Wat gebeurt er nu in jouw boek?

Het zal de herfst wel zijn, maar ik lees nu graag 's avonds een boek van een grappig mens. Eerst las ik Bonkers, de auto-biografie van Jennifer Saunders, waaruit ik de geruststellende conclusie trok dat je zelfs zonder ambities en met een groot talent voor nietsdoen een enorme carrière kunt hebben.

Nu ben ik bezig met In stukjes van Marc-Marie Huijbregts. Het is bij beroemde mensen soms moeilijk je voor te stellen dat ze ooit onsuccesvol waren en 105 kilo wogen, maar Marc-Marie weet die fase vrij beeldend op te schrijven. Daar loopt hij door Istanbul, 27 jaar en nog nooit alleen op vakantie geweest, in een sneeuwstorm tijdens de ramadan. Met lang blond haar, omdat hij de Spray-Blond net heeft ontdekt.

Mijn probleem, of eigenlijk het probleem van mijn vriend, die naast mij in bed zijn eigen boek ligt te lezen - meestal iets van Primo Levi, de laatste tijd - is dat ik alsmaar hardop moet lachen.

Ik vermoed overigens dat ik niet hardop zou lachen als mijn vriend niet naast me lag. Als ik het boek van Marc-Marie in een kale cel zou lezen, zou ik het nog steeds erg vermakelijk vinden, maar dan zou ik niet om de bladzijde een klaterend 'Há-hahahahaha!' laten horen, of ter afwisseling een 'K-gggggggggg.'

Ik maak al die klanken 's avonds laat in bed zodat mijn vriend vraagt: 'Wat vind je zo grappig?' En dan kan ik de passage in kwestie even voor-lezen.

undefined

Mijn vriend vraagt dat trouwens nooit. Of: hij vraagt het één keer, om me een plezier te doen, als we net begonnen zijn met lezen. Daarna kan ik nog zoveel verschillende lachgeluiden maken, maar dan vraagt hij het niet meer.

Toch stop ik dan niet met lachen. Ik wil de leuke dingen die ik lees graag delen, en dan niet in de ouderwetse zin van het woord, maar in de socialemediabetekenis, dus: aan de rest van de wereld opdringen.

Ik doe weer een korte 'Há!' of een zogenaamd ingehouden: 'Ggg.' Maar mijn vriend reageert nergens meer op. Soms zie ik opeens dat hij tijdens het lezen de oortjes van zijn koptelefoon heeft ingedaan.

Om een conversatie over onze boeken te beginnen, zodat ik er dan snel in kan gooien dat Jennifer Saunders Joanna Lumley altijd Jack Lumley noemt, zeg ik: 'Wat gebeurt er nu in jouw boek?'

Hij doet met tegenzin zijn oordoppen uit en begint uit te leggen dat Primo Levi net uit het kamp is gekomen, maar geen schoenen heeft. 'O, wat verschrikkelijk', zeg ik, 'dat je dat allemaal kunt lezen, en al die boeken achter elkaar, en dat zo vlak voor het slapen gaan.'

Dan draai ik me gauw om en lezen we stil verder.

undefined

Meer over