ReportageRechtbank Zwolle

Was agent Raiss een ‘gestoord gebakje’ of slachtoffer van vooroordelen?

De Zwolse rechter boog zich vandaag over een conflict tussen een politie-inspecteur en een agent in burger. Was dit een schoolvoorbeeld van miscommunicatie, of van etnisch profileren?

De rechtbank in Zwolle.  Beeld ANP
De rechtbank in Zwolle.Beeld ANP

Het is 27 mei 2016 als politie-inspecteur Herbert H. van een collega hoort dat er ‘een gestoord gebakje’ in de hal staat. Een man die twee baliemedewerkers zou hebben geïntimideerd. Iemand die zegt agent te zijn, maar zich weigert te legitimeren.

En dus stapt de vijftiger de hal van het Enschedese politiebureau in. ‘Ik wil graag even met jou praten’, zegt de inspecteur op dwingende toon tegen de Nederlands-Marokkaanse man die zich net richting de uitgang begeeft.

Maar de man − zelf agent in Amsterdam, maar die dag in burger − weigert in te gaan op de aanwijzingen van de Twentse politiemedewerker, en antwoordt: ‘Ik hoef niet met je mee te lopen.’ Al snel resulteert het gesprek in een worsteling, en een arrestatie die veel stof heeft doen opwaaien.

Gedroeg de Amsterdamse agent zich ‘als een gestoord gebakje’? Of was dit een schoolvoorbeeld van miscommunicatie, of juist van etnisch profileren? In een interview in NRC Handelsblad stelde het slachtoffer, Anis Raiss, kort na het incident dat er sprake was van het laatste: ‘Als ik als blonde jongen dat bureau was binnengelopen, was dit allemaal niet gebeurd.’

Eerherstel

Dinsdag, ruim vier jaar later, buigt de Zwolse rechter zich over de kwestie. Politie-inspecteur Herbert H. heeft zijn eigen vervolging afgedwongen via een artikel-12-procedure. Hij wil eerherstel. ‘Ik deed gewoon mijn werk.’

Het slachtoffer, Anis Raiss, heeft eveneens zijn hoop gevestigd op ‘Justitia, de godin die gelukkig wel in staat is het recht onbevooroordeeld te laten zegevieren’. Al hoopt hij op een tegengestelde uitkomst: erkenning van de fouten die zijn Enschedese collega maakte, en die voor hem vergaande gevolgen hebben gehad. Zo liep Raiss PTSS op door de hardhandige aanhouding, zit ziek thuis en heeft hij excuses van zijn werkgever – die de politie aanvankelijk beloofde – nooit gehad.

Wat ging er mis op die 27ste mei? Het 16-jarige broertje van Raiss wil aangifte doen van online-oplichting, en heeft daartoe een afspraak gemaakt. Maar de agent achter de balie verwijst hem naar een internetsite. Raiss is het daar niet mee eens, en wil dat de politie de aangifte toch opneemt. ‘U moet uw werk doen’, zegt hij.

Uit de camerabeelden blijkt dat er een stekelig gesprek ontstaat. Met aan de ene kant Raiss die niet kan begrijpen waarom zijn broertje niet goed wordt geholpen, en aan de andere kant Twentse agenten die vinden dat Raiss intimideert.

Na zo’n drie kwartier lijkt het probleem opgelost: er wordt afgesproken dat de Enschedese politie de aangifte alsnog enkele dagen later opneemt. Maar net nadat het broertje van Raiss daarvoor opnieuw een afspraak heeft gemaakt, komt politie-inspecteur Herbert H. aangelopen en gaat het binnen een minuut alsnog mis.

‘Leerpunten’

‘Ik wist niet dat er al een bepaalde mate van de-escalatie had plaatsgevonden’, legt Herbert H. dinsdag aan de rechter uit. ‘Ik had gehoord dat de dames achter de balie zich geïntimideerd voelden door een man die zich uitgaf als agent en dat die man mij wilde spreken. Ik voelde een hoge mate van spanning.’

Wat hem betreft deed hij niks fout, en mocht hij Raiss aanhouden toen deze weigerde zich te legitimeren. Een agent moet soms snel besluiten nemen, zegt H. Al geeft hij toe dat je ‘met de wetenschap van nu de conclusie zou kunnen trekken dat ik door had moeten vragen’. Wat hem betreft zijn er in deze zaak ‘voor iedereen leer- en ontwikkelpunten’.

Daar is het Openbaar Ministerie het mee eens. ‘Een schoolvoorbeeld van miscommunicatie’, constateert de officier van justitie. Volgens hem heeft iedereen die avond anders beleefd. ‘De baliemedewerkers vonden dat Raiss zich respectloos gedroeg. Raiss voelde zich weggezet als minderwaardig.’ Wat de aanklager betreft had deze kwestie nooit tot een strafzaak mogen leiden. ‘Het is eerder een casus voor een communicatietraining.’

Donkere wolk

En dus stelt hij dat de politie-inspecteur moet worden vrijgesproken. Volgens hem is niet bewezen dat H. de broek van Riass’ vernielde, hem mishandelde en hem ten onrechte in de cel zette. Ook hangt er volgens de aanklager ten onrechte een ‘donkere wolk van etnisch profileren’ boven deze zaak.

Raiss’ advocaat vindt dat het OM Herbert H. te makkelijk laat wegkomen. Volgens hem duiden uitspraken van betrokken agenten die avond wel degelijk op vooroordelen, bovendien wijst hij erop dat ‘áls er geen camerabeelden van deze zaak waren, Raiss in het beklaagdenbankje had gezeten en niet H’. Volgens raadsman Juriaan de Vries beschreven de betrokken Twentse politie-ambtenaren Raiss achteraf als ‘tierend en vloekend’. ‘En dat komt helemaal niet overeen met wat we op de beelden hebben gezien.’

Maar H. blijft erbij dat hij niets fout heeft gedaan. ‘Ik kan niet leven met een onterechte beschuldiging.’ Hij vindt het jammer dat zowel hij als Raiss ‘zo beschadigd’ zijn door de kwestie. ‘Ik heb begrepen dat hij een goede, betrokken politieman was. Tot op de dag van vandaag sta ik open voor een gesprek.’

Op 20 oktober doet de rechtbank uitspraak.

Meer over