Waterig scheppingsverhaal

Faustin Linyekula's choreografie blinkt uit in vaagheid.

Als donkere choreograaf, geboren in Congo, weet Faustin Linyekula dondersgoed dat hij een gevoelige snaar raakt, met zijn 'zwarte' kritiek op de Afrikaanse beeldidylle in het 'negrokubistische' fantastiestuk La création du monde uit 1923. De Prins Claus-laureaat vraagt zich af waarom de moderne (blanke!) kunstenaars Fernand Léger, Darius Milhaud en Blaise Cendrars net na de Eerste Wereldoorlog, zo'n naïeve, exotische en vrolijke scheppingsmythe vol Afrikaanse clichés durfden te presenteren, terwijl ze weet hadden van de koloniale exploitatie van het zwarte continent. De originele versie is niet vastgelegd maar Millicent Hodson en Kenneth Larcher wisten het totaalballet knap te reconstrueren.

La création du monde blijkt vooral een kleurrijk, tijdloos en animistisch beeldverhaal, door Léger weliswaar naïef, maar ook expressief voorzien van kubistische achterdoeken en (dieren)kostuums (apen, krokodillen, kevers en wandelende totempaalversies van Adam en Eva). Op Milhauds pompende, jazzy muziek bewegen de uitgedoste dansers als schaakstukken over het podium, met af en toe een eruptie van fladderballet (een niemendalletje van choreograaf Jean Börlin). La création is in geen enkel opzicht actueel of kritisch, maar wel artistiek en speels door de kubistische interpretatie van primitieve volkskunst.

Het 'kritisch' antwoord van Linyekula zelf - hij reageert met een eigen Création du Monde - oogt echter fletser dan zijn 'hongerige activisme' op papier belooft. In het programmaboekje trekt 'de kleine neger die danst voor witte kinderen' (zoals Linyekula zichzelf spottend noemt) van leer tegen de Westerse naïeve kijk op Afrika als 'kindertijd van de wereld'. Op toneel blijft van die ironie weinig over. Vreemd genoeg opent hij de dubbelvoorstelling met zijn eigen commentaar, zodat je daarna pas het 'negerballet' ziet waarover Linyekula zich boos maakt. De choreograaf wilde blijkbaar laten zien welke dansers van Ballet de Lorraine later schuil zouden gaan achter Légers beschilderde maskerade, maar dat rechtvaardigt deze onlogische volgorde niet. Zijn eigen choreografie is bovendien een waterig en weinig gearticuleerd scheppingsverhaaltje. Eerst trekken twee dansers bijna een elastisch pak uit elkaar (oerknal, nulpunt, Adams rib?). Op bankjes tegen de achterwand zitten de andere 21 dansers blootvoets in trainingstenue. De enige donkere danser, Djodo Kazadi, schuifelt met shakende billen voorlangs het toneel en deelt iedere collega een beschilderd nylon pak uit. Zo worden uit de dansers 'mensen' geboren, die zich eerst groeperen tot bomen met waaiende kruinen - een ongelijk gedanste frase met geheven armen - en vervolgens een vleug dierlijke expressie laten zien.

Geregeld bekijken ze elkaar zittend in een kring (passieve getuigen? samenscholing in de open lucht?). Linyekula's choreografie blinkt uit in vaagheid en lijkt met arabesken, spagaten en rollende lichamen ook nog te verwijzen naar het clichébeeld van de roffelende Afrikaanse danser (Josephine Baker) en de volgzame balletdanser. Een wereldcreatie is La création du monde in ieder geval zeker niet.

La création du monde 1923-2012 door CCN-Ballet de Lorraine/Faustin Linyekula. 13/6, Muziektheater, Amsterdam.

undefined

Meer over