Analyse

Wat doet covid met ons reisgedrag? En wat betekent dit voor de toekomst?

 De A2 in Amsterdam vanuit de lucht na het ingaan van de avondklok op 23 januari. Beeld ANP
De A2 in Amsterdam vanuit de lucht na het ingaan van de avondklok op 23 januari.Beeld ANP

Covid heeft de manier waarop Nederlanders naar hun werk reizen drastisch veranderd. We nemen veel minder vaak het openbaar vervoer en vaker de auto, de fiets en de benenwagen. Maar wat gebeurt er als straks alles weer normaal is?

DE AUTO WORDT POPULAIRDER

Vraag iemand welk coronabeeld het meest is bijgebleven en het antwoord zal vermoedelijk zijn: volle ziekenhuizen en lege snelwegen. Nederlanders zijn het afgelopen jaar veel minder auto gaan rijden, blijkt uit alle vervoersdata. Maar áls we ons verplaatsen, pakken we relatief vaker de wagen. Het openbaar vervoer werd ingeruild voor de auto. We zitten nu eenmaal liever in ons eentje in een beschutte cabine dan dat we in een coupé kuchende medemensen stappen - ook al is die in werkelijkheid zo goed als leeg.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

De groeiende populariteit van de auto (en ook de fiets en benenwagen) en het sterk gedaalde OV-gebruik is desondanks geen nieuwe ontwikkeling. ‘Corona heeft bestaande trends versterkt’, zegt Christiaan Kwantes, adviseur mobiliteit & ruimte bij adviesbureau Goudappel. Het marktaandeel van de trein daalt, dat van de auto en fiets stijgt. Covid heeft deze ingrediënten alleen in de snelkookpan gegooid.

Dat in absolute zin het aantal autoritten is afgenomen, heeft met thuiswerken te maken. ‘We hebben kunnen ervaren dat het werkt’, zegt Kwantes. ‘Niet in alle gevallen, maar zeker is dat veel mensen die nu thuis werken, dat straks ook een paar dagen in de week zullen gaan doen.’ Dat betekent een paar procent minder auto’s op de weg tijdens de spits. En dat betekent flink minder files. Verkeerskundigen riepen dit al jaren, nu is hun gelijk aangetoond.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Niet meer files

Dankzij thuiswerken en de mogelijke invoering van rekeningrijden door een volgend kabinet, hoeft de populariteit van de auto niet tot meer files te leiden. Het is daarom de vraag of er nog wel miljarden naar nieuw asfalt moet, zegt Kwantes. Het zal best af en toe nog flink vastlopen, maar moeten daarvoor de wegen verbreed? ‘Vergelijk het met de filiaalhouder van een Albert Heijn die merkt dat het zaterdagmiddag enorm druk is in zijn winkel. Moet die dan alle dagen al zijn tien kassa’s volledig bemensen?’

Nee dus. Misschien is het beter om geld dat bedoeld is voor extra wegen in andere zaken te steken. Stimuleer thuiswerken. Investeer in ‘buurthubs’, lokale, flexibele kantoren waar kenniswerkers terecht kunnen, om niet altijd thuis onder de hoogslaper te hoeven werken. Steek geld in wandel- en fietsruimte in steden, en investeer in rekeningrijden, of, zoals verkeersexperts zeggen, ‘betalen naar gebruik’.

Ook minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur ziet die ontwikkeling. Ze wil meer energie steken in het ‘verknopen van modaliteiten en het ontvlechten van verkeersstromen’, stelde ze onlangs. Zo kan het autoverkeer vlot om de stad heen. Met andere woorden: zet diverse vormen van vervoer slim in, combineer ze, weer de auto uit de stad, maar de wagen blijft wel koning. Zijn heerschappij is overigens niet onbedreigd, waarschuwt Van Nieuwenhuizen. Zonder ingrijpen dreigen op termijn de nationale wegencorridors toch nog vast te lopen.

Autobezit groeit overigens niet overal even sterk, zegt Kwantes. ‘Je ziet een duidelijke tweedeling: in de stad, waar de meeste kenniswerkers zitten, neemt autobezit zeker niet toe.’ Daar is een auto onhandig, duur en tijdrovend. In de stad winnen fiets en voet, er worden zelfs wegen versmald om ruimte te geven aan wandelen en fietsen. In de meer rurale gebieden, waar meer ruimte is, en waar het OV vaak minder sterk is, daar groeit het bezit onverstoorbaar.

Deze tweedeling speelt sowieso tussen stad en platteland. De grote en middelgrote steden worden qua wonen en werken steeds meer het domein van kenniswerkers, de voormalige kantoortijgers. Die ook een ander werkritme krijgen: ‘Dankzij thuiswerken gaan we van een zogenoemd daily urban system naar een weekly urban system’, zegt Kwantes; niet meer elke dag op en neer tussen huis en werk, maar hooguit een paar keer per week. Daarvoor gebruiken we dan snelle intercitycorridors tussen steden. Of we pakken de auto, omdat we niet per se om negen uur op ons werk hoeven te zijn en zo de spits omzeilen, of omdat die paar keer file in de week niet zo erg is.

OP DE FIETS VOOR EEN ONTMOETING

Er lijkt sinds corona sprake van een trek uit de stad. Vanwege de hoge huizenprijzen zoeken meer inwoners het verderop, en door het afnemen van de files levert forenzen minder tijdverlies op. Mobiliteitsexpert Kwantes ziet echter geen nieuwe exodus. ‘Door de oogharen mag dat zo lijken, maar het komt vooral doordat de influx van expats door corona is komen stil te liggen.’ Dat gaat straks weer veranderen.

De stad heeft tot nu toe elke pandemie overwonnen, zegt hij. Van de pest tot de Spaanse griep, uiteindelijk was er altijd weer groei. Dat zal ook nu gebeuren. In de 19de eeuw ontstond als gevolg van industrialisatie de trek naar de stad. In de 20ste eeuw ontstond als gevolg van de opkomst van de auto juist een trek naar buiten. Maar sinds de opkomst van de kenniseconomie is het tij weer gekeerd. ‘In de kenniseconomie is werken vooral ontmoeten.’

Dat ontmoeten kan prima via beeldschermen, hebben we nu geleerd. Maar alleen voor eenvoudige taken. Complexe zaken vereisen fysiek contact, opdat we elkaar in de ogen kunnen kijken, zegt Kwantes. ‘Dan stappen we op de fiets om elkaar te ontmoeten, om overleggend een rondje te lopen in het park.’

Binnenstad is domein van de fietser

Ook deze trend was al gaande. Kijk naar bedrijven als TomTom, Philips, Booking, Adyen, die juist de binnenstad opzoeken. Die binnenstad wordt meer en meer het domein van fietser en voetganger, ook doordat gemeenten streven naar autoluwte. Het besluit van de Tweede Kamer de standaardmaximumsnelheid in de bebouwde kom te verlagen naar 30, versterkt dit effect.

Voor de iets grotere afstand pakt de kenniswerker de speed pedelec of deelscooter. Allemaal mobiliteitswinnaars. En corona zette er de turbo op.

null Beeld ANP
Beeld ANP

IN DE TREIN WORDT HET WEER DRUK

Een efficiënt georganiseerd netwerk van rail en snelle bus zal ook in de toekomst floreren in de stad. Voor de minder drukke stads- en streeklijnen lijken de kansen minder gunstig, denken experts, gezien de geschetste ontwikkelingen.

Ook in de trein zal het nog wel even stilletjes blijven. Tenminste, als de 23 duizend reizigers uit een recente peiling door de Nederlandse Spoorwegen en de TU Delft bij hun voornemens blijven. 8 procent piekert er niet meer over om voor het werk de deur uit te gaan. Ze blijven permanent thuiswerken. Ook als de coronacrisis straks is weggevaccineerd.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Niet alleen deze groep past zijn reisgedrag aan. De rest van de forenzen denkt ook aan minder forenzen. Tot maart vorig jaar gingen de werkende NS-reizigers gemiddeld 4,5 dag per week naar kantoor of fabriek. Daar vertonen ze zich straks nog maar 3 dagen per week.

Voor de NS stemt dit perspectief somber. ‘Mensen die voor hun werk met de trein reizen, vormen de helft van onze inkomsten’, zegt commercieel directeur Tjalling Smit. ‘Als deze groep al één dag per week gaat thuiswerken, dan betekent dat meteen 10 procent minder omzet. Onze marges zijn beperkt, dus zo’n klap is moeilijk op te vangen.’

Maar wie zou verwachten dat de NS onmiddellijk tientallen nieuwe treinen afbestelt en alle verbouwingsplannen voor stations in de prullenmand gooit, komt bedrogen uit. Want de crisis, hoe ernstig ook, heeft een einddatum – als de vaccins hun werk doen en iedereen weer op elkaars lip komt te staan in de 8 uur 10 van Haarlem naar Amsterdam CS. Niet alleen de NS denkt dat het weer zover zal zijn in 2025. Ook het Kennisinstituut voor Mobiliteit (KiM) rekende vorige maand uit dat de treinen over vier, vijf jaar weer net zo propvol zitten als in 2019.

De overheidsdenktank baseert zich op de prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor de bevolkingsgroei. Na een dip van 2020 zal het aantal Nederlanders in de toekomst blijven toenemen. Het tempo waarin kan verschillen, afhankelijk van hoe snel de economie weer opkrabbelt. Maar groeien doet Nederland, tot we in 2063 met twintig miljoen zijn. Dus zijn er meer treinen, roltrappen en perrons nodig om die nieuwe Nederlanders op hun bestemming te krijgen – of dat nou de werkvloer is, school of ponypark.

De pauzeknop geldt voor een paar jaar

Dat het definitief rustiger wordt op het spoor en de weg, is een misvatting, denkt de Mobiliteitsalliantie van onder meer de ANWB, RAI, OV-NL, Fietsersbond en Transport & Logistiek Nederland. In tegenstelling tot verkeersdeskundige Kwantes waarschuwt de alliantie voor nieuwe capaciteitsproblemen, ook al hebben we nog zoveel ervaring opgedaan met thuiswerken. ‘We drukken hooguit voor één of enkele jaren de pauzeknop in als het gaat om groei. Pas op voor coronabijziendheid.’

Ook de treinspits keert terug, zelfs als Nederlanders vaker thuiswerken, waarschuwt de NS. Uit de peiling blijkt dat die minder pendelende forens bij voorkeur op dinsdag en donderdag naar het werk afreist, met de maandag als derde favoriete dag. ‘Hier ligt echt een uitdaging’, zegt Smit van de NS. ‘We moeten na de crisis niet meer in de oude gewoonte terugvallen om allemaal op hetzelfde moment in te stappen.’

Hoe veranderde Nederland zijn reisgedrag tijdens de coronapandemie en diverse lockdowns?

Om inzicht te krijgen in het gebruik van vervoermiddelen, is gebruikgemaakt van gegevens van het Nederlands Verplaatsingspanel, een vervoerspanel van tienduizend Nederlanders. Sander van der Drift, expert mobiliteitsdata bij Dat.mobility (een van de drie grondleggers van het panel), vergeleek het reisgedrag in de ochtendspits in week 10 (vlak voor de eerste lockdown) met week 50, vlak voordat de scholen sloten. Om een goede vergelijking te kunnen maken heeft hij een selectie gemaakt van paneldeelnemers die beide perioden in het panel zaten.

‘Het eerst wat opvalt, is dat veel mensen thuis zijn gebleven, in alle vervoersvormen’, zegt Van der Drift. ‘En ook dat het OV relatief het sterkst is gedaald. Een heel groot deel van OV-reizigers blijft thuis. En een flink deel stapte over naar de auto.’

Ook opmerkelijk is dat veel automobilisten die de auto laten staan nu lopen tijdens de ochtendspits Vermoedelijk zijn dit mensen die thuis zijn gaan werken, maar nu de dag beginnen met een wandeling. Het is niet waarschijnlijk dat deze mensen in plaats van met de auto nu te voet naar het werk gaan, zegt Van der Drift.

‘We zien sowieso dat er meer recreatief wordt gewandeld en gefietst.’ De sterke schommelingen en afname naar het eind van het jaar onder fietsers komt door het weer; het werd simpelweg kouder en regenachtiger. Bij wandelen is dit effect minder, ook bij slecht weer blijft het ‘rondje om’ populair

In de linker grafiek het percentage reizende panelleden in de ochtendspits is duidelijk het effect van de schoolsluiting zichtbaar. Vrijwel direct na de aankondiging, stopten Nederlanders massaal met verplaatsen voor 9 uur ’s ochtends. En ook: op 1 januari lag iedereen in de vroege ochtend vermoedelijk in bed. Maar dat is normaal.

Meer over