Wat Rotterdam ontbeert zijn geen daden maar woorden

OP LITERAIR gebied is er iets verontrustends aan de hand in Rotterdam. Men slaagt er maar niet in een literair klimaat te scheppen waarin talent gedijt....

Wat is dat eigenlijk voor een stad, waar auteurs verhuizen, een geïsoleerd bestaan leiden, of een roemloze dood in de goot sterven?

In Rotterdam is er sprake van een gefragmenteerd literair klimaat, waarin ongesubsidieerde podia al jaren in de marge aanmodderen, gesubsidieerde instanties nauwelijks samenwerken en jonge schrijvers onwetend van elkaars bestaan zijn omdat er geen bindende factor is. Daarnaast is de RKS zo verschrikkelijk verbureaucratiseerd dat er stempelambtenaren zijn ontstaan die nauwelijks feeling met de ontwikkelingen in de stad hebben.

Dit alles is te herleiden tot het literaire minderwaardigheidscomplex waarmee Rotterdam worstelt. Een complex dat zijn oorsprong vindt in een diepe minachting voor het verleden van de stad. En wie ooit een bloeiend literair klimaat wil creëren, zal met dat verleden moeten beginnen.

Ter illustratie een voorbeeld. Een paar huizen verderop schreef de dichter Waskowsky een groot gedeelte van zijn oeuvre. Schuin achter mij werkte Elsschot aan zijn debuut Villa des Roses. Een straat verder woonde Anna Blaman. En nog weer twee straten verder woont de bekendste dichter van Nederland. Geen slecht resultaat, lijkt me.

Maar het enige dat aan deze auteurs en hun werk herinnert is een nauwelijks leesbaar tegeltje in de Snellinckstraat waaruit duidelijk moet worden dat Elsschot daar Villa des Roses heeft geschreven. Het tegeltje is zo verschrikkelijk armoedig dat de indruk wordt gewekt dat de stad zich lijkt te schamen voor het feit dat iemand hier een succesvolle roman heeft geschreven.

Alsof men wil zeggen: we begrijpen dat het een vergissing is, want eigenlijk had dit werk in Amsterdam of Parijs het licht moeten zien.

Waarom kun je bij de Rotterdamse VVV geen literaire route halen, waarbij je een tocht kan maken langs de voormalige woonhuizen van auteurs, compleet met het werk dat ze hebben geschreven en de anecdotes die zo'n wandeling opluisteren?

Waarom kent de stad wel een beeldenroute maar geen poëzieroute? Er zijn dichters genoeg die hier gewoond hebben of wonen, of anderszins iets met deze stad te maken hebben gehad. Waarom wordt hier niets mee gedaan?

Hoe fraai zou het zijn wanneer je op een donkere avond naar Zuid wandelt en op de Erasmusbrug met reusachtige letters en fraai verlicht het gedicht Heelal van Deelder leest. Je tuurt naar het koolzwarte firmament en ziet: 'Hoe verder men keek/hoe groter het leek.'

Al die kale muren, al die spiegelpaleizen in het centrum van de stad, ze smeken bijna om poëzie. Met fraai vormgegeven teksten kun je - eventueel in samenwerking met het bedrijfsleven - de stad geweldig verrijken.

Het is tekenend voor het gebrek aan initiatieven dat nota bene de vuilnisophaaldienst voor de enige poëzie in de Rotterdamse straten zorgt. 'Laat de aarde altijd helder zijn/en altijd helder de luchten' rijdt wekelijks mijn straat in en fluitend zet ik de vuilniszakken buiten.

HET KENMERK van iemand met een minderwaardigheidscomplex is dat hij dit gevoel compenseert door grootheidswaanzin. Met enig gevoel voor overdrijving kan men de ambities van het stadsbestuur om Rotterdam in 2001 tot culturele hoofdstad van Europa te bombarderen in dit licht zien. De literaire leegte wordt volgestort met een prestigieus evenement, waarbij plotseling een berg geld wordt vrijgemaakt om allerlei literaire activiteiten te organiseren, totdat het festijn voorbij is en de beklemmende stilte weer langzaam bezit van de stad neemt.

Wat de stad nodig heeft is een mentaliteitsverandering. Er moet een einde komen aan al die self-fulfilling prophecy's 'dat het niks is en ook wel nooit wat zal worden'. Want het is niet zozeer vechten tegen een beeld dat de wereld van deze stad heeft, alswel tegen lokale hersenschimmen en spookbeelden waarmee het ingekankerde negativisme botviert.

Als het stadsbestuur deze zaak niet van belang acht, geef dan initiatieven van een nieuwe generatie in ieder geval de kans om de lokale literatuur nieuw leven in te blazen. Want ook ná 2001 moet in Rotterdam geschreven worden.

Giel van Strien

De auteur is hoofdredacteur van het literair maandblad Passionato.

Meer over