AnalyseVerenigde Staten

Wat vindt de rest van de wereld van de VS?

Hoe kijkt de rest van de wereld aan tegen de Verenigde Staten? Met ontzag, sympathie en afschuw, zien de correspondenten van de Volkskrant. Vaak ook met alle drie tegelijk. 

Beeld Rhonald Blommestijn

Dominant, zelfzuchtig en met een ijzeren overtuiging van de eigen superioriteit. Deze karaktereigenschappen van Donald Trump worden door zijn fans bejubeld en door zijn vijanden verafschuwd. Maar wie naar de geschiedenis van de Verenigde Staten kijkt, ziet dat Trump een kant van Amerika belichaamt die er altijd al was.

Een rode draad door de Amerikaanse buitenlandpolitiek is de veronderstelling dat de wereld is in te delen in goed en kwaad, en dat de VS als politieagent mogen optreden. De Koude Oorlog, de oorlog tegen drugs, de strijd tegen terreur: je bent met ons of je bent tegen ons, is steevast het mantra. Een land dat zichzelf het recht toekent te bepalen wat goed en slecht is en dat ingrijpen in andermans zaken gerechtvaardigd acht, waant zich vanzelf aan de juiste kant van de geschiedenis.

Maar Amerika is niet alleen de ‘hoeder van democratie’. Het heeft ook een lange traditie van het in het zadel helpen en houden van dictators. En bij het promoten van democratie staan meestal ook de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven centraal, of in ieder geval hoog op de prioriteitenlijst.

Als de wereld de Amerikanen tot de orde roept, negeren ze dat. Dat was al zo in 1986, toen het Internationaal Gerechtshof Amerika veroordeelde vanwege het opleiden en financieren van doodseskaders in Nicaragua. Dit jaar hebben de VS sancties ingesteld tegen de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, omdat zij onderzoek doet naar de oorlogsmisdaden die Amerikaanse troepen hebben begaan in Afghanistan.

Dat kunnen ze ongestoord doen, want Amerika is de sterkste jongen van de klas. De rijkste ook, met een enorme zak snoep waaruit alleen vrienden mee mogen eten. Donald Trump schept er genoegen in dit gegeven van de daken te schreeuwen, en doet geen enkele moeite Amerika nog als moreel kompas te presenteren. Dat is een groot verschil met zijn voorgangers.

Trump heeft Europa met de neus op de feiten gedrukt: het moet zijn lot in eigen hand nemen

Angela Merkel bleef op Donald Trump inpraten, op de G7-top in Canada in juni 2018. Donald moest het slotcommuniqué ondertekenen. Hij begreep toch ook wel hoe belangrijk het was dat de leiders van de wereld met één stem spraken? De Amerikaanse president bleef halsstarrig weigeren, maar zwichtte uiteindelijk onder druk van Merkel en de anderen.

Hij pakte een paar snoepjes uit zijn zak en gooide ze nonchalant op tafel. ‘Hier Angela, zeg niet dat ik je nooit iets gegeven heb’, zei hij, volgens het Amerikaanse tijdschrift Newsweek. Hij tekende het communiqué, maar bedacht zich op weg naar zijn vliegtuig, de Airforce One. Op Twitter liet hij weten dat hij zijn handtekening had ingetrokken. En passant noemde hij zijn gastheer Justin Trudeau ‘heel zwak en oneerlijk’.

Zo leerde Europa de afgelopen vier jaar Donald Trump kennen. Grillig, onbetrouwbaar, vulgair, onbeschoft. Hij had lak aan conventies, tradities en decennia van vriendschap tussen de VS en Europa, als de vastgoedboer die de verfijnde salon van de internationale diplomatie betrad.

Voor Europa staat veel op het spel op 3 november. Een herkozen Trump zal een ontketende Trump zijn, vrezen Europese leiders. Hij zal autoritaire leiders overal ter wereld aanmoedigen. Hij zal de internationale orde verder proberen te ondermijnen. De klimaatakkoorden van Parijs, de Wereldgezondheidsorganisatie, de Navo, de Verenigde Naties, de Europese Unie, ze dreigen allemaal verzwakt te worden door het sloopwerk van Trump.

De Amerikaanse president is impopulair in Europa. Slechts 19 procent van de Britten heeft vertrouwen in hem, 18 procent van de Nederlanders, 11 procent van de Fransen, 10 procent van de Duitsers en 9 procent van de Belgen, blijkt uit een peiling van Pew Research. Sommige Europese nationalisten zien hem als een baken, maar hij scoort matig onder hun kiezers. Slechts eenderde van de kiezers van PVV en Forum voor Democratie heeft een hoge pet op van de president. Trump heeft ook het imago van de Verenigde Staten in Europa geschaad. Slechts 31 procent van de Fransen, 30 procent van de Nederlanders en 26 procent van de Duitsers heeft een gunstig beeld van de VS.

De afschuw is geheel wederzijds. Trump onderhandelt het liefst met het mes op tafel, met autoritaire leiders die de concessies uit hun achterzak kunnen trekken. Europeanen zijn vermoeiend: ze hebben moeite om op één lijn te komen en hebben ook nog eens de neiging om zich moreel superieur op te stellen. ‘Het is gek’, zei Trump tegen de journalist Bob Woodward over zijn relaties met buitenlandse leiders: ‘Hoe harder en gemener ze zijn, hoe beter ik met ze op kan schieten.’

Trump omschreef de Europese Unie als ‘vijand’, ‘erger dan China, maar dan kleiner’. Hij heeft vooral een hekel aan Duitsland, aan domineesdochter Merkel die hem onderwijst over het belang van regels in het internationale verkeer, aan het succes van Mercedes en BMW op de Amerikaanse wegen, aan het feit dat Duitsland zo weinig aan defensie uitgeeft.

Volgens Trump is ‘de Europese Unie gevormd om ons slecht te behandelen’. In werkelijkheid hebben de Amerikanen in de jaren vijftig de Europese eenwording juist krachtig bevorderd. Een sterk West-Europa moest een bolwerk tegen het communisme zijn. De Amerikanen boden militaire bescherming, de Europeanen mochten zich richten op handel en economie.

Het was een arrangement dat Europa paste als een handschoen. Uitgeput door twee wereldoorlogen koesterden de Europeanen een begrijpelijk wantrouwen tegen de taal van de macht. Ze bouwden hun eigen wereld, gebaseerd op regels die machtsuitoefening juist moesten voorkomen.

Die comfortabele binnenwereld staat op losse schroeven, niet alleen door Trump, maar ook door de geopolitieke veranderingen van de afgelopen decennia. Sinds de val van het communisme is Europa minder belangrijk voor de VS. In toenemende mate richten zij hun aandacht op Azië, in het bijzonder op de nieuwe rivaal China. Als Joe Biden op 3 november wordt gekozen, zal hij het spel minder scherp spelen dan Trump. Maar tussen de VS en Europa zal het niet meer worden zoals vroeger.

Trump heeft Europa met de neus op de feiten gedrukt. ‘Europa moet zijn lot nu in eigen handen nemen’, zei Angela Merkel al in 2017. ‘Europa moet een ­speler worden, geen speelveld’, zei EU-president Charles Michel. Erg succesvol zijn de Europese pogingen tot geopolitiek en buitenlands beleid tot dusverre niet geweest, met het geklungel rond de sancties tegen Belarus als tragisch dieptepunt.

Maar uiteindelijk zal Europa gedwongen zijn zijn geopolitieke macht te ontplooien, omdat het steeds minder kan rekenen op Amerikaanse bescherming, geloven veiligheidsexperts. Als Biden wordt gekozen, zal dit proces worden vertraagd en gemaskeerd met mooie woorden over en weer. Winst van Trump zal de verhoudingen verder op scherp zetten en Europa dwingen zijn eigen weg te vinden. Daarom vinden sommige EU-analisten een herverkiezing van Trump helemaal niet zo’n ramp: het onvermijdelijke kan niet ­langer worden uitgesteld. (Peter Giesen)

Beeld Rhonald Blommestijn

De Irakezen willen af van de VS, maar als het erop aankomt, kunnen ze niet zonder 

Als een verboden stad ligt de Amerikaanse ambassade in Bagdad aan de overkant van de rivier de Tigris, op het zwaarbeveiligde diplomatieke schiereiland dat plaatselijk de ‘groene zone’ wordt genoemd. Gewone Irakezen, in de rode zone van Bagdad, zijn hier niet welkom. Ze kunnen alleen maar van veraf kijken naar de ambassade, die de grootste ter wereld is.

Regelmatig horen de inwoners van Bagdad het ’s avonds dreunen rond de geheimzinnige compound. Dan weten ze hoe laat het is: katjoesja-raketten slaan in rond het enorme complex. De raketten worden afgevuurd door Iraakse milities die worden bewapend door Iran. Irakezen wijzen er graag op dat deze projectielen zelden doel treffen. Alsof het de bedoeling is dat de Amerikanen weliswaar flink schrikken, maar uiteindelijk niet wegvluchten.

Het is de tragiek van Irak: men wil van de Amerikanen af, maar als het erop aankomt, kan het land niet zonder ze. Nu, op het einde van Trumps regeringstermijn, dreigt de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo om de ambassade in Bagdad te sluiten vanwege de talloze raketaanvallen. In Irak leidt dit op het hoogste niveau tot beroering. Ja, begin dit jaar is inderdaad om een Amerikaanse aftocht gesmeekt. Maar willen ze nu alsjeblieft toch blijven?

De VS zijn allesbepalend in de recente geschiedenis van Irak. Een Amerikaanse militaire invasie in 2003 leidde tot de val van alleenheerser Saddam Hussein. Als een moderne kolonisator probeerde Washington vervolgens de voormalige Arabische dictatuur bloot te stellen aan democratie en westerse idealen.

Deze overmoedige missie is pijnlijk vastgelegd door journalist Rajiv Chandrasekaran in zijn boek Imperial Life in the Emerald City. Lang verhaal kort: de Amerikanen sloten zich op in hun ‘stad van smaragd’, de groene zone van Bagdad, ver weg van het gewone Irak. Daar blonken zij uit in één activiteit: het doodschieten van zwerfkatten in de voormalige paleistuinen van Saddam. Het besluit om voormalige leden van Saddams Ba’ath-partij tot tweederangsburgers te verklaren, dreef complete soennitische stammen – traditioneel trouw aan Saddam – in de armen van Al Qaida en vervolgens Islamitische Staat (IS).

Moreel superieur bleken de westerse bezetters ook al niet, getuige het martelschandaal in de Abu Ghraib-gevangenis en andere ondervraagcentra. ‘Amerikanen martelen anders dan Irakezen, maar ze martelen wel’, zei sjeik Hamid al Hais begin dit jaar tegen de Volkskrant. Als een van de vele soennitische tribale leiders koos hij indertijd de kant van het verzet tegen de Amerikanen.

Eind 2011 verlieten de laatste Amerikaanse militairen Irak, in wat bedoeld was als een definitief vertrek. Met hen was het een fiasco geweest, maar zonder hen zou het helemaal een drama worden. Eenmaal op eigen benen verzwakte de toch al wankele Iraakse staat nog verder door sektarische twisten tussen soennieten, sjiieten en Koerden. Extremistische strijders van IS namen Mosul in, de tweede stad van Irak. Binnen drie jaar na zijn vertrek was het Amerikaanse leger alweer terug in het land, ditmaal om af te rekenen met het kalifaat van IS.

In Bagdad staat Washington tegenover Teheran. Ook buurland Iran is sinds de val van Saddam namelijk een architect van de Iraakse samenleving. Iran is de economische van Irak. Teheran betaalt en bewapent tal van Iraakse volksmilities, vaak bemand door sjiitische strijders. Enkele van de radicaalste groeperingen, machtig geworden in de strijd tegen IS, zijn verantwoordelijk voor de raketaanvallen op Amerikaanse legerdoelen en de ambassade in Bagdad.

Dit geopolitieke krachtenspel leidde begin dit jaar bijna tot een oorlog tussen beide aartsvijanden op Iraaks grondgebied. ‘Dood aan Amerika’, riepen pro-Iraanse militiestrijders die daags na een dodelijke aanval op Amerikaanse doelen op een luchtmachtbasis wisten door te dringen tot de hermetisch vergrendelde ambassade. Daarop doodden de Amerikanen bij het vliegveld van Bagdad de Iraanse generaal Qassem Soleimani en zijn rechterhand, de invloedrijke Iraakse militiebaas Abu Mahdi al Mohandis.

In Irak wisten de toenmalige premier en het parlement het vervolgens goed gemaakt: klaar met internationale inmenging. Amerikaanse militairen en alle andere buitenlanders werd gevraagd te vertrekken. Maar nu Trump inderdaad duizenden manschappen terugtrekt uit Irak en Pompeo in reactie op de onophoudelijke raketaanvallen de ambassade dreigt te sluiten, verandert de regering van premier Mustafa al Kadhimi, zelf tamelijk pro-Amerikaans, openlijk van koers.

Het sluiten van de ambassade is ‘een verkeerde beslissing, op de verkeerde tijd en de verkeerde plaats’, stelde minister van Buitenlandse Zaken Fuad Hussein. Zonder Amerikaanse steun lijkt het voor het Iraakse leger niet haalbaar om IS onder de duim te houden. Bovendien krijgen bij een Amerikaans vertrek de pro-Iraanse milities vrij spel. Zij worden verantwoordelijk gehouden voor het op grote schaal doden van vreedzame politieke demonstranten en activisten. Militiestrijders maakten afgelopen zomer al eens een rijtoertje per pantserwagen door de groene zone.

De inmenging van Washington houdt Irak op de rand van oorlog, maar zonder de Amerikanen wacht het land een toekomst als Iraanse vazalstaat. De vraag is of premier Al Kadhimi in staat zal zijn de rakettenregen op de groene zone te stoppen. (Ana van Es)

Met de komst van Trump is er veel veranderd, maar niet de Amerikaanse houding tegenover Honduras

Een grap in Honduras luidt: ‘Waarom vinden er in de VS geen staatsgrepen plaats? Omdat er geen Amerikaanse ambassade is.’ Midden- en Zuid-Amerika kennen als ‘achtertuin’ van de VS een lange en bloedige geschiedenis van Amerikaanse inmenging. De Hondurese grap is niet ver bezijden de waarheid: in de afgelopen eeuw bemoeiden de VS zich met staatsgrepen in grofweg driekwart van de Latijns-Amerikaanse landen.

Hoewel de Koude Oorlog – met door de VS gelanceerde dictators als Pinochet en Videla, met door de Amerikanen bewapende paramilitairen (Contra’s) in Nicaragua – al ruim drie decennia in het verleden liggen, is er nooit een einde gekomen aan de Amerikaanse bemoeienis met Latijns-Amerikaanse zaken. Venezuela springt in het oog, een land dat zucht onder het strenge regime van de marxist Maduro, maar ook onder verlammende Amerikaanse economische sancties.

Waar couppogingen en opstanden in Venezuela, hoewel gesteund door de VS, meermaals strandden, slaagde in Honduras een rechtse elite er in juni 2009 in om president Manuel Zelaya af te zetten. Zelaya verhoogde tijdens zijn presidentschap het minimumloon, hield privatisering van staatsbedrijven tegen en sloot oliecontracten met het Venezuela van Hugo Chávez.

Zelaya’s beleid botste met Amerikaanse economische en geopolitieke belangen en die van de Hondurese financiële en politieke elite. Met een pistool op hem gericht werd hij per militair vliegtuig het land uitgezet. De staatsgreep en de daaropvolgende autoritaire regeringen vonden keer op keer genade in Washington.

De Hondurese grap staat beschreven in het boek The Long Honduran Night (2018) van de Amerikaanse historicus Dana Frank, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Californië in Santa Cruz. Hard bewijs dat de VS een actieve rol speelden in de machtswissel ontbreekt, schrijft ze. Maar aan de hand van talloze gedocumenteerde voorbeelden toont ze hoe de Amerikaanse regering de terreur van drie opeenvolgende autoritaire leiders tegen de Hondurese bevolking niet alleen gedoogde, maar ook financieel en militair steunde.

‘De coup had nooit plaatsgevonden zonder impliciete Amerikaanse goedkeuring’, zegt Frank telefonisch vanuit Californië. Ze heeft aanwijzingen te over. De avond voor de staatsgreep vond er een ontmoeting plaats tussen de leiding van de Amerikaanse troepen in Honduras en de Hondurese legerleider. Het vliegtuig waarin president Zelaya werd afgevoerd, maakte een tussenstop op de Amerikaanse luchtmachtbasis Soto Cano in Honduras.

Frank beschrijft hoe na de coup het verzet onder de Hondurese bevolking opbloeide, tot zowel hun eigen als internationale verbazing. Honduras was nooit ‘cool’ geweest in Amerikaanse progressieve kringen, schrijft ze, zoals Guatemala, El Salvador en Nicaragua dat in de jaren tachtig wel waren dankzij de linkse strijd. ‘Honduras werd gezien als Amerikaanse marionet, niet interessant om onderzoek naar te doen.’ Plots gingen Hondurezen massaal de straat op in weerwil van een regering die hard terugsloeg. ‘Ik had nooit gedacht dat Hondurezen het in zich hadden om zo te vechten’, citeert ze een Hondurese socioloog.

Maar ondanks het verzet duurt ‘de lange Hondurese nacht’ voort. Na de door het leger aangestelde machthebber Roberto Micheletti volgden de autoritaire presidenten Porfirio Lobo (2010-2014) en Juan Orlando Hernández. Ook het recentste protest tegen Hernández, in september, werd met traangas en wapenstokken onderdrukt. In de afgelopen jaren werden dubieuze verkiezingsuitslagen telkens door de VS geprezen als eerlijke democratische processen. ‘Dankzij het leiderschap van president Lobo zien we een terugkeer naar democratie’, zei president Obama in 2011 tegen zijn Hondurese collega.

In dezelfde periode sloeg het Hondurese leger, mede gefinancierd door de VS, met harde hand boerenopstanden neer in het land. De boeren verzetten zich tegen landonteigening door palmoliemagnaten. Leger, politie en private huurlingen reageerden met grof geweld. Tussen 2010 en 2014 kwamen in de Bajo Aguán-regio meer dan honderd activisten om, schreef The Guardian destijds. Lobo’s opvolger Hernández voerde de militarisering van het land nog verder door. In zijn inaugurele speech in 2014 kondigde hij 25 duizend extra militairen aan, schrijft hoogleraar Frank.

In een interview met het lokale Radio Progreso spreekt de gerenommeerde Hondurese activist en pastoor Padre Melo over de omstreden herverkiezing van Hernández in 2017, die desondanks op steun van de VS kon rekenen. ‘Wat er in Honduras gebeurt, of ze ons doden, of we in een dictatuur leven, dat is secundair. Het belangrijkste voor de VS is om controle te hebben via Hernandéz, via een zwakke regering die hun geopolitieke belangen dient.’

Amerikaanse financiële steun aan de regering van Hernández nam toe onder Obama, zegt hoogleraar Frank, onder andere onder het mom van de oorlog tegen drugshandel. ‘Tegelijkertijd steeg het aantal moorden in Honduras.’ Hoewel Donald Trump vanaf 2016 in eigen land een enorme ommezwaai teweegbracht, veranderde de Amerikaanse politiek tegenover Honduras niet. ‘De VS steunen al elf jaar de post-coupregimes. Trump voegde er een venijnige, racistische haat tegen Latijns-Amerikaanse immigranten aan toe.’

Als de Democraat Joe Biden de Amerikaanse verkiezingen wint, zal alleen de toon tegen de zuiderburen zachter worden, denkt de hoogleraar. De voormalige vicepresident zal de Honduras-politiek van Obama voortzetten, verwacht ze. ‘Amerikaanse zakelijke belangen staan nu eenmaal op gespannen voet met een legitieme democratie in Honduras.’ (Joost de Vries)

Trump schaadt wereldwijd het imago van de VS, en dat komt de Chinese regering prima uit

Als kind wist de Chinese journalist Sun het zeker: er was geen betere plek op aarde dan de Verenigde Staten. Sun werd geboren in 1979, het jaar waarin de VS en China diplomatieke banden aanknoopten en de Chinezen in aanraking kwamen met The American Dream. Een van zijn klasgenootjes heette Yu Zhongmei, vrij vertaald: vriendschap tussen China en Amerika. En in zijn dorp keek iedereen naar Transformers, de Amerikaanse tekenfilm over autobots. Ze waren diep onder de indruk.

Van die bewondering is anno 2020 weinig over. Het Chinese ontzag voor de VS is al jaren tanende, en sinds Trumps presidentschap en zijn aanpak van het coronavirus is het helemaal in rook opgegaan. Schommelden de Chinese waarderingscijfers voor de VS jarenlang tussen de 40 en 60 procent, recentelijk zakten die naar 21 procent. Dat is het slechtste resultaat sinds 1979.

‘De epidemie heeft het beeld van de VS bij veel Chinezen veranderd’, zegt Sun, die tot 2014 voor officiële Chinese media werkte, maar nu alleen nog op sociale media publiceert, waar hij iets meer vrijheid heeft. Hij wil niet met zijn echte naam in de krant, want dan kan hij niet vrijuit praten. ‘Als je mijn echte naam wilt gebruiken, zal ik de Communistische Partij prijzen.’

De Chinese sympathie voor de VS begint in 1979, als Washington en Beijing na jaren van Koude Oorlog nader tot elkaar komen, verenigd in hun afkeer van de Sovjet-Unie. Het zijn de jaren waarin het communistische China zijn economie hervormt en opent, en het rijke Amerika als voorbeeld geldt. ‘China was heel arm’, zegt Sun. ‘We hadden geen tv, geen koelkast, geen telefoon. De VS hadden alles. Veel Chinezen droomden ervan in dat land te werken of studeren.’

De Chinese waardering voor de VS blijft altijd wat ambivalent. Veel Chinezen wantrouwen de Amerikaanse pogingen om wereldwijd democratie te promoten. Maar ze kijken op naar de Amerikaanse rijkdom, naar de technologische voorsprong, naar McDonald’s en Hollywood. En zelfs de Amerikaanse supermachtstatus dwingt respect af, of afgunst. ‘We wilden maar al te graag zelf zo machtig zijn’, aldus Sun.

Door de jaren heen botst het af en toe stevig tussen China en de VS, zoals na het bloedbad op het Tiananmenplein in 1989, de Taiwanese rakettencrisis in 1996 of het Amerikaanse bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado in 1999. De incidenten leiden telkens tot een opmars van Chinees nationalisme, en in 1999 zelfs tot anti-Amerikaanse protesten, maar nadien normaliseert de relatie altijd. De Chinezen profiteren te veel van de goede banden met de VS om lang boos te blijven.

‘Je moet ook een onderscheid maken tussen publieke verontwaardiging en private bewondering’, zegt Liu Yu, een Chinese politicoloog die een boek schreef over de VS. ‘Als mensen over de Amerikaanse politiek praten, worden ze boos. Maar als ze de kans krijgen om in de VS te studeren of te werken, grijpen ze die nog steeds met beide handen. Zelfs topfunctionarissen (inclusief Xi Jinping, red.) sturen hun kinderen naar Amerikaanse scholen.’

Door de financiële crisis in 2008, die de economische verhoudingen doet schuiven, en vier jaar later het aantreden van Xi Jinping, die meer zeggenschap voor zijn land in de wereld wil, begint het Amerikaanse imago in China structureel te veranderen. ‘Veel Chinezen beginnen in die tijd te denken: we hebben eigenlijk alles wat de VS hebben, zegt Sun. ‘Ons zelfvertrouwen wordt groter, en dus neemt de aantrekkingskracht van de VS af.’

Die ontwikkeling komt in een stroomversnelling onder Trump, die China tot strategische rivaal uitroept en op alle vlakken – handel, technologie, Hongkong, Taiwan – de strijd aanbindt. Hij gaat daarbij zo bot te werk dat hij zelfs pro-Amerikaanse Chinezen tegen zich inneemt, bijvoorbeeld door alle Chinese studenten als potentiële spionnen te bestempelen. ‘Veel Chinezen zijn daardoor in de verdediging geschoten’, zegt Sun. ‘Trump wilde de Communistische Partij bestrijden, maar hij heeft haar juist geholpen.’

Als de coronapandemie uitbreekt en Trump de schuld in de schoenen van China schuift, vallen de VS voor veel Chinezen definitief door de mand. ‘We herkennen Amerika niet meer’, zegt Sun. ‘Voor mij stond Amerika altijd voor vrijheid. Maar nu gebruiken ze hun vrijheid om maandenlang te debatteren over iets simpels als het dragen van een mondkapje. Dan denken veel Chinezen: zulke vrijheid is zinloos, ze heeft de VS verzwakt.’

Wat niet helpt, is dat de Chinese Communistische Partij (CCP) Trumps uithalen als een handige afleidingsmanoeuvre ziet en de staatsmedia opdracht geeft de tegenstellingen uit te vergroten. Zij stellen de VS dag na dag voor als een failed state, die zich bezondigt aan mccarthyisme. ‘Dat heeft een enorme invloed op de Chinese publieke opinie’, zegt Sun. ‘De gemiddelde Chinees kan niet naar de VS reizen, spreekt geen Engels en ziet de VS alleen via de staatsmedia. Die stellen het voor alsof Amerika op omvallen staat.’

Als Trump de grootste aanjager van het Chinees-Amerikaanse debacle is, kan het dan beter worden onder Joe Biden? Liu Yu denkt van wel. Ironisch genoeg is dat ook de reden dat Chinese nationalisten op een herverkiezing van Trump hopen. Liu: ‘Trump beschadigt het imago van Amerika in de hele wereld, en dat vinden zij positief voor China.’ Sun beaamt: ‘Trump is de grootste antireclame voor de democratie. Xi en de propaganda-afdeling van de CCP zijn heel blij met hem.’ (Leen Vervaeke)

Niks missen van de strijd tussen Biden en Trump? Lees hier alles over het Amerikaanse verkiezingscircus. Of luister naar POTUS de podcast, waarin u wordt bijgepraat over het laatste verkiezingsnieuws.