Wat er onder de kilt schuilt

Wat de Schotten onder de kilt dragen, wordt gekoesterd als een van de grootste mysteries van de Britse natie. Maar dankzij de laatste rugbywedstrijd van Schotland tegen aartsrivaal Engeland is het geheim onthuld....

Peter de Waard

Op een mooie zaterdagavond om zes uur spelen de rugbyteams van Engeland en Schotland tegen elkaar op Twickenham in Zuid-Londen, the home of rugby. Vrienden uit de lokale pub -universitair geschoolde kleerkasten die nog altijd graag een gebroken nek riskeren in een scrum -hebben kaartjes gekocht .

'Hoe laat verwacht je mij? Twee uur, drie uur? Dan zijn we toch wel op tijd?', vraag ik vrijdagavond in de pub. 'Ben je gek, we vertrekken al om negen uur.' De volgende ochtend ben ik stipt om negen uur op het station. Daar heeft iedereen zich verzameld in Engeland-shirts: zes heren en twee dames van middelbare leeftijd, allemaal even uitgelaten.

In de trein haalt iemand meteen blikjes Engels bier uit een plastic zak. 'Mag ik even wachten? Het bier is nog te koud', probeer ik mij te excuseren. De blikken zeggen voldoende. Het bier smaakt in de vroege ochtend zoals de naam luidt: bitter.

De supporters zijn zeer geïnteresseerd in de Nederlandse taal. 'Wat is kitchen in het Nederlands?', vraagt er een. 'Keuken', antwoord ik. 'En dit?', terwijl hij op zijn achterste slaat.

'Billen', zeg ik. Iedereen giert het uit.

Om half elf arriveren we in Richmond. Hier hebben de Engelse supporters zich al verzameld in de overvolle pubs, waar bladen met bier rondgaan. Even na twaalf uur arriveert het Schotse legioen -iedereen gekleed in de kilt van de eigen clan. Terwijl bij voetb al de supporters van beide kampen gescheiden drinken, mengen de Schotse rugbyfans zich hier met de Engelsen. Er wordt samen gezongen en iedereen slaat de armen om elkaar heen.

Maar niemand wil laveloos de wedstrijd zien. Om twee uur is dus een tafel gereserveerd in een fish & chips-restaurant dat niets anders serveert dan enorme moten gepaneerde kabelj auw met patat-frites, desnoods met wat erwtenpuree voor de vitaminen. Liters thee met melk staan klaar om de alcohol van de ochtend weg te spoelen. Wie zijn buik nog niet vol heeft neemt nog een chipsbuttie (een portie patat tussen twee witte boterhammen) mee. Daarna spoedt men zich opnieuw naar de pub om op een groot scherm de wedstrijd Wales tegen Ierland te zien. Een eenzaam meisje roept voortdurend : 'Come on Wales'. Maar 95 procent hoopt op een overwinning voor de Ieren, omdat Engeland zich niet zoals vroeger v e rnederd wil voelen door triomferende Welsh.

Om half zes wandelen we onder begeleiding van doedelzakgejammer langs de Theems naar het stadion. Daar worden we omringd door al schorre Schotten en enkele verdwaalde Canadese zakenbankiers die de rugbygekte willen meemaken. Engelsen zingen de Flower of Scotland mee, zoals het Engelse (of eigenlijk Britse) volkslied God Save The Queen uit volle borst door de Schotten wordt meegezongen.

De Schotten zien berustend toe hoe het Engelse vijftiental try op try maakt, omdat hun eigen verdedigers telkens te laat de tackle inzetten. 'Volgend jaar beter', verzucht een Schot al na een kwartier. 'Ach, wij Schotten zijn gewend te verliezen. Zowel met voetbal als met rugby. We zijn een natie van losers.'

Na de wedstrijd gaat iedereen in afgeladen bussen terug naar Richmond, waar het feest echt begint. In een uit zijn voegen barstende Sun Inn worden de hits uit de jaren zestig gezongen. De Engelsen zetten het Beach Boysnummer Sloop John B. in, waarbij de Schotten voor de tweede stem zorgen. Daarna volgen Delilah en Come On Eileen en klinkt de strijdkreet 'A Long Strong Black Pudding'.

Een van de Schotten doet een striptease voor de ogen van vier hopeloos in verlegenheid gebrachte public school-meisjes. Onder de kilt schuilt een blauwe onderbroek van Marks & Spencer, die uiteindelijk ook naar beneden getrokken wordt. 'I see his keuken', roept een van de vrouwen, die de Nederlandse idioom door elkaar heeft gegooid.

We halen op het nippertje de laatste trein. Een van de Engelsen heeft nog een enorme kan met bier in de rugzak weten mee te smokkelen. Medereizigers die terugkeren van een verjaarsbezoek of een toneelvoorstelling kijken even geërgerd toe, maar al gauw zingen ook zij Sloop John B.. Vlak voor we er zijn wordt een van de Engelsen gebeld door zijn 19-jarige zoon die hem van het station moet ophalen. 'Waar zijn de autosleutels?', vraagt die. 'I think in the billen', roept Pa terug.

Meer over