Wat treffen we aan op de eeuwige jachtvelden?

Het brood was op, en zo was ik om acht uur al bij de bakker. Daar stuitte ik op S., een 'spiritueel' type, uitgeloogd van te veel zuurdesembrood en bedreven in het maken van enge poppetjes zonder benen....

Hier had ik geen zin in. Donder op met je zielen, dacht ik, terwijl ik gedag zei. Het zat toch al niet mee. Mijn stuk was niet af, ik was mijn fietssleuteltje kwijt en ik had een afspraak. In de tram hing de graflucht van natte jassen en ongepoetste tanden. Aan mijn linkervoet bolde een blaar op. Was ik maar dood, dacht ik voor de grap. Dat doe ik wel vaker - het geeft lucht.

Maar de toon was gezet. Tien overlijdensadvertenties las ik in de krant. En dat maal tien. Mijn god, het was al zo vol in de tram! Ik las dat Eugène Sutorius, in de jaren negentig advocaat bij omstreden euthanasiegevallen, de nieuwe voorzitter is van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Aardige man - sprekend Martin Bril - , voorstander van de 'pil van Drion' en twintig jaar geleden katholiek geworden, 'niet voor de ethiek maar voor de rituelen'.

Publicist Hans van Dam, voorstander van hulp bij zelfdoding, roemt Sutorius' pleidooien. Onlangs beweerde Van Dam in de Volkskrant: 'Euthanasie heeft niets met doden te maken.' Wonderlijke opvatting. Wat doet een arts die een dodelijke injectie toedient, of de vrijwilliger die levensmoede mensen een bakje vergiftigde vla voert dan? Mag je zoiets eisen van een hulpverlener? Mogen mensen die dood willen daarmee anderen belasten? Misschien weet de nieuwe NVVE-voorzitter het antwoord op die vragen.

Eind vorig jaar besloot de artsenorganisatie KNMG dat een slaappil voor stervenden de voorkeur verdient boven actieve levensbeëindiging. Het leek me een prachtoplossing. De arts wordt ontslagen van een gruwelijke plicht, de familie van een afgedwongen ja-woord. De zieke zou verlost zijn van lijden én van de angst om, als het uur u daar is, te worden gehouden aan zijn verklaring.

Maar de euthanasievoorstanders menen dat het recht op een zelfgekozen 'zachte dood' slinks wordt verkwanseld. Sutorius vroeg zich vorige week af in Het Parool: 'Wordt palliatieve sedatie een sluiproute voor artsen die geen euthanasie willen plegen?'

Arme arts zonder sluiproute. De 'zachte dood' is niet zacht, hoeveel waxinelichtjes je er ook bij aansteekt. Zij gaat gepaard met braken en stuipen en wild rechtopschieten. Arme, getergde ziel.

Wat treffen we aan op de eeuwige jachtvelden? Een mooie kamer met uitzicht op het dal, of wordt het tien jaar stront krabben uit astrale wc's? Voor het antwoord op die vraag, is het geloof uitgevonden. De ongelovigen hebben hun euthanasiecontract. Dat geeft ze de geruststelling alles in de hand te hebben. Regelt de babyboomer op tijd een godsdienst met mooie doodstierlantijnen, dan heeft hij het helemaal voor elkaar. Alleen dát we ooit dood moeten blijft een bottleneck.

Voor mij geen contract of zelfmoordpil. Zo'n pil zou ik een angstig bezit vinden; ik heb ook liever geen pistool in mijn nachtkastje. Je zou bij een dipje eens in de verleiding komen. Had ik met iemand afgesproken mij te 'helpen', dan zou bij elke ontmoeting benadrukken dat het nog lang niet, echt niet, aan de orde is. Zelfs de pakken vla in de supermarkt zou ik mijden. Ik ben een angsthaas, zeker. Maar veel bejaarden vrezen de 'afspraken' die zij geacht worden te maken.

Dood willen, betekent vaak: verlost willen zijn van pijn. Sinds ik een dierbare stervende, mét contract, heb zien opleven na toediening van morfine, en gelukzalig hoorde praten over pils op een terras, geloof ik niet meer in de dood op bestelling.

Ik laat dat routineuze klusje liever over aan de man wiens vak dat is, lichtjaren lang. Wegdrijven over de Hades, op een zacht schommelend schip, onder lieflijke orkestklanken - als het moet, dan maar zo.

Meer over