Wat Fokker boven het hoofd hangt

Magere winsten, een magere balans en expansie in alles wat beweegt: Samsung, het concern dat Fokker wil kopen, houdt zich aan geen enkele wet uit het moderne management-denken....

SAMSUNG, misschien de nieuwe eigenaar van Fokker, heeft een missie. 'We zullen een nieuw Samsung bouwen voor een nieuw tijdperk. We zullen onze mensen en onze technologie wijden aan het scheppen van superieure producten en superieure diensten. Daarmee dragen we bij aan een betere maatschappij in de gehele wereld', laat president Kun Hee Lee weten in het jaarverslag van 1995.

Dat is geen taak voor doetjes. 'Alleen de beste ondernemingen zullen slagen - zij die het beste reageren op de wensen van de consument en bovendien verantwoordelijkheid nemen voor de noden van de maatschappij. Samsung zal een van de beste zijn.'

Sinds 1991 groeit het bedrijf met gemiddeld 20 procent per jaar. Dat lukt in het Westen alleen startende bedrijfjes of bedrijven in sectoren met supergroei, maar Samsung lijkt net zoveel last te hebben van economische wetten als helium van zwaartekracht.

Kun Hee Lee heeft de missie om de wereld te verbeteren geconcretiseerd in een duidelijk doel: de omzet, vorig jaar nog 87 miljard dollar, moet in 2000 tweehonderd miljard dollar bedragen. Dat doel vergt een groeitempo van, nog steeds, 20 procent per jaar. Die enorme groeidrift is nu de reddingsboei waaraan Fokker zich vastklampt.

De leider gebruikt bepaald on-Koreaanse technieken. In 1993 besloot hij tot een ware culturele revolutie, bedoeld om de uitwassen van het Confucianisme uit te roeien. Kun Hee genoot zijn opleiding in Japan en in Washington, en deed internationale ervaring op als worstelaar. Hij besloot dat het bedrijf niet meer per decreet zou worden geleid, en dat iedere werknemer zijn eigen verantwoordelijkheid moest nemen.

Confucius leerde dat aan de leider respect moet worden betoond, maar Kun Hee was het zat dat zijn directeuren voortdurend opstonden zodra hij de kamer binnenkwam en bogen als knipmessen. Zij moeten nu blijven zitten, en mogen hem niet meer naar de mond praten: Kun Hee wil gewoon de waarheid weten.

'Wij komen uit een cultuur waar hiërarchie uiterst belangrijk is, waar alle verkeer van boven naar beneden gaat; militaristisch in de zin dat de man aan de top bevelen geeft en de rest volgt. Dat zijn elementen waarvan de voorzitter vond dat ze moesten veranderen, en hij veranderde zelf ook', zo legt directeur Cho Yun Yeong van Samsungs eigen innovatie-centrum uit.

Kun Hee maakte ook een einde aan overwerken, een gewoonte waarmee Koreanen hun trouw aan de onderneming bewijzen. Sindsdien duurt de werkdag van zeven uur 's morgens, zodat iedereen voor de file op het werk is, tot vier uur 's middags. De filosofie van Kun Hee: 'De nieuwe werktijden leveren extra tijd op voor verbetering van de kwaliteit van het leven buiten de werkuren.' En zij leiden tot minder fouten tijdens de werkuren.

Samsung is in veel opzichten niet te vergelijken met westerse ondernemingen. Als een Nederlands bedrijf net zo'n jaarrekening zou presenteren als Samsung, zou dat twijfel zaaien over de continuïteit van het bedrijf. De winst is bijna altijd zeer matig, de balans zwak, zodat de vraag rijst hoe Samsung desondanks kan groeien.

HET ANTWOORD is: vertrouwen op de staat, en diversifiëren. Waar in Europa ondernemingen zich bijna angstvallig aan de kernactiviteiten vastklampen, begint Samsung steeds met iets nieuws. Was het de afgelopen jaren de elektronica waar het concern kwam, zag en overwon, nu wil het datzelfde kunstje vertonen in de auto- en de vliegtuig-industrie.

Het bedrijf begon in 1938 als een rijsthandel, opgericht door Kun Hee Lee's vader Byung Chol Lee. Na de Japanse bezetting en de Koreaanse oorlog zag Lee senior snel waar de kansen in het verwoeste land lagen, en hij stichtte een suikerfabriek en een wolspinnerij. Zo legde hij de basis voor de industrialisatie van zijn handeltje.

Het was niet Lee zelf die het bedrijf de wereldmarkten op joeg, maar de Koreaanse regering. Sinds 1962 voerde die een beleid van actieve exportbevordering. Samsung, dat in dat jaar nog niets exporteerde, toonde zich een meester in het profiteren van dat beleid. Het boog soepel met elke beleidsverschuiving mee, en exporteerde achtereenvolgens suiker, textiel, staal, petrochemische producten, papier en elektronica. De staat werkte samen met alle grote Koreaanse concerns, de chaebols, maar het meest met Samsung.

De methoden die de regering gebruikte om de chaebols aan zich te binden en de export te bevorderen, waren niet mis. De banken werden net zo hard onderdrukt als de vakbonden, zodat de ondernemingen voor kredieten alleen bij de staat terecht konden. Dat kregen ze tegen een rente van plusminus nul procent, als ze tenminste deden wat de regering wilde.

Eigen vermogen was voor de chaebols daarom nauwelijks interessant; krediet was veel goedkoper. De weerslag daarvan is op de balans van Samsung nog steeds te zien. Het eigen vermogen bedroeg vorig jaar 19,4 procent van de balans, een percentage waarmee een Nederlandse onderneming nauwelijks bij een bank terecht zou kunnen. Begin jaren negentig was het eigen vermogen slechts 12 procent.

De Koreaanse markt werd afgeschermd tegen buitenlandse concurrenten, waardoor de chaebols in eigen land fantastische prijzen konden vragen. Import van machines, grondstoffen en onderdelen was echter belastingvrij. Met de aldus verkregen winsten werd de export gefinancierd.

Erg succesvol was ook de Koreaanse kopie van het reeds in Japan zo succesvolle systeem van general trading companies (GTC's), de bevoorrechte handelsmaatschappijen. Alleen de grootste exporteurs kregen deze status, Samsung in 1975 als eerste. Alleen GTC's konden rekenen op goedkope bouwgrond, rechtstreekse subsidie op export, belastingvrijdom op export-inkomsten en onderdrukking van vakbonden, exclusief in hun fabrieken.

Om de exportmachine steeds sneller te laten lopen, verhoogde de regering elk jaar de norm voor GTC's. In 1975 kon een bedrijf met vijftig miljoen dollar export al een GTC worden, vijf jaar later moest dat driehonderd miljoen zijn. In 1975 kwam 14 procent van Korea's export voor rekening van de GTC's, in 1983 al 51 procent.

Een deel van het mechaniek van de vruchtbare samenwerking tussen Samsung en staat werd eerder dit jaar onthuld. Alle voorzitters van de chaebols stonden in de beklaagdenbank, omdat ze de voormalige president Roh Tae Woo voor 550 miljoen dollar hadden omgekocht. Net als zijn collega's kwam Kun Hee Lee er met een voorwaardelijke straf vanaf, omdat hij zich met succes beriep op het feit dat er zonder 'giften' geen zaken konden worden gedaan. Wellicht was Samsung gewoon wat guller dan de concurrenten.

Een niet te onderschatten factor in de verovering van de wereld door de Koreanen is de ongeëvenaarde inspanning op het gebied van het onderwijs. Confucius vond onderwijs erg belangrijk, zodat vele Koreanen zichzelf welhaast ruïneerden om hun kinderen naar school te kunnen sturen. Daar kwam bij dat de on-Aziatisch grote christelijke invloed (een kwart van de Koreanen is christen) ervoor zorgde dat die opleidingsdrift ook aan de armen ten goede kwam. Het gehele land studeert als een bezetene. De Koreanen gaven in 1984 13,3 procent van hun nationaal inkomen uit aan onderwijs, en in 1990 nog altijd 10 procent. Dat is twee tot driemaal zoveel als de meeste westerse landen, Japan of andere Aziatische tijgers.

Niet bekend

De twee afgelopen jaren boekte Samsung grote winsten: in 1994 1,75 miljard dollar en vorig jaar 3,8 miljard dollar. Dat was respectievelijk 16 procent en 22 procent van het eigen vermogen. Maar die twee jaren waren dan ook uitzonderlijk: voordien ging het om enkele procenten tot hooguit 10 procent.

De twee topjaren had Samsung te danken aan één enkel product: de DRAM-chips (geheugen voor pc's) waarin Samsung Electronics al jaren 's werelds grootste is. Dankzij die DRAM's explodeerde de winst van Samsung Electronics van 191 miljoen dollar in 1993 tot 3,1 miljard in 1995. Zonder Samsung Electronics blijft er van Samsungs winst in dat jaar slechts zevenhonderd miljoen dollar over.

Midden dit jaar kwam er plotseling zand in de winstmachine: de markt was plotseling zo verzadigd als een Romein na een orgie. Begin dit jaar leverde een chipje nog 43 dollar op, nu nog maar tien dollar. Analist Tony Yung van Jardine Fleming in Seoel denkt dat de winst van Samsung Electronics dit jaar zal dalen naar 903 miljoen dollar, en volgend jaar naar 705 miljoen. En dat zal Samsung voelen.

De elektronica-divisie wordt door meer gevaren bedreigd dan door de tegenzittende markt. De lonen zijn de afgelopen jaren snel gestegen, volgens Yung al tot Britse hoogte. En nu de staat niet meer zo gul is met kredieten, doet het gebrek aan banken zich pijnlijk voelen. Volgens Tony Yung is de rente weliswaar gedaald van 18 naar 12 procent, maar daarmee nog altijd meer dan dubbel zo hoog als in de meeste omliggende landen. Samsung is dan ook begonnen met een enorme emigratie-operatie. Zo gaat de complete divisie huishoudelijke apparaten binnen een paar jaar over naar China, en wordt het investeringsniveau in de andere Aziatische Tijgers verviervoudigd.

Samsung heeft nog meer grote operaties op stapel staan. Zo begint het concern volgend jaar met de productie van personenauto's, een bijna waanzinnige onderneming in een land waar al enkele van de grootste en snelst groeiende autofabrieken ter wereld staan: Hyundai, Daewoo en Kia. Yung vreest dat Samsung Motors de komende vijf jaar een fikse aanslag zal plegen op de winst van de groep.

VOOR Nederland is Samsungs ambitie om de lucht in te gaan het meest relevant. Opnieuw gaat het om een strategische keuze van de Koreaanse regering, waar Samsung handig op insprong.

Samsung bouwt al rompdelen voor Boeing en voor McDonnell Douglas, en assembleert de F-16's die Korea van Lockheed heeft gekocht. Onlangs werd bekend dat het concern meedoet met de ontwikkeling van de nieuwe superjumbo van Boeing. Juichend klonk het: 'Het is voor het eerst dat Samsung zich bezighoudt met de ontwikkeling van een heel vliegtuig.' Maar er helemaal zelf een bouwen, dat is pas je ware.

Eerder dit jaar besloot Samsung al, met instemming van de regering en tot woede van de andere chaebols, tot het opzetten van een helikopterfabriek. Samen met Bell wil Samsung de helft van de wereldmarkt voor lichte helikopters voor zijn rekening nemen. Daewoo en Korean Air, die dachten dat zíj waren aangewezen om de helikopters te doen, beschuldigden de regering van 'favoritisme' jegens Samsung. Maar Samsung slaagt nu eenmaal waar anderen falen.

Eerder poogde Samsung al met het Chinese Avic samen een vliegtuigbedrijf op te zetten. Nu poogt het Fokker in te lijven. Met of zonder Fokker, Samsung zal de lucht in. De regering heeft het besloten. Samsung: 'Dit is geen privé-initiatief, maar een initiatief dat is genomen in samenwerking met de Koreaanse regering.'

Meer over