InterviewBelarussische asielzoekers

Wat deed dit Belarussische gezin vluchten? ‘Ze behandelden ons als dieren, niet als mensen’

‘Ze liepen over onze hoofden en schopten ons’, zegt de Belarussische asielzoeker Dima in een Nederlands asielzoekerscentrum. Net als honderden anderen wist hij te ontkomen aan de terreur van de politie in zijn land waar vreedzame protesten tegen de verkiezingsfraude met geweld worden onderdrukt. Een zeldzaam fenomeen is het gevolg: Europese landen vangen Europese vluchtelingen op.

Sasja, Julia en zoontje Artjom voor het AZC van Wageningen.  Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Sasja, Julia en zoontje Artjom voor het AZC van Wageningen.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De Instagramfoto’s tonen een weelderige wereld van technoparties en paradijselijk uitgaan: een loungebar en discotheek, gelegen aan het parelwitte strand van Pogost, een groot meer nabij het provinciestadje Pinsk. Vanuit die wereld naar grove mishandeling door Belarussische agenten en daarna de vlucht naar Nederland – het overkwam Sasja (31) en Julia Kamandjoek (27) in een tijdspanne van luttele weken. En nu zitten ze in een asielzoekerscentrum buiten Wageningen, wachtend op een eerste interview met de IND terwijl zoonlief Artjom (4) niet naar school gaat en door de lege gangen doolt.

Het drietal is deel van een fenomeen dat, uitgezonderd de oorlog in Oost-Oekraïne en de situatie in Rusland, een relatief zeldzaam verschijnsel is geworden: Europeanen die op de vlucht slaan voor oorlog of vervolging. Voor hen is ‘opvang in de eigen regio’ hier. Honderden Belarussen die het geweld in hun land ontvluchten zijn uitgeweken naar Litouwen, Polen en Oekraïne. Enkele tientallen belandden in Nederland.

Hoe het zo gekomen is, verbaast hen zelf ook nog steeds. ‘Tot voor kort hielden we ons helemaal niet bezig met politiek en verkiezingen’, zegt Sasja. Maar de massale verkiezingsfraude tijdens de presidentsverkiezingen van 9 augustus in Belarus – en het geweld tegen vreedzame demonstranten daarna, veranderde dat. Niet alleen voor de jonge en zorgeloze Sasja en Julia, maar voor miljoenen Belarussen.

Sasja: ‘We zagen wat er gebeurde, in ons stadje en in het hele land.’ Sasja begon met Dima, een van de mede-eigenaren van hun café en twee discotheken in Pinsk, een kanaal op de Telegram-app, het communicatiemiddel van de Belarussische protesten. ‘Via Telegram deelden Dima en ik informatie over protestbijeenkomsten en over gewelddadige agenten. Elk weekend gingen we naar de protesten, die ook in Pinsk verrassend groot waren.’

Sasja: ‘Twee van onze vrienden werden al gauw slachtoffer van het geweld, terwijl ze per ongeluk in de buurt waren. We begrepen dat dit niet volgens de wet is. We dachten: nu is het genoeg. Wat ook speelde: president Loekasjenko hield mensen voor de gek, hij zei dat 80 procent voor hem had gestemd.’ Julia: ‘Terwijl iedereen die we kenden voor Tichanovskaja had gestemd.’

Internationaal Strafhof

‘Tribunaal’ staat er in koeienletters op een spandoek dat zondag is opgesteld tegenover de Belarussische ambassade in Den Haag. Het Internationaal Strafhof in deze stad, daar moet Aleksandr Loekasjenko eindigen, volgens de oppositie. Hij is al 26 jaar aan de macht en weet van geen wijken. Vorige week zei zijn KGB-chef Ivan Tertel dat de autoriteiten zich voorbereiden op een ‘hete oorlog’ in de lente. ‘We zullen hard optreden – eerlijk, maar hard.’ Tertel sluit een ‘humanitaire missie’ niet uit, zinspelend op Russische ‘hulp’.

Tot nu toe werden meer dan 30 duizend Belarussen opgepakt voor uitingen van protest. Barre verhalen van martelingen en verkrachtingen haalden de wereldpers, maar een krachtig internationaal antwoord bleef uit. Nog steeds is er niet één strafzaak ingesteld naar politiegeweld. Zeven Belarussen moesten hun opstelling met de dood bekopen. Er zijn 157 politieke gevangenen.

Vandaar het spandoek tegenover de ambassade. Bij het protest zijn twaalf vluchtelingen aanwezig, ook Sasja, Julia en Artjom zijn van de partij. Belarussen hebben geld ingezameld voor de vluchtelingen en delen chocolaatjes uit. Eindelijk kan Artjom weer eens met andere kinderen spelen die zijn taal verstaan. Hij is niet te houden en moet tegen het einde van de betoging nog uit een sloot worden gevist: welkom in Nederland waterland.

Volgens cijfers van het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers hebben sinds augustus ongeveer vijftig Belarussen asiel aangevraagd in Nederland. Het zogeheten ambtsbericht, een landenrapport van Buitenlandse Zaken waarvan de IND gebruikmaakt bij de beoordeling van die asielverzoeken, stamt uit 2012. Beetje oud. Daarom is inmiddels om een nieuw ambtsbericht verzocht, dat volgens Buitenlandse Zaken in het najaar van 2021 klaar zal zijn. Te laat voor deze asielzoekers.

Bij de politie

Julia en Sasja spreken zondag in Den Haag met de Volkskrant en maken hun verhaal een dag later af, vanuit het Wageningse asielzoekerscentrum. Sasja: ‘Op 25 augustus kwamen Dima en ik, gehuld in rood-witte vlaggen, terug van een protestactie. Het was al avond. We werden gestopt door politie en renden weg. Dima gooide zijn telefoon weg, met daarop ons Telegramkanaal. Maar de politie zag het. We belandden in twee verschillende cellen. Die van mij had vier matrassen en dertien gevangenen. Drie dagen lang kregen we niks te eten. Eens per dag kregen we een emmer water voor de hele cel. Er was ook geen toilet, alleen een emmer.’

Een dag later begon de ‘ondervraging’. In een klein kamertje met vier gemaskerde mannen. Ze vroegen naar wachtwoorden van onze telefoons. Ik zei dat ik niks zou zeggen en toen begonnen ze me te mishandelen – ik wil u zelfs niet vertellen wat ze deden. Maar ik vertelde ze mijn wachtwoord. Ze hebben opgenomen hoe ze me mishandeld hebben. Als je nog eens wat doet, gaat die video naar al je vrienden op Instagram, zeiden ze. En we konden ook later nergens klagen, want het geweld komt van de politie zelf.’

Ook Dima zit ondertussen, met zijn partner Angelina, in een Nederlands asielzoekerscentrum. Hij heeft zichtbaar moeite om over de ondervraging te vertellen en wil niet uitweiden over de ‘enge momenten’ die hij bij de politie meemaakte. ‘Ze sloegen en sloegen en praatten onzin. Wie betaalt je? Wie is de organisator? Het was vreselijk, omdat ze je niet als mens zien maar als dier. En zo behandelen ze je ook. Ik werd in elkaar geslagen. Ze legden ons op de vloer en liepen over onze hoofden en schopten ons.’

Feestje aan het meer

De dag na hun vrijlating was er een feestje in hun discotheek aan het meer. Sasja: ‘Er waren veel mensen. En tijdens dat feest draaiden we protestliedjes, en ook Peremen (‘veranderingen’ van Viktor Tsoi, een van de actieliederen, red.). Er werd opgeroepen te gaan demonstreren. ‘Wees niet bang.’ En ’s nachts kwamen er drie mannen die filmpjes maakten en vroegen ‘waarom deze liedjes, waarom tegen Loekasjenko?’ Ze zeiden dat we propaganda bedreven en vroegen onze namen aan de beveiliging.’

De volgende dag begon de klopjacht op de twee. Het huis van Sasja’s moeder, waar hij stond ingeschreven, werd doorzocht door politie, hetzelfde gebeurde bij Dima. ‘Toen was het duidelijk wat ons boven het hoofd hing, wij zijn meteen ondergedoken in het huis van een vriend. En van daaruit planden we onze vlucht.’ Dat deden ze uiteindelijk door retourtickets naar Turkije te boeken, met een tussenstop op Schiphol. De politie op Schiphol bracht ons naar een asielloket en zei ‘U bent nu veilig’. Dat was een enorme opluchting.’

Dima en Angelina bleven 28 dagen ondergedoken voordat ze het land konden ontvluchten. Waarom Nederland? Dima: ‘Omdat we denken dat het een super beschaafd land is, waar mensen andere mensen accepteren.’ Dat beamen Sasja en Julia, die zich in hun nieuwe woonplek verbazen over de Nederlandse tolerantie.

Sasja: ‘We zien dat er in de asielzoekerscentra (ze hebben er al in drie gewoond) veel gestolen wordt, en drugs verhandeld. Er zitten groepen tussen die vooral onderling ruzie maken, en ook vaak het personeel uitschelden. Ze hebben het voortdurend over hun rechten. Ik begrijp niet hoe het personeel het volhoudt. Ik zie dat Europa heel tolerant is: als ze hard worden uitgescholden, antwoorden ze nog beleefd.’

Een nieuw begin

Hoe gaan ze de feestdagen in – nu ze hun onbezorgde leven in Pinsk zo plotseling moesten achterlaten? ‘We begrijpen dat we in een ander land zijn en weer vanaf nul moeten beginnen’, zegt Julia. ‘Maar beter dat en veilig leven dan het risico lopen dat je zowel je man als je kind verliest.’ In Belarus is het dreigement kinderen bij hun ouders weg te halen een veelgebruikt wapen. ‘Een vriend vertelde ons dat de politie ook al bij de kleuterschool was geweest en had gevraagd over Sasja, en over mij. Daar schrok ik echt van.’

Julia is de klap nog allerminst te boven. Het duurde na Sasja’s arrestatie twee dagen voordat ze erachter kwam waar hij zat. Door naar de gevangenis te gaan. ‘Je zag aan vrijgelaten gevangenen wat daarbinnen gebeurde. Ze waren helemaal in de war. Sommigen hadden grote blauwe plekken. Andere hadden gescheurde kleren, met bloedvlekken. Als je dat ziet, weet je hoe je eigen familie daarbinnen wordt behandeld. Wat ze doen met hun wapenstokken.’

Ze heeft vaak last van paniekaanvallen en hoofdpijn, constateerden ook Nederlandse artsen. ‘Als Sasja ook maar een minuut langer wegblijft dan verwacht, bijvoorbeeld van het boodschappen halen, raak ik in paniek.’ Maar ze bekijken het positief, zeggen ze. Eerst de taal leren en dan werken. Julia: ‘In Belarus werkte ik als manicure. Sasja zou graag weer werken met bars en discotheken, hij droomt van iets aan zee in Den Haag. We wachten met smart op een werkvergunning om niet thuis te hoeven zitten.’ Wat ze nog niet is verteld, is dat je die pas kunt krijgen na een positief asielbesluit.

Vooralsnog tasten ze in het duister over hun directe toekomst. Bij aankomst kregen ze een papier met daarop een asielprocedure van acht dagen. Julia: ‘Midden januari krijgen we ons eerste interview, dat is geloof ik op papier ‘dag drie’.’

Meer over