbergen

De Maren zijn ontstaan door de wisseling van eb en vloed in de tijd dat er nog geen dijken lagen. Het water zocht de laagste plekken en zo ontstonden bochtige stroompjes.

In folders maken plaatselijke VVV's in De Maren trots gewag van 950 kilometer kanoroutes. Dat lijkt Peter Waterdrinker, eigenaar van Mareland-recreatie in Winsum, wel wat veel. Maar dat er voldoende sloten liggen om er ongestoord een paar dagen op uit te trekken, was hem dertig jaar geleden al duidelijk, toen hij en zijn vrouw in het gebied neerstreken.

Begin jaren tachtig begonnen zij hun kanoverhuurbedrijf en werden ze volgens eigen zeggen voor gek verklaard. Dat kwam mede doordat in Nederland nauwelijks dergelijke bedrijven bestonden, en zeker niet in noordwest-Groningen.

Groot is het bedrijf van Waterdrinker en zijn vrouw niet geworden. Wel zagen ze de bedrijfstak groeien. Op het hoogtepunt van het Groningse kanowezen, halverwege de jaren negentig, bestonden er 38 bedrijven en bedrijfjes. Dat is inmiddels weer gekrompen tot een ruime handvol.

Waterdrinker: 'Kanoën is watersport voor landrotten. Bij winderig weer schrikt het gevaar van omslaan veel mensen af. Een paar slechte zomers en veel kleine bedrijfjes geven het op. Toch valt het me altijd weer reuze mee hoe weinig mensen er werkelijk omslaan. Dat komt doordat het grootste gevaar geweken is als men eenmaal in de boot zit. Dat geldt zelfs voor bibbermensen van meer dan tachtig kilo. Die haal ik er altijd even uit. Bij het instappen geef ik ze extra instructie. Ze klimmen met hulp in de boot, maar wel zodanig dat ze hun eigen fouten moeten corrigeren. Ik ben er voor de laatste greep.'

De potentiële tuimelaars zijn vrijwel altijd deelnemers aan een groepsuitje. Waterdrinker: 'Het valt op dat de andere deelnemers aan zo'n tocht altijd het geduld hebben op bibbermensen te wachten. Dat is een gemeenschappelijk kenmerk van kanovaarders. In een kano valt niet veel te blitsen.'

Het kan ook anders uitpakken, met name voor vaarders in een Canadese kano. Waterdrinker: 'De man is sterker en stuurt. Hij zit achterin, de vrouw voorin. Beiden hebben een enkele peddel. Bij terugkeer heb ik een paar keer gezichten op onweer gezien. Ik was vergeten te vertellen dat de fout altijd bij de achterste roeier ligt. Zijn klacht was dat hij steeds had moeten remmen en bijsturen, terwijl zij vond dat ze zich op zijn commando het leplazerus had moeten roeien. Veel vrouwen hebben me laten weten dankbaar te zijn dat ik dit voor het begin van de tocht had gezegd.'

Meer over