Wat RPF van homo's vindt, is waarlijk niet nieuw

De vrijheid van meningsuiting dreigt volgens Herman Wigbold steeds meer te worden beperkt tot opvattingen die politiek correct zijn...

DE HAAGSE officier van justitie gaat onderzoeken of de heer L. van Dijke, fractievoorzitter van de RPF, zich in een interview met Nieuwe Revu schuldig heeft gemaakt aan discriminatie. Hij geeft daarmee gehoor aan het verzoek van Henk Krol, de hoofdredacteur van de Gaykrant.

Van Dijke heeft het volgende verklaard: 'Wij christenen hebben een geweldig kwalijke eigenschap ontwikkeld: we brengen ten onrechte gradaties aan in Gods geboden. Alsof er erg en minder erg zou zijn! Maar waarom zou stelen, bijvoorbeeld uitkeringen pikken van de overheid, minder erg zijn dan zondigen tegen het zevende gebod? Ja, waarom zou een praktiserend homoseksueel beter zijn dan een dief?'

Natuurlijk is dat een volstrekt verwerpelijke uitlating, al zegt hij in feite tegen zijn aanhang: jullie maken je altijd zo druk om zaken als echtbreken en voorechtelijk geslachtsverkeer maar denk erom: het inpikken van een uitkering (waaraan zijn aanhangers in de regel minder zwaar tillen) is even erg.

Maar in de laatste zin verliest hij alle voorzichtigheid uit het oog, zelfs als hij het had omgedraaid. De vergelijking tussen een dief en een homo is kwetsend voor alle homo's. Maar moet het doen van dergelijke uitlating worden verboden?

We weten toch al lang dat er kleine groepen orthodoxe christenen zijn, die in de praktijk gebrachte homoseksualiteit als zondig beschouwen? Ja, net zo zondig als stelen. We kunnen dat een achterlijke opvatting vinden, maar er zijn mensen die dat oprecht menen. Hun opvattingen moeten bestreden worden, maar dat is de vraag niet. De principiële vraag is of ze het recht hebben daaraan in het openbaar uiting te geven.

Nederland lijkt een tolerant land. Maar onder die schijn van tolerantie is de laatste jaren een mentaliteit gegroeid om de in de Grondwet gegarandeerde vrijheid van meningsuiting te beperken tot opinies die als politiek correct worden beschouwd.

Dit streven is een paar jaar geleden gesanctioneerd door het aannemen van de Wet Gelijke Behandeling. De ene na de andere spreker in de Kamer wilde toen zijn politieke correctheid bewijzen door er schande van te spreken dat een christelijke school een homoseksuele leraar zou kunnen weigeren. En een vrouwelijk D66-Kamerlid voegde de SGP dreigend toe of ze wel wisten dat ook zij vanwege discriminatie van de vrouw voor de rechter konden worden gedaagd.

Ze hadden de essentie van de democratie niet begrepen: dat iedereen het recht heeft zijn eigen opvattingen te hebben en ernaar te leven zolang men zich aan de wet houdt en anderen niet in hun vrijheid belemmert. Dat uitlatingen kwetsend kunnen zijn voor derden dient tot voorzichtigheid te manen, maar is geen reden tot een verbod.

En de extreem-rechtse partijen dan, het ultieme argument waarmee de voorstanders van politieke correctheid altijd aankomen? Zolang zij niet dreigen met geweld, geldt voor hen hetzelfde. Een democratie dient zelfs ruimte te geven aan ideeën als 'eigen volk eerst', hoe walgelijk die ideeën ook mogen zijn, zolang, om met de Amerikaanse staatsman Thomas Jefferson te spreken, 'de redelijkheid vrij is om die te bestrijden'.

Herman Wigbold is journalist.

Meer over