Wat is er mis met een rente van 7 procent?

Een rente van 7 procent is niet uitzonderlijk. Maar dat betekent niet dat Italië niet moet worden geholpen.

Niemand in Nederland schrikt van een rente van 7 procent, die tienjarige Italiaanse staatsleningen op de markt doen. Ouderen herinneren zich nog de tijd vlak na de tweede oliecrisis, toen Nederland 12¿ procent op staatsleningen betaalde. Fons van der Stee bewaakte in die tijd de schatkist. Huizenkopers sloten hypotheken af met een rente - vijf jaar vast - van 12 en zelfs 13 procent. In een opkomend en financieel niet ongezond land als India ligt die nog steeds boven de 10 procent.

Tot de invoering van de euro waren ook Nederlanders gewend 7 procent te betalen voor hun hypotheeklening. En de Italiaanse minister van Financiën waande zich zelfs spekkoper als hij een keer voor 7 procent een lening in lires wist te plaatsen. Italië betaalde eigenlijk altijd meer dan 7 procent.

Ineens is deze rente onoverkomelijk geworden. Griekenland, Portugal en Ierland kregen al een helpende hand toegereikt toen hun rente de grens van 6 procent overschreed. Het noodfonds EFSF werd opgericht om die landen voor 5 procent aan geld te helpen, zodat ze sneller uit het dal konden klimmen. Maar dit noodfonds is niet groot genoeg om ook Italië aan het infuus te leggen.

Italië moet zichzelf blijven bedruipen op de vrije markt. Het land heeft het voordeel dat er voor rente en aflossing een overschot is op de begroting. Hierdoor is er een positieve kasstroom, zodat afbetalingen van de schuld wat langer kunnen worden volgehouden. Bovendien zullen weinigen het erg vinden dat de Italianen de rommel opruimen die de door henzelf gekozen charlatan Berlusconi heeft veroorzaakt.

Alleen zijn er aanzienlijke verschillen met de jaren tachtig en negentig. In de eerste plaats was er toen forse economische groei, met stijgende inkomens en huizenprijzen. Ten tweede was er ook een flinke inflatie. En ten derde waren de schulden veel lager. Een rente van 14 of 15 procent drukte toen minder zwaar op een land - en ook op een hypotheek - dan een rente van 7 procent nu.

Maar het grootste verschil is dat Italië nu tot de eurozone behoort. Italië moet in de pas blijven lopen met de andere eurolanden, hetgeen betekent dat het land de schuld moet terugbrengen naar 60 procent van het bbp en het tekort op de begroting naar 3 procent. Dat lukt zelfs met de meest ingrijpende bezuinigingen niet als de rente permanent boven de 7 procent blijft.

Daarom wordt Italië een helpende hand toegestoken door de Europese Centrale Bank. Die koopt Italiaans staatspapier op, waardoor Italië tijd wint. De vraag is hoeveel tijd de bazen van de ECB - onder wie de Nederlandse bankpresident Klaas Knot - Italië gunnen.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

undefined

Meer over