Wat is moraal als je geen centen hebt?

Bennie en Leen Potter wonen in een achterstandswijk. Er zijn tientallen van deze wijken in Nederland, en duizenden gezinnen als de Potters....

FRANK POORTHUIS

ALS een vreemde de buurtwinkel binnenkomt, vallen alle gesprekken stil. Hetzelfde gebeurt in Aties frituur. Iedere onbekende die hier over straat loopt, is verdacht. Hij kan een stille zijn of een politicus. Van beide types moeten ze niets hebben. Laatst kwam de nieuwe wethouder onder begeleiding op bezoek: 'Rot op', stond er op het spandoek dat buurtbewoners hadden opgehangen.

De wijkagent heeft inmiddels een redelijk netwerk opgebouwd, maar gesprekken met buurtbewoners worden bij voorkeur elders in de stad gevoerd. Buren zouden eens kunnen denken dat je een 'verrajer' bent. Eén zwaailicht is voldoende om de hele buurt op stelten te zetten. Voor het innen van een simpele bekeuring of voor een aanhouding komt de politie nog steeds standaard met zes man.

De man van de leesmappen heeft veel klanten in de buurt, maar hij komt alleen. Als hij aanbelt, wordt er vaak eerst even van boven uit een slaapkamertje geloerd of het niet toch de deurwaarder is. Van huisuitzettingen en boedelverkopen kijkt niemand meer op.

De wijk werd twintig jaar geleden opgeknapt in het kader van de stadsvernieuwing. 'Materieel is de boel opgeknapt, maar ze hebben niks gedaan aan de sociale infrastructuur', constateert de opbouwwerker zuur. Van de 2100 gezinnen in deze en twee aanpalende wijken heeft meer dan de helft een uitkering. Ze horen tot de 6 procent van de Nederlandse bevolking die een inkomen onder het sociaal minimum heeft. Het merendeel van de overige gezinnen valt in de 12 procent die rond dat minimum zweeft.

Een kwart van hen, de harde kern, slaagt er maar niet in zich omhoog te werken, zegt de Tilburgse econoom Ruud Muffels. Muffels doet onderzoek naar armoede in Nederland. 'Het lukt ze ook niet in perioden van economische groei. De mensen die wel een baan vinden, zijn niet de mensen die in armoe leven. Dat is verontrustend. Met economisch beleid wordt geen sociaal probleem opgelost.'

Over de vraag wat armoede is, kun je een hele boom opzetten, meent Muffels. Zeker is volgens hem dat er 'in Nederland geen echte honger' wordt geleden. 'Maar de mensen boksen op tegen de gemiddelde levensstijl van de rest van het land. Tegen wat ze zelf niet kunnen. De meeste mensen hebben wel kleren en eten, maar elk luxe randje is verdwenen.'

Luxe zijn voor Bennie Potters en zijn gezin medicijnen waarvoor moet worden bijbetaald. Als de dokter die onverhoopt voorschrijft, gaat het recept mee naar huis. 'Dan maar niet.' Winkelen is er al jaren niet meer bij. Behalve op zondag. Dan willen Bennie en zijn vrouw nog wel eens langs de etalages lopen.

De Potters hebben altijd wel wat op tafel. Soms is het brood met ei. Soms komt opa wat tuinbonen brengen die hij ergens heeft opgescharreld. Leen Potter is wel blij dat Jos van zeventien momenteel een vriend heeft, waar hij vaak blijft eten. 'Die jongen kan zo schransen.' Als het er af kan, is er voor de dertienjarige Tamara, die nog in de groei is, een klein kuipje roomboter. Naar school krijgt ze pindakaas en hagelslag mee. Vleesbeleg is er nooit.

De Potters wonen aan wat de opbouwwerker 'de goeie kant van het plein' noemt. Maar dat is al ver over de grens van de 'algemene' moraal. Een beetje zwartwerken is geoorloofd, gestolen goed kopen 'uit de achterbak' mag ook. De grens is echte criminaliteit: inbraak, drugshandel. 'Ik wil niet in het criminele circuit belanden', zegt Bennie zelf. Maar de grens is wel erg dichtbij.

Aan de overzijde, achter de bruine rolluiken, wordt goed geld verdiend met de handel in drugs. De wijk huisvest enkele zware criminelen. De schoot van de buurt is hun beste schuilplaats, want hier zijn geen 'verrajers', en een schaduwende politieman is binnen luttele minuten ontdekt.

Als je de Potters vraagt of ze vrienden hebben, krijg je een volmondig ja. Maar met niemand van hen bespreken ze hun problemen. Het blijft bij een praatje op straat, of een kopje koffie. Je kunt de nachten niet tellen dat ze beneden hebben zitten cijferen, piekeren en prakkiseren. Meer dan eens stond hun huwelijk op knappen. 'Dat we van mekaar af wouwen', zegt Leen. 'Dag in dag uit ruzie.' Bennie knikt. 'We leefden helemaal apart, toen. D'r kon nog geen kopske koffie af.'

Toch leek het soms een mooie oplossing, zo'n scheiding, bekent zij. 'De steun moet mij en de kinderen toch onderhouden, niet? En ze kunnen hem toch ook niet laten verrekken.'

Er zijn heel wat gezinnen in de buurt die zo een tijdelijke oplossing voor hun financiële problemen hebben gevonden, weet de opbouwwerker. Na een scheiding blijven mensen, zonder daarover de sociale dienst te informeren, samenwonen om zo twee uitkeringen te kunnen incasseren. Als de mensen het, aangespoord door de opbouwwerker, uiteindelijk toch melden bij de sociale dienst, legt die niet eens meer een boete op wegens fraude. 'Dat kunnen ze toch niet betalen.'

Het komt zelfs voor dat de sociale dienst dubbele uitkeringen langzaam verlaagt, zodat cliënten kunnen wennen aan het lagere inkomen. De opbouwwerker haalt verontschuldigend zijn schouders op. Wat is moraal als je geen centen hebt?

Hij ziet hoe generaties elkaar opvolgen, machteloos om iets tegen hun situatie te doen. 'Sommigen zijn echt niet te redden', bekent hij. 'Je hebt in veel gevallen ook te maken met eh, mensen die erg labiel zijn.'

Hoe bedoelt u?

'Nou, mensen die eh....'

Hoe zou u het uw vrienden zeggen?

'Randdebielen'. Hij schrikt er zelf van.

Frank Poorthuis

De Potters heten in werkelijkheid anders.

Meer over