Analyse

Wat is de VVD nog zonder Mark Rutte? ‘Als die man onder de tram komt, is de partij gewoon weg’

null Beeld JeRoen Murré
Beeld JeRoen Murré

Na vijftien jaar Rutte lijkt de VVD in niets meer op de open debatpartij die ze ooit was. Ook binnen de eigen gelederen leidt dat tot groeiende zorgen. Want is de VVD niet te afhankelijk geworden van één man? En hoe moet het verder als die ermee ophoudt?

Het is woensdag 31 mei 2006, iets na half acht, en Mark Rutte kan niet verhullen dat zijn mond openvalt. In het Okura Hotel eindigt die avond de lijsttrekkersverkiezing van de VVD. De uitslag wordt live uitgezonden op Nederland 1, alle peilingen voorspellen een winst voor Rita Verdonk, die onder kiezers veel populairder is dan de tamelijk onbekende staatssecretaris van Onderwijs. In zijn binnenzak heeft Rutte twee speeches, op z’n verliezerstoespraak heeft hij het meest zijn best gedaan.

Maar partijvoorzitter Jan van Zanen leest toch echt zijn naam van het papiertje dat hij van de notaris krijgt. Verbazing alom in de zaal in het chique hotel in Amsterdam-Zuid, het kamp-Verdonk blijft in verbijstering achter. Rutte blijkt onder de leden populairder.

Het partijleiderschap van Rutte begint zo in een broeierig zaaltje. De VVD die fractieleider Jozias van Aartsen aan Mark Rutte overdraagt is dan ook een broeierige debatclub. De partij heeft onder aanmoediging van Van Aartsen net een ‘liberaal manifest’ van 87 pagina’s opgesteld, een gemoderniseerde versie van de statuten, gevuld met ronkende ideeën over democratische en rechtsstatelijke vernieuwing en een pleidooi voor dualisme. ‘Alles staat of valt met een open partijcultuur, waarbij publieke gedachtewisselingen worden aangemoedigd en een debatcultuur de toon zet. (…) Zoals liberalen een pluriforme samenleving willen, is ook de VVD zelf een samenleving die zich kenmerkt door diversiteit en uiteenlopende opvattingen.’

Van Aartsen heeft zelf het voorbeeld al gegeven. In zijn coalitiefractie, onderdeel van Balkenende II, kunnen eigenzinnige lieden in volle breedte afwijkende opvattingen verkondigen.

Ayaan Hirsi Ali valt op door haar islamkritiek en tegen de partijlijn in dient ze een motie in om het bijzonder onderwijs strenger te begrenzen. Rechtsbinnen Hans van Baalen wordt geen strobreed in de weg gelegd in zijn EU-kritiek, tot grote ergernis van het kabinet. Charlie Aptroot noemt CDA-minister en coalitiegenoot Camiel Eurlings een leugenaar in een debat over de kilometerheffing. Zonder risico is het niet: Kamerlid Geert Wilders heeft de smaak van de vrijheid zodanig te pakken dat hij inmiddels voor zichzelf is begonnen.

Staatssecretaris Rutte omarmt het liberaal manifest met veel enthousiasme. Maar onderdeel van de open partijcultuur is ook dat VVD’ers als minister Henk Kamp en Kamerlid Laetitia Griffith via de media gaten in het stuk mogen schieten.

Bestuurscultuur

Wie na die lenteavond in het Okurahotel in een grot was gekropen om er vijftien jaar later weer uit te komen voor de ledenvergadering van dit weekend, treft een totaal andere VVD aan. Na de voortetterende strijd met Verdonk en vier jaar worstelen in de oppositie maakt Rutte de VVD in 2010 voor het eerst in de partijgeschiedenis de grootste van Nederland – en dat is de partij sindsdien gebleven.

Van een open debatpartij is in de verste verte niets meer te bekennen. Dat een VVD’er in de Kamer inhoudelijk en openlijk de discussie aangaat over de partijlijn, valt haast niet meer voor te stellen. De fractie bestaat tegenwoordig grotendeels uit voormalige persvoorlichters, fractiemedewerkers en ambtenaren. Ondernemers en Kamerleden die gepokt en gemazeld zijn in het bedrijfsleven zie je bij de VVD nauwelijks meer. Waarnemend fractievoorzitter Sophie Hermans is de voormalige persoonlijk assistent van Mark Rutte en leider van de FC Rutte-campagne bij de laatste verkiezingen.

17 maart 2021: geen gedans op de tafel, maar een vrolijke hiep-hoi als Rutte voor de vierde keer op rij de grootste blijkt. Links Sophie Hermans, rechts partijvoorzitter Christianne van der Wal. Beeld EPA, Bart Maat
17 maart 2021: geen gedans op de tafel, maar een vrolijke hiep-hoi als Rutte voor de vierde keer op rij de grootste blijkt. Links Sophie Hermans, rechts partijvoorzitter Christianne van der Wal.Beeld EPA, Bart Maat

VVD-Kamerleden worden omringd door een muur van woordvoerders. Onervaren of eigenwijze Kamerleden worden gezien als politieke risico’s en mogen in het openbaar geen woord zeggen zonder dat ‘voorlichting’ dat heeft goedgekeurd.

Leden heeft de VVD intussen weinig meer. Al elf jaar krijgt de partij de meeste stemmen, maar op 1 januari 2021 had de VVD slechts 25.035 leden, in 2006 waren dat er nog ruim 40 duizend. Daarmee zakten de liberalen van de vierde ledenpartij van Nederland naar de negende plek.

De liberalen weten nauwelijks nog potentiële leden aan te spreken. ‘De VVD is de partij van de optimisten’, zegt Hilde Wendel (24), voorzitter van de jongerentak van de partij, waarvan Mark Rutte zelf ook ooit voorzitter was. ‘Ik denk dat veel VVD-stemmers denken: ik ben eigenlijk best gelukkig, Rutte helpt ons door alle crises heen, maar ik hoef niet per se lid te worden. Als je GroenLinks-stemmer bent, vind je dat er heel veel moet veranderen, de VVD is de status quo geworden.’

De invloed van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau, is ogenschijnlijk uitgespeeld. Er is al jaren geen baanbrekend rapport meer verschenen dat een wezenlijk debat aanzwengelde over de koers van de partij.

Nieuw zijn deze waarnemingen niet, maar ze leiden nu ook binnen de VVD tot groeiende zorgen: is de partij niet al te afhankelijk geworden van één man? En heeft de bestuursstijl van die man, met wie de rest van het Binnenhof inmiddels helemaal klaar is, niet ook zijn eigen VVD al te zeer in de greep gekregen?

In eigen kring wordt Rutte nog altijd op handen gedragen. De lof klinkt luid en vanuit alle hoeken van de partij. ‘Ik was een verdonkiaan’, zegt Fred Teeven (62), VVD-Kamerlid tussen 2006 en 2010 en staatssecretaris in de eerste twee kabinetten-Rutte. ‘Ik zag het toen eerlijk gezegd niet zitten met hem. Dat is helemaal over. Ik moet bekennen dat ik dat fout heb gezien.’

‘We moeten overheersend vaststellen dat het leiderschap van Mark Rutte heeft geleid tot heel knappe electorale successen, die bijdragen aan het realiseren van idealen’, zegt Frank de Grave (65), die onder meer Kamerlid (1982-1990) en minister van Defensie (1998-2002) was. ‘Vier keer achter elkaar de grootste is naar Nederlandse verhoudingen zonder meer een prestatie van formaat.’

Van Aartsen (73), die Rutte aanwees als zijn opvolger: ‘Ik heb geen seconde aan hem getwijfeld, ik was altijd overtuigd van zijn succes.’

En Ton Elias (66), die in 2017 na negen jaar tegen zijn zin de VVD-Kamerfractie verliet: ‘Ik vind hem een goed mens en een goede minister-president. Ik wil dat je dat ergens opschrijft, desnoods in een bijzin.’

Dat is niet zonder reden, want verder overheersen bij Elias de zorgen over de transformatie die zijn partij onder Rutte heeft doorgemaakt. Toen de premier begin april plotseling even wankelde in de nasleep van de toeslagenaffaire, schaarde de VVD zich als één man achter Rutte. Maar was dat ook niet bij gebrek aan een alternatief? Elias: ‘De VVD heeft alleen maar Rutte, Rutte en nog eens Rutte. Als die man onder de tram komt, is de partij gewoon weg. Ik vind dat Rutte onvoldoende aandacht heeft gehad voor de partij en dat vind ik slecht. Er is veel te weinig discussie of tegenspraak over.’

Veel vloeit voort uit zijn bestuursstijl. Alles draait om controle. Rutte houdt niet van verrassingen, hecht zeer aan loyaliteit en is hondstrouw. Elias signaleert dat het al vroeg begon. ‘Toen hij minister-president werd, zat zijn politiek assistent bij de eerstvolgende fractievergadering.’ Rutte mag dan verhuisd zijn naar het Torentje aan de overkant, wat er in de fractie gebeurt krijgt hij via zijn rechterhand haarscherp mee. Elias: ‘Ik was de enige die daar iets van zei.’

Verschraling

Voormalig fractievoorzitter Van Aartsen ziet het gebrek aan debat met lede ogen aan. ‘De verschraling treedt gewoon op, dat is verschrikkelijk jammer.’ Volgens hem is dat begonnen bij de vorige partijvoorzitter, wijlen Henry Keizer, vertrouweling van Mark Rutte, die de organisatiestructuur van de partij ingrijpend veranderde. ‘Er was een heel goed netwerk van lokale afdelingsbesturen, de baronnen’, herinnert Van Aartsen zich. ‘Die waren een soort tegenmacht tegen het hoofdbestuur. En de partij had een goed systeem van deskundigencommissies, met ideeën waarvan je gebruik kon maken. Dat is allemaal afgeschaft.’

De trainingen van de Haya van Somerenstichting, het interne opleidingsstatuut, zijn daarentegen steeds professioneler en belangrijker geworden. De Grave, die in het verleden een aantal van die trainingen gaf: ‘Dat is echt verbeterd, er wordt getraind op alle aspecten die relevant zijn voor de politiek.’

Ton Elias ziet dat anders. ‘Als je de leerlingen van dat clubje ’s nachts om half drie wakker maakt en vraagt: ‘Waarom wil je bij de VVD?’, dan zeggen ze allemaal: ‘Om ervoor te zorgen dat mensen iets van het leven kunnen maken.’ Precies wat Rutte in 2006 zei. Die komen allemaal uit hetzelfde malletje en dat vind ik ongezond.’

Ook Fred Teeven ziet grote verschillen met de VVD-fractie waarvan hij in 2006 lid werd. ‘Daar stonden mensen uit de hele samenleving op de lijst, qua leeftijd, opleiding en werkervaring. Nu zie je vooral mensen die gevormd zijn in de VVD.’

Teeven vindt dat riskant: ‘Je moet ook mensen hebben die in de buitenlucht hebben gewerkt, anders neem je geluiden uit de samenleving niet waar. Ik ben daar nu niet dolenthousiast over.’

Volgens Elias zou iemand als Frits Bolkestein – gevierd partijleider van 1990 tot 1998 – door de huidige selectiecommissie worden overgeslagen. ‘Daar ben ik van overtuigd. Te eigengereid, te lastig, te eigenzinnig.’

Kleur op de wangen

Over de vraag of het gebrek aan publiek debat erg is, verschillen de meningen. Frank de Grave is minder zorgelijk dan Van Aartsen, Teeven en Elias. Hij was Kamerlid tijdens het kabinet-Lubbers II, dat in 1989 viel omdat regeringspartij VVD (De Grave voorop) zich in het openbaar verzette tegen het reiskostenforfait. ‘Er zal ongetwijfeld veel debat zijn geweest, maar ik kan me niet herinneren dat het een erg succesvolle periode was voor de VVD.’

De Grave ziet een partij vol openbaar debat dan ook niet als een teken van kracht. ‘Een partij in onzekerheid gaat debatteren, maar dat is een debat uit verdeeldheid en politieke armoede. Daar ben ik niet zo vreselijk van onder de indruk, en de kiezer ook niet. Je ziet wat er nu met het CDA gebeurt.’

Toch ziet ook hij het risico van de leegte achter Mark Rutte die intussen is ontstaan. Gedoodverfde opvolgers als Edith Schippers en Klaas Dijkhoff hebben het Binnenhof verlaten en daarachter is nog niemand klaargestoomd om de partij straks over te nemen.

Naar aanleiding van de laatste Tweede Kamerverkiezingen interviewde de Volkskrant Mark Rutte uitgebreid. Het interview, waarin Rutte onder meer ingaat op het gebrek aan actieve VVD-prominenten en zijn partijleiderschap, lees je hier.

Daarbij speelt mee dat mensen niet de tijd krijgen om te rijpen. De Grave was begin deze eeuw zelf betrokken bij het tot stand komen van een partijlijn die nog steeds geldt: VVD’ers zijn in principe maximaal acht jaar Kamerlid. Dat heeft de omloopsnelheid verhoogd en de ervaring uit de fractie gewrongen. ‘We willen niet dat volksvertegenwoordiger zijn een vak wordt, dat mensen heel lang blijven zitten’, licht De Grave toe. ‘Maar het is misschien goed om dat nog eens op de weegschaal te leggen. De omloopsnelheid in de hele Kamer is wel héél hoog geworden, daar gaat wel héél veel talent en ervaring verloren.’

André Bosman (56) was sinds 2010 een gewaardeerd Kamerlid, dat onder meer een onderzoekscommissie naar de uitvoeringsorganisaties leidde en daardoor net uitgroeide tot een prominent gezicht. Hij had graag door gewild, maar moest dit jaar volgens de regeling stoppen. ‘Dat is de cultuur in de politiek’, zegt Bosman. ‘Maar Kamerlidmaatschap is ook een vak, dat wordt onderschat. Je bouwt ervaring, kennis en kunde op. Vroeger had je herkenbare mensen, zoals Erica Terpstra en Charlie Aptroot, mensen die wat langer zaten en een autoriteit werden op hun gebied. Je hebt een paar ankerpunten nodig, patres familias, die wijze woorden spreken en een andere lijn kunnen pakken dan die van de partij.’

Zelfs de jongerenorganisatie vindt de omloopsnelheid te hoog, zegt JOVD-voorzitter Wendel. ‘Je zou zeggen dat wij voor meer doorstroming zijn, maar we hadden graag gezien dat meer ervaren mensen waren blijven zitten. Dan kun je ook makkelijker kritisch zijn. Een beetje senioriteit is wel gezond.’

Rutte kan het niet allemaal zelf regelen, benadrukt Elias. ‘Maar hij moet wel zorgen voor goede mensen op de belangrijke plekken.’ Het smoel van de VVD moet volgens Elias van een onafhankelijke Kamerfractie afspatten. ‘Er moet een veel feller, luider en scherper geluid uit de fractie komen. Dat heeft Dijkhoff onvoldoende gedaan. Hij heeft vrijblijvend een paar nieuwe ideeën opgeschreven, maar dat had ik liever in de Kamerfractie gezien. En daar horen mensen van vlees en bloed bij, die iets uitdragen en iets hebben meegemaakt.’

Zoeken naar een opvolger

Toen de richtingenstrijd de VVD in 2006 in de ban hield, beschreef voormalig partijleider Hans Wiegel in de Volkskrant de VVD als een cyclische partij. De VVD zou in de geschiedenis maar drie sterke leiders hebben gekend: Pieter Oud, Wiegel zelf en Frits Bolkestein. Tussen die leiders in meandert de partij in onrustiger vaarwater met tussenpausen aan het roer. Zelfs de grootste scepticus moet erkennen dat Rutte de vierde in dat rijtje is gebleken.

Maar dan staat de VVD, volgens de theorie van Wiegel, wel een lading donkere wolken te wachten. Wie moet Rutte opvolgen als het einde daar is? Wat is de VVD nog na Rutte?

‘Eén grote leegte’, zegt JOVD-voorzitter Wendel. Ze mist grote namen in de Kamerfractie. ‘De laatste fractievoorzitters waren vertrouwelingen van Rutte, wij vinden dat er nu een heel sterke fractievoorzitter tegenover Rutte moet staan. Als ik zie dat Sophie Hermans fractievoorzitter wordt, dan denk ik: waarom? Bente Becker of Dilan Yesilgöz heeft onze voorkeur. Zij staan nu erg in de schaduw van Rutte en kunnen nog geen leider worden van de VVD. Dat soort mensen moet de ruimte krijgt om te gaan groeien.’

Ton Elias vult aan: ‘Ik zie geen opvolgers klaarstaan en die hadden er wel moeten staan.’

Of een sterke fractievoorzitter het probleem van de opvolging oplost, is voor Frank de Grave de vraag. Hij vindt het niet zo erg dat de VVD voor de buitenwereld geen kroonprinsen of prinsessen kent. ‘Als er iets dodelijk is in Den Haag, dan is dat het stempeltje kroonprins. Dat is niet iets dat je van de daken schreeuwt, dat is bijzonder kwetsbaar. Die wil je vooral laten groeien in de luwte.’

Fred Teeven ziet nu geen opvolger, maar leiderschap moet volgens hem ook groeien. ‘Ik heb bij Rutte in de fractie gezeten toen we op 11 zetels stonden in de peilingen, in 2008. Dus ik ken ook het gevoel dat het slecht kan gaan. Pas vanaf 2009 was Rutte de onbetwiste leider.’

En Rutte zelf? Hij liet al enkele malen vallen dat zijn tas altijd gepakt staat voor als het moment van vertrek daar is. In 2005 ontkende Rutte in de Volkskrant verknocht te zijn aan de politiek. ‘Ik vind het leuk om mensen die echt passie ergens voor hebben weer dat gevoel te laten krijgen. Dat kan ik in de politiek doen, maar ook in het bedrijfsleven of in een ziekenhuis. Of ik ga een tijd naar Malawi, dat kan ook.’

Maar voorlopig gaat Rutte nergens heen. ‘Het kan lang duren’, zegt Teeven. ‘Hij wil volgens mij nog een Rutte IV en nog een Rutte V ook.’

Klopt, denkt Elias. ‘Hij zal ook de volgende keer de lijsttrekker zijn. Een volgende leider komt pas in 2029.’

Meer over