Wat is waarheid?

Alleen door ambachtelijke journalistiek kunnen de feiten aan het licht worden gebracht. Argwaan tegen autoriteiten en hun handlangers blijft het parool....

door Martin Sommer

Het was een feest van bekende gezichten en gemengde gevoelens, dinsdag in De Rode Hoed aan de Amsterdamse Keizersgracht. Journalisten en solidariteit, kom nog eens om zo'n discussiethema. Oud-Volkskrantcorrespondent Jan van der Putten mocht voor de zoveelste keer vertellen hoe hij tegenstanders van rechtse Zuid-Amerikaanse regimes had gered. Freelance-reporter Linda Polman had in Rwanda 'lijken geraapt'. Het klonk allemaal heerlijk ouderwets en geageerd, en het verbaasde me absoluut niet dat Van der Putten, na een afwezigheid van meer dan dertig jaar in allerlei buitenlanden, 'bijna niets meer herkende van het Nederland van 35 jaar geleden'.

Of viel het toch wel mee met die oudbakkenheid? Van der Putten verhaalde hoe hij ooit door de NRC was ontslagen, omdat hij de Chileense dictator Pinochet in de krant niet als volwaardig staatsman behandelde en zich druk maakte over de mensenrechten. 'Ik had veel meer moeten schrijven dat de waarheid wel ergens in het midden zou liggen maar zo was het niet.' Gek genoeg viel afgelopen zaterdag bijna woordelijk hetzelfde citaat te lezen in NRC Handelsblad, in een boos meningenstuk van de hand van voormalig plaatsvervangend hoofdredacteur Sampiemon die daar al ruimschoots werkte toen Van der Putten eruit vloog en collega-oud-correspondent Karel van Wolferen. Van die twee coryfeekun je niet volhouden dat ze wereldvreemde tiersmondisten zijn. Hun woede over de lelijke Amerikaan Nixon van toen werd Bush van nu, en Kissinger heet tegenwoordig Rumsfeld was er niet minder om. Achtertuin Zuid-Amerika werd verruild voor benzinepomp Midden-Oosten.

Een onderdeel van hun betoog was dat journalisten zich lieten ringeloren door staatspropaganda. In groten getale waren ze in de leugen getrapt dat Irak massavernietigingswapens zou hebben. De morele druk was groot, de media waren goedgelovig en werden zo 'een obstakel in het democratisch landschap.' Met de analyse kun je het oneens zijn, afgezien daarvan raakten Van Wolferen en Sampiemon en met terugwerkende kracht dus ook Jan van der Putten wel een journalistiek hangijzer. 'De conventies moeten tegen het licht gehouden worden.'

Het is tijd, schreven de twee, om het enerzijds-anderzijds 'van geforceerde neutraliteit' te herwegen, dat aan de basis ligt van de journalistieke praktijk van hoor en wederhoor. 'Bij het ontbreken van vastgestelde en waarneembare feiten verdrinken we in een zee van opinies. De zon gaat op in het Oosten, en degenen die volhouden dat zij opgaat in het Westen hebben ongelijk, en de waarheid ligt hier niet ergens in het midden.'

Ook in Nederland heeft de journalistiek de laatste tijd last van opdringerige autoriteiten die eisen dat de waarheid in het midden blijft liggen. Ministers en wetenschappers zijn niet opgetogen over de scherpere toon die tegenwoordig op televisie en in de krant wordt aangeslagen, over de multiculturele samenleving of het koningshuis. De koningin klaagde over de regerende leugen. En minister Donner vond dat zijn redes in extenso op de voorpagina moeten staan en niet wat een willekeurige verslaggever daarvan vindt. De onvrede kreeg zijn vorm in kritiek op de journalistieke ambachtelijkheid. Verslaggevers houden zich niet aan de zeden van hoor en wederhoor, van check en dubbel check. Niemand vroeg zich af welke waarheid we eigenlijk onder ogen krijgen met dat tamelijk botte en primitieve gereedschap. Kan, als je alleen afgaat op hoor en wederhoor, de zon ook opgaan in het westen? Is in Nederland, als je het bijvoorbeeld hebt over de multiculturele samenleving, de zon niet heel lang opgegaan in het westen?

Iedereen met ogen in zijn hoofd kon zien dat er in Irak geen massavernietigingswapens waren, schreven Sampiemon en Van Wolferen. Was het maar zo simpel. De kwestie is: hoe bied je als journalist weerstand aan een bombardement van persconferenties, briefings, presentaties met overhead-projectors, vierkleureninformatiemappen, pseudo-onderzoeken, en -statistieken? I fatti per favore, zei Van Aartsen. Maar in een wereld die meer en meer wordt geregeerd door een onontwarbare nomenklatoera van politiek en ambtenarij, van spin doctors, voorlichters, communicatie-adviseurs, semi-overheidsorganen, beleidswetenschappers en instellingen die hardnekkig a blijven zeggen in zo'n omgeving moet de verslaggever wel heel stevig in zijn schoenen staan, wil hij b volhouden.

Nog meer wantrouwen, nog meer argwaan tegenover alles wat zich autoriteit noemt, is het parool. Alleen maar op je eigen neus afgaan. Alleen je eigen ogen vertrouwen. Ook al niet simpel. Van der Putten werd ooit ontslagen. Dat kan Van Wolferen en Sampiemon niet overkomen, maar hun betoog over de gemene Amerikaan had wel een amechtige en schrille toon. Veel beweringen, weinig bewijzen. Zo deden ze nog het meest denken aan het plaatje dat bij mijn tante boven het dressoir hing, van de afgescheiden gereformeerde ouderling die tegen de dolende menigte inliep. De zon ging in het oosten op, maar niemand die het wilde geloven.

Meer over