Column

Wat moeten we nu doen met de wasbeerhond?

Caspar Janssen
De wasbeerhond Beeld Thinkstock
De wasbeerhondBeeld Thinkstock

Op de een of andere manier is het zover gekomen dat ik op Facebook ben aangesloten bij de groep De wasbeerhond. De wasbeerhond is een exotisch dier dat van nature voorkomt in het verre oosten van Azië, later werd hij gefokt en uitgezet in enkele Sovjetstaten, vervolgens rukte het dier verder op. En nu scharrelt hij rond in het oosten en noorden van ons land.

Ha, leuk, weer een dier erbij, kun je dan zeggen. Maar zo werkt dat niet. Want het is nog altijd de bedoeling dat onze inheemse natuur en biodiversiteit worden beschermd tegen uitheemse indringers. Ik maak soms de fout om mezelf vragen te stellen over die bedoeling. Zoals: wat is dan die inheemse natuur, is de natuur dan statisch, wat is eigenlijk een exoot, hoe hou je een quaggamossel tegen en mogen dieren en planten dan niet globaliseren? Uren later weet je dan: je komt er niet uit.

Op de een of andere manier is het zo gelopen dat ik op Twitter het platform Stop Invasieve exoten volg. Als lid van dit platform moet je volgens mij sterk in je schoenen staan, want het lijkt soms wel alsof geen plant of dier gewoon netjes op zijn plaats wil blijven zitten. Vorige week nog trof een van de leden het uitheemse visje blauwband aan in zijn schepnet, een 'schadelijk beestje', her en der werden door particulieren uitgezette roodwangschildpadden aangetroffen, de Heilige Ibis is weer gesignaleerd, de Aziatische tijgermug (dengue!) rukt nog altijd op, de quaggamossel, de driehoeksmossel en de zwartbekgrondel terroriseren onverminderd onze wateren en honderden exotische planten woekeren uitbundig in deze tijd van het jaar. Het is om wanhopig van te worden.

Een paar jaar geleden sprak ik Rob Leuven, van het Expertise Centrum Exoten. Ongeveer twintig van de 1.200 exoten die Nederland telt, zorgen voor grote problemen. Ze weigeren zich aan te passen, ze verdringen de inheemse soorten. Het vervelende is dat je vaak van tevoren niet weet hoe een exoot zich gaat gedragen. En veel invasieve exoten raken uiteindelijk toch uitgeraasd en ingeburgerd. Algehele xenofobie was dus niet op zijn plaats. Maar in het nieuwste nummer van het vakblad Natuur Bos en Landschap stelt bioloog Gerard Oostermeijer: je kun maar beter direct optreden tegen exoten, dat voorkomt later een hoop gedoe.

Ik kijk uit het raam en zie voor mijn huis ons vaste paartje nijlganzen op een steiger. Achter mijn huis krijsen halsbandparkieten en vorige week zat er een Alexanderparkiet op ons balkon. Die halsbandparkieten, daarvan werd groot onheil verwacht. Ze zouden boomklevers en spechten van hun nest beroven. Dat bleek mee te vallen. En in Amsterdam dienen halsbandparkieten tegenwoordig als voedsel voor onze eigen slechtvalk.

Verwarrend is dat onze natuurorganisaties ook moeilijk op een consequente aanpak te betrappen zijn. Wat voor de ene exoot geldt, geldt voor de andere niet. Amerikaanse vogelkers wordt overal bestreden, de Douglas Spar soms wel, soms niet, het konijn - eigenlijk ook een exoot - is hartstikke welkom. Tegelijkertijd zetten de beheerders zelf grazers in die je moeilijk inheems kunt noemen: Schotse hooglanders, Konikpaarden, wisenten, Galloways. Ja, hoor je dan, er zijn resten gevonden waaruit blijkt dat ze ooit, heel lang geleden, wellicht in Nederland leefden. Sinds vorige week is Nederland nog zo'n dierensoort rijker. In de Biesbosch werden zes waterbuffels uitgezet om te grazen aan de oevers van het water. Dat is niet eerlijk, dacht ik: de waterbuffel is hartstikke exotisch, want Aziatisch. Maar vervolgens stuitte ik op belangrijke informatie: er is ooit, in Oost-Gelderland, één fossiel aangetroffen van de waterbuffel: een hoornpit. Want ergens tijdens de laatste twee interglacialen leefden er wel degelijk waterbuffels in Europa. Zo zie je maar: uiteindelijk zijn we allemaal één grote familie.

In de wasbeerhondengroep is inmiddels een discussie uitgebroken over het al of niet meewerken aan een onderzoek. Sommige deelnemers voelen daar niets voor, omdat de uitkomst hoe dan ook zal zijn dat wasbeerhonden bestreden gaan worden. Zelf ben ik voor zoveel mogelijk onderzoek. Ik bleef ergens haken aan een passage over wasbeerhonden en dassen. Wasbeerhonden leven graag in de burchten van onze dassen en vossen. De vraag is: bedreigen ze onze dassen en vossen ook? Wat bleek? Jonge wasbeerhondjes speelden met jonge dassen. Ik dacht direct: dan mogen ze wel blijven. Maar dat zal wel geen geldig argument zijn.

Meer over