Wat doet medicatie met exhibitionist?

Het ziekenhuis Leyenburg in Den Haag begint binnenkort met een wetenschappelijk onderzoek naar het effect van medicatie op het gedrag van onder meer exhibitionisten en voyeurs....

Onderzoeksleider dr. M. Waldinger, hoofd van de polikliniek neuroseksuologie van ziekenhuis Leyenburg, denkt dat medicatie de frequentie en de intensiteit van seksuele dwanghandelingen kan verminderen. Het onderzoek richt zich niet op mensen die zich schuldig maken aan agressieve seksuele delicten. Waldinger sluit echter niet uit dat met neurobiologisch onderzoek kennis kan worden vergaard waarmee in de toekomst ook die groep geholpen kan worden.

Neuropsychiater Waldinger, tevens onderzoeker in de seksuele farmacologie aan de Universiteit Utrecht, behandelt in zijn polikliniek al een paar jaar mensen die last hebben van zogeheten parafilieën. 'Naast exhibitionisten, voyeurs en fetisjisten gaat het meestal om mannen met een seksuele dwangstoornis. Ze zijn verslaafd aan telefoonseks, ze masturberen overvloedig of ze zijn zo geobsedeerd door seks, dat ze eigenlijk tegen hun zin zoveel mogelijk vrouwen versieren.'

De schaamte onder die groep mannen is meestal heel groot . 'Ze houden hun gedrag geheim, ook vaak voor de eigen partner. Soms neemt de stoornis zulke ernstige vormen aan, dat er problemen door ontstaan in hun relaties.'

De mannen worden in de polikliniek behandeld met medicijnen die de serotonineconcentratie tussen zenuwen in de hersenen vergroten. Onderzoek moet uitwijzen of daardoor dwang en drang inderdaad verminderen en welk deel van de hersenen precies gestoord is.

Het Haagse ziekenhuis probeert zoveel mogelijk mannen te vinden die aan het onderzoek willen meedoen. Zij moeten last hebben van 'onschuldige' parafilieën, zegt Waldinger. 'Ons doel is vooral om die mannen weer enigszins normaal te laten functioneren. Een deel van de groep krijgt een placebo. Het zou ethisch zeer onverantwoord zijn om dat voor te schrijven aan mannen van wie we weten dat ze een agressief seksueel delict zouden kunnen plegen.'

Psycholoog-seksuoloog drs. L. Gijs, universitair docent aan de Universiteit Utrecht, vindt dat neurobiologisch onderzoek in de toekomst best kan worden uitgebreid naar seksuele delinquenten. Tbs-klinieken schrijven sommige zedendelinquenten ook medicijnen voor. En in de Nederlandse Vereniging voor Forensische Seksuologie, zegt hij, kwam een aantal psychiaters onlangs met het voorstel om het effect van medicatie op seksuele dwangstoornissen te onderzoeken.

Die ontwikkeling is opmerkelijk omdat het toedienen van medicijnen aan mensen met een seksuele gedragsafwijking nog altijd gevoelig ligt. Tot de jaren zestig werden honderden (vermeende) zedendelinquenten en zelfs homoseksuelen gecastreerd. Begin jaren zeventig raakte behandeling met het libidoremmende medicijn Androcur in zwang. Gijs: 'Die praktijken zijn niet altijd even verantwoord verlopen, en daardoor is er vooral op ethisch gebied veel weerstand tegen ontstaan.'

Als zedendelinquenten medicijnen krijgen, zegt hij, rijst bovendien de vraag of ze dan niet als ziek en dus als ontoerekeningsvatbaar moeten worden beschouwd. 'Die visie roept veel maatschappelijke bezwaren op.'

Farmacologische behandeling van zedendelinquenten ligt ook professioneel gezien gevoelig, aldus Gijs. Psychosociale behandeling van seksuele delinquenten heeft de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. Veel dadertherapeuten beschouwen cognitieve gedragstherapie als de beste manier om herhaling te voorkomen.

Gijs benadrukt dat naast medicijnen ook therapie altijd nodig blijft. 'Medicijnen verminderen de sterkte van de seksuele smaak, waardoor er meer ruimte in het hoofd komt voor het effect van een behandeling. Op die manier kan ook medicatie mogelijk bijdragen aan een vermindering van recidive.'

Meer over