reportage

Wat kan Zweden ons leren over emancipatie? ‘Hier doen vrouwen zichzelf minder tekort dan in Nederland’

John (33), werktuigbouwkundig ingenieur, met Johannes en Ines. ‘De tijd die we nu samen hebben, is onbetaalbaar.’ Beeld Johan Bävman
John (33), werktuigbouwkundig ingenieur, met Johannes en Ines. ‘De tijd die we nu samen hebben, is onbetaalbaar.’Beeld Johan Bävman

Vrijwel nergens ter wereld dragen mannen en vrouwen in zo’n gelijke mate bij aan gezin en maatschappij als in Zweden. Maar is het Zweedse verlof- en opvangsysteem werkelijk de heilige graal? En wat is de ratio achter de royale verlof- en opvangregelingen?

Je zou Amanda Schulman (40) de Zweedse Chantal Janzen kunnen noemen. Ze runt een podcast- en media-imperium en geldt als een van de aansprekendste Zweedse mediapersoonlijkheden. Ze vertelt hoe ze op haar 21ste tijdens haar vakantie een ­Nederlander ontmoette. ‘We werden verliefd. Al snel vroeg hij mij om naar Nederland te komen en bij hem in te trekken. Hij zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken, dat hij wel voor me zou zorgen.’

Dat was niet de juiste zet van de arme Hollander. ‘Ik wist niet hoe snel ik het moest uitmaken.’

De verbijstering klinkt nog altijd door in haar stem. Als telg uit de bekende Zweedse media­familie Widell maakte ze een kleine twintig jaar geleden al kennis met het grootste culturele verschil tussen Nederland en Zweden; de verhoudingen tussen man, vrouw en werk. ‘Ik was net een café begonnen in Stockholm, ik had mijn ­eigen zaak en hield van mijn werk. De vanzelfsprekendheid waarmee hij dacht dat ik dat allemaal zou opgeven en mijn onafhankelijkheid zou opgeven, was een ongelooflijke afknapper.’

Twintig jaar later zou een Nederlandse jongeman dezelfde plank met dezelfde overtuiging mis kunnen slaan, want de verschillen zijn hardnekkig. Waar alle Zweedse vaders minimaal drie maanden achter een buggy door de Zweedse parken sjokken, halen de meeste Nederlandse vaders de buggyfase niet eens. Zij hebben geen drie maanden, maar vijf dagen verlof. Dagen die ze mogen opnemen, de Zweedse man móét.

Gratis kinderopvang

De kinderopvang in Zweden is vrijwel gratis voor werkende ouders. De gevolgen mogen genoegzaam bekend zijn; van de Nederlandse werkende vrouwen werkt driekwart parttime, in Zweden eenderde. Met dat laatste percentage loopt Zweden overigens gelijk met het Europese gemiddelde, het is vooral het Nederlandse percentage dat extreem afwijkt. Het gevolg is even voorspelbaar als zorgelijk: de financiële afhankelijkheid van mannen bij Nederlandse vrouwen is aanzienlijk groter dan in Zweden. En dan is er nog de kwestie van het enorme onbenutte economische potentieel; nergens in Europa dragen vrouwen minder bij aan het bruto binnenlands product (bbp) dan in Nederland. Wat valt er van de Zweden te leren?

In gesprek met Zweedse vrouwen over emancipatie, werk en kinderverlof valt één zaak direct op: het onderwerp is economisch. Het gaat over belastingaangiften, vermogens­ongelijkheid en pensioenen, en pas daarna over stereotypen en old boys networks. Ook Gudrun Schyman (72), een roemruchte oud-politica, vat in haar eerste zin alles dat daarna komt samen: ‘Emancipatie is economie.’ Schyman heeft zich in deze coronatijd zoals vele Zweedse babyboomers teruggetrokken in haar vakantiehuis, in haar geval aan de Zweedse zuidoostkust. Ze was jarenlang de grote roerganger bij de Linkspartij, waar ze de harten van kiezers won door haar vechtersmentaliteit én openheid over haar eigen alcoholisme. Tot ze struikelde over een bonnetjesaffaire, in het oerdegelijke ­Zweden een nog grotere zonde dan in ­Nederland.

Schyman kan het begin van het ­moderne denken over vrouwen en werk eenvoudig reproduceren. ‘Na de Tweede Wereldoorlog waren we in hoge mate vergelijkbaar met Nederland, schat ik zo in. Een conservatieve, protestantse natie, waar relatief weinig mannen waren gesneuveld door twee opeenvolgende oorlogen.’

Weinig reden voor de vrouwen om aan het werk te gaan, en dat deden ze dan ook niet. Totdat in de loop van de jaren zestig het leven in Zweden steeds duurder werd, met name door stijgende woon- en energiekosten. Veel gezinnen konden niet meer zo eenvoudig rondkomen van het salaris van alleen de man, waardoor vrouwen langzaamaan de arbeidsmarkt opkwamen. Anders dan in Nederland, waar het leven toen relatief goedkoop bleef.

Urban (32), ingenieur, heeft tien maanden verlof opgenomen om voor zijn zoon Holger te zorgen. Beeld Johan Bävman
Urban (32), ingenieur, heeft tien maanden verlof opgenomen om voor zijn zoon Holger te zorgen.Beeld Johan Bävman

1968

De progressieve golf van het beroemde jaar 1968 gaf de Zweedse vrouwen een volgend zetje; het doel werd economische zelfstandigheid. ‘We verlieten het idee van de vrouw als huisvrouw al in de jaren zestig. Het progressieve idee van gelijkheid tussen man en vrouw kreeg hier ook wel die mensenrechtelijke component, met pil, abortus en zelfbeschikking, maar er werd van meet af aan ook veel over financiële zelfstandigheid gesproken. Sterker, ik denk dat de economische doelen altijd het belangrijkst waren.’

De Zweden gingen steeds minder vaak trouwen en kozen vaker voor het nog altijd populaire alternatief van sambo, een geregistreerd partnerschap. Vrouwen werden in rap tempo bewust gemaakt van hun financiën. ‘Vrouwen begrepen al snel het gevaar van de voor hen ongunstige pensioenregelingen. Scheiden werd steeds normaler en wie niet werkte, had geen recht op pensioen. De angst om later zonder pensioen te zitten, heeft ontzettend veel vrouwen naar de arbeidsmarkt getrokken.’

Op die arbeidsmarkt aangekomen werd het vrouwen duidelijk dat er geen rekening werd gehouden met het krijgen van kinderen. ‘Juist omdat financiële zelfstandigheid zo’n belangrijk doel was, werd stoppen met werk om kinderen te krijgen als een groot risico gezien.’ Vrouwen vormden actiegroepen en legden hun eisen bij de politiek op tafel: verlofregelingen voor man en vrouw met doorbetaling van loon en door de staat betaalde kinderopvang. ‘Zonder de politieke werken van deze georganiseerde vrouwen hadden we het cruciale deel hiervan, dat in veel landen nog altijd als radicaal wordt gezien, nooit bereikt.’

Betaald kinderverlof voor vaders

In 1974 werd Zweden het eerste land ter wereld dat mannen betaald kinderverlof zou geven; toen al mochten vaders en moeders onderling zes maanden verlof verdelen, naar eigen inzicht. Het verlof betekende ook toen al 90 procent door­betaling van het salaris en gold de eerste acht levensjaren van het kind.

De medewerking van de door mannen gedomineerde politiek en bedrijfsleven was opvallend: buiten de activistische vrouwengroepen vroeg de Zweedse samenleving er niet echt om. Bovendien verwachtte men dat maar weinig mannen hier ook gebruik van zouden maken. Dat men het toch kreeg, was met name te danken aan minister-president Olof Palme, de enigmatische linkse aristocraat, die in 1986 vermoord zou worden.

Palme was een groot voorstander van deze topdown-versie van emancipatie en maakte daarbij duidelijk dat het hier niet ging om een cadeautje, maar dat er fundamenteel idee over gelijkheid vertaald werd naar beleid. ‘Het langetermijndoel is dat mannen en vrouwen in Zweden dezelfde rechten, plichten en economische taken hebben.’

Het werd volgens Schyman het vertrekpunt voor het verdere beleid, waarin de afwezigheid van machtige christen-democraten een niet te onderschatten factor was. ‘Het was een zeer belangrijke eerste stap. Maar hij bleek nog lang niet ver genoeg te gaan.’ Hoewel het beleid discriminatie van jonge vrouwen op de arbeidsmarkt in theorie direct wegnam, bleken mannen in de praktijk vrijwel geen gebruik te maken van hun verlof. Het percentage van het gedeelde verlof dat door mannen werd ingezet bleef hangen op zo’n 5 procent.

De vaart kwam er pas weer in toen een andere man, de liberale minister voor Sociale Zaken Bengt Westerberg, in de vroege jaren negentig de aan­jagersrol van Palme overnam. Hij veranderde van een laissez-faire liberaal in een feminist en maakte de emancipatie van vrouwen weer tot speerpunt. Met een combinatie van culturele en economische argumenten. ‘Het gebrek aan seksegelijkheid is niet alleen een onrecht voor de mensen die eronder lijden, het is ook een enorme verspilling van ons arbeidspotentieel’, zo betoogde hij voor het Zweedse parlement. Westerbergs oplossing? Een verplichting voor mannen om minimaal één maand van de zes op te nemen.

Nils (33), vormgever en Illustrator, met Bibi op zijn arm en Doris. ‘Het feit dat ik betaald word om samen met mijn kinderen te zijn, vind ik het toppunt van onze beschaving. Beeld Johan Bävman
Nils (33), vormgever en Illustrator, met Bibi op zijn arm en Doris. ‘Het feit dat ik betaald word om samen met mijn kinderen te zijn, vind ik het toppunt van onze beschaving.Beeld Johan Bävman

Papamaand

De papamaand bleek een beslissend zetje om de Zweedse maatschappij meer in lijn te brengen met de ambities. Aan het begin van deze eeuw werd het aantal verplichte verlofmaanden verhoogd naar twee, tegenwoordig zijn het er drie. Zweedse mannen nemen nu zo’n 25 procent, oftewel 4,5 van de inmiddels 18 te verdelen maanden per kind op. Tot tevredenheid van vrijwel iedereen, waarmee de door Palme in gang gezette top-downaanpak zijn effect bewezen heeft.

Westerberg blikte een paar jaar geleden terug in gesprek met The New York Times. Zoals veel mannen dacht hij altijd dat wanneer je vrouwen ­dezelfde kansen geeft, stellen zelf een eerlijkere verdeling van werk en gezin zouden kiezen. Niet dus. ‘Als je gelijkheid in de maatschappij wil, moet je thuis beginnen.’ Daarbij schroomde hij geen introspectie. ‘Ik was partijleider, ik dacht dat ik iets te belangrijks deed, dat ik onvervangbaar was. Dat was natuurlijk onzin. Alleen als vader zijn wij mannen onvervangbaar.’

Einde aan het sprookje?

Maar daar houdt het Zweedse sprookje wel zo’n beetje op, volgens Schyman. Ze is nooit de beroerdste om de boel weer even op te schudden. Zo vergeleek ze de discriminatie van vrouwen in Zweden in 2002 nog met de Taliban. ‘Het is dezelfde norm, dezelfde structuur, hetzelfde patroon.’ Meer concreet is Schyman ontevreden over de resultaten van het vaderschapsverlof. ‘Je kan je er als man nog steeds met drie maanden vanaf maken. Het probleem is bovendien dat mannen hun verlof inzetten als de baby niet meer zo klein is.’

Het is in Zweden een goed bewaard geheim dat heel veel vaders hun verlof vooral in de zomer inzetten, niet zozeer om tijd door te brengen met hun kind als wel om hun boot te schilderen. De Zweedse vrouw is gemiddeld 14,5 maanden weg van het werk tijdens de eerste twee jaar van haar kind, terwijl mannen die periode maar 3,8 maanden afwezig zijn. Zo wordt de lange verlofperiode toch weer een nadeel voor vrouwen op de arbeidsmarkt.

Karin Forseke (66) moet heel hard lachen om Schymans Talibanvergelijking. ‘Zweedse vrouwen hebben wel pit, hè?’ Forseke vertrok op haar 18de naar de VS, waar ze carrière maakte. In 2003 kwam ze terug naar Zweden om ceo te worden van de Zweedse investeringsbank D.Carnegie&Co. Ook zij ziet stagnatie. ‘We waren lange tijd een voorloper, en hebben het qua zichtbaarheid van vrouwen goed gedaan. Maar het voelt alsof we doordat we daar zo trots op zijn, hebben toegestaan dat andere landen ons hebben ingehaald.’

Dwang

Om de vaart er weer in te krijgen pleit zij voor het beproefde recept: dwang. ‘De kwestie is erg vergelijkbaar met een vrouwenquota aan de top. In principe ben ik er geen fan van, maar als je verandering wil, ben ik ervan overtuigd dat het nuttig is. Toen mensen autogordels moesten gaan dragen, was er ook protest.’

Forseke is kritisch over de verschuiving van de feministische aandacht naar goede bedoelingen, in plaats van harde cijfers. ‘Ik mis weleens die economische ambitie die we in de jaren zeventig hadden. In de VS werd mijn succes gemeten aan de hand van mijn prestaties, terwijl in Zweden mensen zich verschuilen achter politieke correctheid. Ik ben er erg voor om met wetgeving meer gelijkheid af te dwingen, maar ik wil in mijn werk wel afgerekend worden op mijn resultaten.’

Er lijkt een paradox te ontstaan waarin de Zweden verlamd raken door de goede bedoelingen. Want aan de top stokt het. Zowel Schyman als Forseke schaamt zich voor de nog altijd bestaande loonkloof en noemen dat vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in topposities. De wel aanwezige vrouwen zijn bovendien zelden selfmade.

In Zweden spitst de discussie zich nu op de vraag of werk waarin vrouwen dominant zijn niet structureel ondergewaardeerd wordt. Zeker in deze coronatijden een terecht punt; waarom moet de zorgmanager eigenlijk zo veel meer verdienen dan de verpleegster? Het is het type discussie dat typerend is voor het economisch bewustzijn bij vrouwen in Zweden.

Piketty-sausje

Het Zweedse emancipatiedebat krijgt daarmee een Piketty-sausje; het gaat over macht, kapitaal en de toegang daartoe. Forseke: ‘We zijn het enige land in Scandinavië zonder ooit een vrouwelijke minister-president te hebben gehad. Minder dan 1 procent van het risicokapitaal gaat naar vrouwelijke ondernemers.’ Daarmee is de situatie in Zweden aan de top vergelijkbaar met die in ­Nederland.

Ondanks de gelijkheid op de arbeidsmarkt is het Zweedse privévermogen nog altijd in handen van mannen. Het leidde ertoe dat Schyman met een andere controversiële term kwam: de mannenbelasting. Het idee moeten we volgens haar niet te letterlijk nemen, maar het gaat erom dat we beseffen dat mannen nu eenmaal veel meer verdienen en kapitaal bezitten. Het patriarchaat heeft dus alles te verliezen. ‘Daarom zullen we het moeten hebben van georganiseerd protest van vrouwen.’

Op het populair-culturele vlak is de race ondertussen wel gelopen, volgens Amanda Schulman, die dagelijks verkeert in de Zweedse media-elite van Stockholm. ‘Ik heb zeer sterke en onafhankelijke vrouwen in mijn omgeving en familie, mijn grootmoeder was de hoofdredacteur van allerlei bladen. Mijn opa was thuis. Alle vrouwen in mijn omgeving houden van hun werk, ik ken er niet één die niet werkt en ik zou zelf in een psychiatrisch ziekenhuis belanden als ik niet zou werken.’

Loui (28), kunstenaar, heeft een jaar verlof opgenomen om met zijn zoon Elling te kunnen zijn. ‘Eigenlijk is dat thuis nooit een discussie geweest.’ Beeld Johan Bävman
Loui (28), kunstenaar, heeft een jaar verlof opgenomen om met zijn zoon Elling te kunnen zijn. ‘Eigenlijk is dat thuis nooit een discussie geweest.’Beeld Johan Bävman

Voltijds is normaal

Waar de Nederlandse moeder zich dikwijls moet verantwoorden als ze voltijds werkt, moet de Zweedse vrouw zich verantwoorden als ze dat niet doet. ‘Het is algemeen geaccepteerd dat het goed is voor kinderen om naar de opvang te gaan, iedere studie bewijst dat. We zullen niet meer teruggaan naar vroeger. Dit is gewoon beter, en dat vindt eigenlijk iedereen in Zweden.’

Maar Forseke blijft waakzaam. Ze houdt weleens een praatje voor vrouwelijke studenten, waarin ze hamert op economische zelfstandigheid en het gevaar van je hand op houden bij mannen. ‘Ik ontmoet tegenwoordig weleens meisjes die zeggen ‘goh, wat klinkt dat hard. Dat is toch niet vrouwelijk?’ Ik schrik daar van.’ De internationale vrouwencultuur wordt volgens haar uniformer door sociale media, en het zijn op zijn zachts gezegd niet de meest geëmancipeerde types die daar het beeld bepalen.

Maar het Zweedse model is sterk. Ook gedurende de laatste decennia, waarin privatiseringen en het versoberen van de welvaartsstaat in het Westen populair was, is de Zweedse kinderopvang en -verlof onaangetast door bezuinigingen. De politieke eensgezindheid rondom het thema is opmerkelijk, al helpt het dat christelijke partijen in Zweden zelden iets in de melk te brokkelen hebben gehad. Zelfs kiezers van de radicaal-rechtse Zwedendemocraten (SD) staan achter het progressieve verlof- en opvangsysteem; hoewel geen fan van het feminisme omarmen zij het Zweedse gelijkheidsbeleid om geloofwaardig te kunnen blijven klagen over de onderdrukking van de islamitische vrouw.

Verschil met Nederland

Het grote verschil tussen Nederland en Zweden zit hem bij de middenklasse; een combinatie van economisch bewustzijn en economische noodzaak leidde ertoe dat Zweedse mannen en vrouwen werk- en gezinstaken gelijk zijn gaan verdelen.

Forseke: ‘Ik weet dat het niet sexy klinkt, maar het feit dat mannen en vrouwen, ook als ze getrouwd zijn, hun eigen belastingaangifte doen in Zweden, is belangrijk. Vrouwen moeten inzicht hebben in hun economische positie.’

Schulman: ‘Het belangrijkste is gelijke betaling. Vrouwen moeten hetzelfde verdienen. En vrouwen moeten het zelfvertrouwen hebben om werk te zoeken waar ze plezier in hebben, neem geen genoegen met een baantje.’

Schyman: ‘Zweden is niet het paradijs. Maar als ik de Nederlandse situatie beluister, doen Zweedse vrouwen zichzelf dan toch in ieder geval iets minder tekort dan hun Nederlandse zusters.’

Meer over