Wat een nacht. De storm woedde zo dat hij de hele schuur liet schudden

Werner Herzog loopt 800 kilometer van München naar Parijs.

Zuid-Duitsland, 28 november 1974

Voorbij Volkertsheim overnachting in een stroberg, in geen velden of wegen was er iets anders en daarom bleef ik er, hoewel het pas half vijf was. Wat een nacht. De storm woedde zo dat hij de hele schuur, die stevig gebouwd was, zomaar liet schudden. Regen en sneeuw sproeiden bij de nok van het dak naar binnen en ik begroef me onder het stro. Een keer werd ik wakker met op mijn benen een slapend dier. Toen ik me bewoog schrok hij nog meer dan ik zelf. Ik geloof dat het een kat was.

Een zwarte ochtend, duister, zo duister en koud strekt een ochtend zich alleen uit na een groot ongeluk, na een grote plaag over de akkers. De akkers zijn diepzwart met witte lijnen van de sneeuw. Lage, jagende wolken. De kleinste heuvels, slechts honderd meter hoger gelegen, zijn wit met sneeuw bedekt. Patrijzen, die zich pas kort voor het opvliegen van het land onderscheiden.

Bij Rottenacker bereikte ik de Donau, de brug maakte zo'n markante indruk op mij, dat ik lang omlaag keek in het water. Er was een grijsgevlekte zwaan die tegen de stroom opworstelde, maar hij bleef stil op zijn plaats, omdat hij niet sneller kon zwemmen dan de stroom. Zandauto's, vuil van trekkersbanden, stormwind, lage wolken. Opeens sta ik tussen schoolkinderen, de school is uit. Aan het eind van het dorp kijken ze mij vorsend aan, ik kijk hen vorsend aan.

Werner Herzog (1942), Duitse filmregisseur. Ingekort fragment uit Over een voettocht door de kou; vertaling Ronald Jonkers. Bert Bakker, 1981.

Meer over