Wat bindt de sociaal-democraten en liberalen nog?

 

null Beeld anp
Beeld anp

Na het zoveelste meningsverschil tussen de VVD en de PvdA dringt de vraag zich op wat de sociaal-democraten en liberalen nog bindt. Meer nog dan rond 'bed, bad en brood' was de verwachting dat het dit jaar spannend zou gaan worden rond de belastingen. Het kabinet heeft beloofd nog voor de zomer de hoofdlijnen voor een nieuw belastingstelsel te presenteren. De coalitiepartijen liggen echter ver uiteen. De VVD wil vooral lagere belastingen, succes mag beloond. De PvdA wil ook nog wat ophalen, iedereen een eerlijke kans bieden is namelijk niet gratis.

Hoe ogenschijnlijk uiteenlopende werelden kunnen worden verenigd, mocht ik onlangs ervaren op het jaarlijkse samenzijn van het Institute for New Economic Thinking dat in Parijs wetenschappers en hedgefund-managers samenbracht. Een sterrencast verzorgde de aftrap: Thomas Piketty, de Franse econoom van dat vuistdikke boek over een eeuw ongelijkheid, en de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz.

Piketty liet zien hoe begin 20ste eeuw in de Verenigde Staten en Europa de hoeveelheid kapitaal ten opzichte van de economie groot was en hoe ongelijk dit was verdeeld. Na de crisis van de jaren dertig daalden beide flink. Vanaf de jaren zeventig beginnen beide echter weer te stijgen, in de VS meer dan in Europa, om daar nu ongekende hoogtes te bereiken.

Piketty benadrukt dat deze ontwikkelingen het resultaat waren van doelbewust beleid. Juist Amerika, het land van de vrijheid, kende bijvoorbeeld hoge belastingen op erfenissen. In 1970 bedroeg het toptarief in de VS en het Verenigd Koninkrijk rond de 80 procent. Een tarief passend bij een samenleving die wordt gedreven door de droom van krantenjongens om miljonair te worden. Om als samenleving ten volle van deze dynamiek te profiteren, is het zaak dat elke generatie weer met voldoende krantenjongens begint. De ideale meritocratie: wie hard werkt krijgt wat hij of zij verdient.

Dat is echter steeds minder het geval. Met zijn boek De prijs van ongelijkheid probeerde Stiglitz in 2012 Amerika uit deze droom te laten ontwaken. De realiteit is namelijk dat de hoogte van iemands opleiding en inkomen vooral afhangen van die van zijn of haar ouders. De ongemakkelijke waarheid is dat, ondanks alle retoriek over liberalisme en vrijheid, de ouderwetse standenmaatschappij herleeft.

Reagan en Thatcher halveerden de erfbelasting, net als die op inkomsten en vermogen. De belofte was dat grotere ongelijkheid de economie zodanig zou doen groeien dat uiteindelijk iedereen beter af zou zijn. 'Het rijzend tij zou alle boten optillen', heette het.

Stiglitz wijst erop dat in de praktijk alleen de grote jachten met het tij mee omhoog gingen. De meer modale bootjes moeten alles op alles zetten om op de woelige baren geen water te maken. De kwetsbaarste bootjes kapseisden. Ondanks de uitbundige economische groei gingen in veel landen de laagste inkomens er in koopkracht zelfs op achteruit, ook in Nederland.

Stiglitz verklaart de door Piketty waargenomen sterke stijging en ongelijke verdeling van 'kapitaal' vanuit het onderscheid tussen 'productiekapitaal' en 'vermogen'. Productiekapitaal zijn de gebouwen en machines die worden gebruikt in het productieproces. Meer van dit kapitaal doet de economie groeien en daarmee de lonen. Iedereen profiteert.

Daarnaast is echter steeds meer bezit opgebouwd dat niet bijdraagt aan de productie, maar vooral een uitdrukking is van het vermogen beslag te leggen op toekomstige winsten. Denk aan land en vastgoed, maar ook aan de overwinsten via monopolisering van markten, door het opkopen van de concurrentie of door deze met behulp van intellectueel eigendomsrechten, overheidsgaranties en ingenieuze belastingconstructies de pas af te snijden. Kapitaal dus dat de koek niet groter maakt, maar slechts een beloning is voor de winnaars van de ongelijkere verdeling hiervan.

Dat gelijkheid en groei prima samengaan, lieten de naoorlogse jaren al zien. Recent vonden onderzoekers van zowel IMF als OESO dat ook nu groeiende ongelijkheid de economie schaadt. De rijken potten hun geld op. De armen kunnen niet in zichzelf investeren. Talent gaat verloren. Inzichten die voeding geven aan een liberale kritiek op ongelijkheid en daarmee het fundament leggen voor een sociaal-liberaal belastingcompromis.

Dat de samenleving zich steeds meer sluit, zou juist liberalen moeten verontrusten. Een idee dat Amerikaanse hedgefund-managers omarmen, dat moet de VVD toch ook aanspreken?

Meer over