Wat bezielt de Fransen met de genocidewet?

'Het Franse parlement werd in de Grondwet niet de volmacht verleend om de geschiedenis te schrijven. Dat is aan de historici en aan hen alleen.' Dat schreef Robert Badinter, de man die als minister van Justitie in Frankrijk de doodstraf afschafte, een tijdje geleden in Le Monde. Het citaat wordt herhaald in een paginagrote Open Brief aan de Senatoren van de Republiek, die zaterdag in de Franse dagbladen stond. Vandaag stemt de Franse senaat over een wetsvoorstel dat een verbod uitvaardigt op het ontkennen van de Armeense volkerenmoord. De brief is een laatste poging om het tij te keren.

Het is een actie die argwaan oproept. De kans is groot dat achter het Frans-Turkse Steuncomité, dat de brief ondertekent, de Turkse overheid schuilgaat. Die heeft een flink budget gereserveerd om de publieke opinie te beïnvloeden en is hels over het wetsvoorstel. Die argwaan wordt vergroot doordat een beroep wordt gedaan op de vrijheid van meningsuiting. Dat is een huichelachtig argument als je in aanmerking neemt dat wie in Turkije de Armeense volkerenmoord ter sprake brengt daarmee een risico neemt.

Al in 2001 nam het Franse parlement een wet aan waarin de genocide wordt erkend. De nieuwe wet, op 22 december al aangenomen in de Assemblée (de Franse Tweede Kamer) gaat een stap verder. De Armeense volkerenmoord wordt op één lijn gesteld met de Holocaust van de nazi's, die ook niet mag worden ontkend: ontkenners riskeren een jaar celstraf en een boete van 45.000 euro.

Frankrijk zou het eerste land zijn dat een dergelijke wet aanneemt. Het roept de vraag op wat de parlementariërs bezielt om bijna een eeuw na dato een dergelijk verbod uit te vaardigen. Vaak worden electorale motieven aangevoerd: met een dergelijke wet kan een parlementariër zich verzekeren van de steun van zijn Armeense kiezers; naar schatting zijn er een half miljoen Armeniërs in Frankrijk. Maar omdat hij tegelijk de Turkse gemeenschap, minstens even groot, van zich vervreemdt, is de netto winst nihil.

Jean-Marie Le Pen, oprichter van het extreem-rechtse Front National, zoekt vaak de grenzen op van het toelaatbare. Zo heeft hij in het Europees Parlement de vergassing van de joden een kleinigheid in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog genoemd.

Het is een uitspraak die getuigt van geen enkel historisch of moreel besef. Tegelijkertijd mogen we blij zijn dat Le Pen de kans kreeg om die uitspraak te doen - de Holocaust ontkennen is verboden, maar bagatelliseren mag. Hij gunde ons daarmee een ongefilterde blik op zijn gedachtengoed. Die ene, even onverschillige als gewelddadige ontboezeming, nooit herroepen, zegt meer over hem dan tien lange redevoeringen.

Dergelijke inzichten worden met het verbod op het ontkennen van de Armeense genocide onmogelijk gemaakt. Als de wet wordt aangenomen, is er vanaf vandaag in Frankrijk nog maar één opvatting mogelijk over wat de Turken in 1915 in Armenië deden. De kwestie wordt daarmee uit het publieke debat verwijderd. Het is een soort wetgeving die je in Europa na de val van de Muur niet meer verwacht. Elk verbod is een inperking van de vrijheid. Daarom moeten verboden tot een noodzakelijk minimum beperkt worden. Hopelijk zijn er vandaag genoeg senatoren die zich dat herinneren en bedanken voor de rol van gedachtenpolitie.

Ariejan Korteweg is correspondent in Parijs.

undefined

Meer over