Wat kunnen we hiervan leren?

Herman van Rompuy. Beeld afp
Herman van Rompuy.Beeld afp

Beste lezer, u nadert de laatste pagina's van uw laatste krant van dit jaar. Tijd voor een terugblik. Wat waren de verwachtingen voor de economie van 2014? Wat is daarvan terechtgekomen? En wat kunnen we daarvan leren?

Om met de verwachtingen te beginnen. Precies een jaar en twee dagen geleden kondigde Herman Van Rompuy de wederopstanding van de Europese economie aan. In 2013 was de crisis overwonnen, in 2014 zou het herstel zichtbaar worden. De Belg die sinds 2009 de Europese Raad van regeringsleiders heeft voorgezeten kondigde meteen ook zijn memoires (Europa na de storm) aan.

Een kleine twee maanden eerder had de Europese Commissie verklaard dat de Europese economie een 'keerpunt' had bereikt. Na de krimp van 2012 en 2013 zou de economie in 2014 weer gaan groeien. De Europese Commissie voorzag voor haar lidstaten 'gestage uitbreiding' (Duitsland), 'geleidelijk herstel' (Frankrijk) of 'mild exportgeleid herstel' (Italië). In 2014 zou de massale kritiek van economen op de bezuinigingspolitiek worden gelogenstraft.

Wat is van deze blijde verwachtingen terechtgekomen? Helaas niet veel. Al in het eerste kwartaal vielen de economieën van Italië en Frankrijk stil, om in het tweede kwartaal te krimpen. Angstaanjagender was de krimp in dat kwartaal van Duitsland, de locomotief van de eurozone.

Toen eind april de memoires van Van Rompuy verschenen, was de titel dan ook aan de harde realiteit aangepast. Evengoed wilde hij bij de lancering van Europa in de storm van kritiek niets weten, zeker niet van 'verdwaalde economen': 'Als het ene probleem is opgelost, ontdekt men een volgend. Nu zouden we kampen met deflatie.' (de Volkskrant, 30 april 2014).

Negen maanden later is de inflatie voor de eurozone niet de bijna 2 procent die de ECB zich tot doel stelt, niet de 1,5 procent die de Commissie een jaar geleden voorspelde, maar slechts 0,3 procent. In januari is deflatie naar verwachting voor de hele eurozone een feit.

In Griekenland en Spanje dalen de prijzen al en daarmee stijgt hun schuldenlast ten opzichte van de economie. Ter vergelijking: als Nederland zou kampen met Griekse niveaus van deflatie en staatsschuld zou jaarlijks 12 miljard euro aan extra bezuinigingen nodig zijn om de staatsschuld te stabiliseren. Donkere donderwolken hangen nog altijd boven de eurozone.

Dat brengt ons bij de vraag: wat kunnen we hiervan leren? Afgaand op wat er in Brussel gebeurt lijkt het antwoord: niet veel. 2014 bracht een nieuwe Commissie, een nieuw parlement en een nieuwe voorzitter van de Raad, maar geen noemenswaardige koerswijziging. Ook de voorspellingen klinken angstaanjagend bekend: 'In de loop van 2015 valt een geleidelijke versterking van de groei te verwachten'.

Albert Einstein omschreef een gek als iemand die verwacht dat dezelfde handeling telkens een ander resultaat zal opleveren. Het is na bijna vijf jaar eurocrisis een akelig accurate beschrijving van de onverminderd optimistische Europese bestuurderskaste.

Het probleem is dat zij de politieke speelruimte als een gegeven nemen en vervolgens simpelweg alle problemen ontkennen die ze toch niet kunnen oplossen. Deflatie is dan het zoveelste verzinsel van 'verdwaalde economen' en niet de logische uitkomst van een voortetterende schuldencrisis. Ondertussen groeit met de economische ellende de publieke onvrede en wordt zo de politieke oplossingsruimte alsmaar kleiner.

Elke oplossing begint met de erkenning dat de eurocrisis onderdeel is van een wereldwijde schuldencrisis. Tussen 2001 en 2008 verdubbelde wereldwijd de hoeveelheid schuld. Deze schuld groeit nog altijd in hetzelfde tempo door.

Pas met minder schulden is duurzame groei mogelijk. Het goede voornemen voor 2015 moet dan ook zijn dat de problematische schulden in de eurozone worden verminderd. Pas dan kan de storm gaan liggen.

Dat vereist een politiek gevoelige herverdeling. Tussen noord en zuid in de eurozone en tussen oud en jong in Nederland. Recentelijk concludeerde het Internationaal Monetair Fonds dat Nederland met voorrang de hoge hypotheekschulden van jongeren moet verminderen. Deze drukken de groei met bijna 1 procentpunt. Het IMF bepleitte herstructurering van problematische schulden, het verlagen van de pensioenbijdrage van jongeren en een verdere vermogenstransfer van oud naar jong. Politiek ingewikkelde maatregelen waarvoor het draagvlak pas zal groeien als de resultaten tastbaar worden. Dat vergt politieke moed. Maar zonder deze nieuwe aanpak dreigt 2015 weer heel erg op 2014 te gaan lijken.

Meer over